Falen in schoonheid, steeds weer

Portugal is woensdag de tegenstander van Nederland in de halve finale van het Europees kampioenschap. Over de parallel tussen Amalia Rodriguez en Cristina Branco en Eusebio en Figo. Want de fado omarmt liefdevol het Portugese voetbal, dat immer faalt in schoonheid.

Het mooiste beeld van het EK voetbal tot dusver: Eusebio in trance tijdens de strafschoppensessie van Portugal tegen Engeland. `Ik trachtte in de jaren zestig een voorbeeld te zijn voor Afrikaanse jongeren. Het was goed voor hen dat de aanvoerder van Benfica en van Portugal een zwarte huid had. Toen ik in 1965, als eerste donkere speler, de onderscheiding kreeg van `Europees Voetballer van het Jaar', vertegenwoordigde ik zowel Portugal als Afrika', vertelt Eusebio in het pas verschenen boek Football in Africa van Gary Armstrong. `Say it loud, I'm black and proud', zong James Brown in die dagen.

Maar dan is daar die fado. Altijd weer die fado. Hopeloze liefde, pijn, zorgen, leven op zee, heimwee, niet af te wenden noodlot, onontkoombaarheid. Een unieke en ongrijpbare versmelting van melancholie en hoop.

Tranen van de Taag, op de tonen van de tokkelende Portugese gitaar. Een uitvinding van Afrikaanse slaven in de zestiende eeuw, meegesmokkeld op de drijvende doodskisten naar Brazilië. De fado vereert Maria Severa, een armzalig meisje van plezier dat uitgroeide tot een rebelse en vrijgevochten vrouw maar vroeg stierf, armoedig en verstoten, volgens de legende.

Die fado omarmt liefdevol het Portugese voetbal, dat immer faalt in schoonheid. Zo verging het Eusebio op het WK van 1966, zo verging het ook Figo op het EK in 2000. Beiden werden uitgeroepen tot vedette van het toernooi, maar bleven met lege handen achter.

Zodat er wel een parallel moet bestaan tussen Eusebio en Figo en Amalia Rodriguez en Cristina Branco, de Maria Severa's van gisteren en vandaag. Op 6 oktober 1999 overleed Rodriguez. Ze vertolkte de stem van de ziel van Portugal. Ze begreep dat hoe triester het lied was, hoe scherper het de Portugezen trof in hun gemoed. Ze vergat nooit haar afkomst. `Als ik alleen ben, overvalt mij de tragiek en de eenzaamheid. Als ik dood ben, huil dan alsjeblieft om mij.' De Portugezen deden het massaal, met het verdrietige plezier de fado eigen. De pathetische overdrijving van Amalia's performance vond in de jaren zestig een klankbord bij Eusebio da Silva Ferreira, een zwarte jongen uit de sloppenwijken van Mozambique.

Tussen 1960 en 1965 legde Benfica Europa haar spraakmakende Afro-Braziliaanse voetbalstijl op, met de eerste drie donkere Afrikaanse aanvallers – Eusebio, Coluna, Santana – op topniveau. Dat was bepaald geen vanzelfsprekendheid op een moment dat antikoloniale opstanden in Afrika om zich heen grepen. Het publiek in Europa bekeek het jonge zwarte zelfbewustzijn met argwaan. Als eerste veelkleurige voetbalclub van Europa rekende Benfica ook in Portugal af met ouderwetse opvattingen en doorkruiste het internationale isolement dat de rechts-katholieke dictator Salazar zijn land sinds 1926 had opgedrongen. Benfica's succes bezorgde de verweesde Portugezen amusement.

De prominente aanwezigheid van Eusebio, Coluna en Santana – en tevens hun enorme populariteit – in het dagelijkse leven sneed in Salazars scherpste apartheidsdogma. Zijn racistische denkbeelden legden bij wet de minderwaardigheid van de Afrikaan in de Portugese koloniën Mozambique en Angola vast. Het opzwepende voetbal van Benfica schudde deze ideeënwaan flink door elkaar – en bereikte een ziedend hoogtepunt op 2 mei 1962. De finale om de Europa Cup der landskampioenen tussen Sport Lisboa Benfica en Real Madrid in Amsterdam eindigde in 5-3, en is vermoedelijk de beste eindstrijd aller tijden geweest. Met ontbloot bovenlijf rende Eusebio na afloop in rituele trance rond het veld. Het spontane en onder democratische vleugels opererende Benfica veroorzaakte een ware voetbalomwenteling in Europa.

Eusebio duwde het fadogevoel met zijn erotische escapades even in de vergeethoek. Hij promoveerde het geïsoleerde Lissabon tot Europese voetbalhoofdstad. Eusebio, het kind van Mozambique, voelde zich thuis in Estadio da Luz, het stadion van het licht, de lusthof van Lissabon.

Hij, levensgenieter en vrouwenversierder, bracht sensualiteit in de seksloze samenleving. Salazar orakelde in de beste roomse traditie over de overbodigheid van seksualiteit. De rusteloze Afrikaan verdreef de lusteloosheid van Lissabon met zijn ritmiek en spiritualiteit. Eusebio hunkerde naar overvloed. De sportonvriendelijke Salazar wurgde langzaam het van oudsher levendige Lissabon en wilde niets weten van internationale besmetting. Benfica doorbrak de verstikking en contracteerde de coaches Otto Gloria (1954-1959) en Bela Guttman (1959-1962). De Braziliaan en de Hongaar vertegenwoordigden de invloedrijkste wereldvoetbalscholen uit de jaren vijftig.

Gloria professionaliseerde Benfica. Hij zocht openlijk naar talent in de koloniën en pikte zowel de talentrijkste blanke (Costa Pereirra en Aguas) als donkere (Coluna en Santana) jeugd van de straat. Coluna en Santana ontwikkelden zich tot de eerste zwarte topspitsen in Europa. In 1959 arriveerde Guttmann, de joods-Hongaarse globetrotter, in Lissabon. In de jaren dertig beïnvloedde hij het Oostenrijkse `Wunderteam' en acteerde zelf voor de joodse topclub MTK Boedapest. Hij vluchtte voor de nazi's naar Amerika, vader en broers overleefden de holocaust niet.

Na de oorlog stoomde hij Puskas, Boszik en Kocsis bij Honved klaar voor de wereldtop. Tijdens zijn omzwervingen door Brazilië doceerde hij Didi, Vava, Garrincha en Pelé de revolutionaire tactieken van de `Magische Magyaren' (1950-1954). In de zomer van 1960 tekende hij een contract voor Benfica en bracht, als zijn ontdekker in Mozambique, orde in Eusebio's schatkamer vol schijnbewegingen.

Eusebio – tien titels, vijf bekers en bijna vijfhonderd doelpunten in evenveel wedstrijden – verlichtte de sombere sermoenen van Salazar. In Estadio da Luz ontrolden demonstranten de eerste spandoeken voor democratie en tegen de Portugese koloniën. Eusebio heeft zich altijd ver van de politiek gehouden, maar bekommert zich om het welzijn van mensen. In Football in Africa zegt hij: `Ik wil verandering voor Afrika: elk kind heeft recht op sport en spel, op onderwijs, op ziekenhuizen, op voeding en kleding. Als ik vandaag zou spelen, dan zou ik de helft van mijn inkomen afstaan aan hulpprojecten voor kinderen in Mozambique. Met het geld dat ik niet nodig heb, andere mensen gelukkig maken. SOS Mozambique is mijn eigen initiatief geweest, met andere voetballers.'

Op het hoogtepunt van Benfica's veelkleurig elftal stuurde Zuid-Afrika Nelson Mandela naar zijn gevangenis op Robbeneiland, waar hij zou verblijven tot in 1989. De eerste Congolese premier Patrice Lumumba kreeg de dood met de kogel omwille van zijn vrijheidsdrang. Eusebio bracht door zijn imposante verschijning op het internationale podium de bevrijding van de geketende zwarte, althans in de verbeelding, heel even dichterbij. De WK-vedette van 1966 veroverde met Portugal alle voetbalharten maar verloor de halve finale tegen de latere winnaar Engeland. Eusebio geloofde zelf te weinig in de goede afloop en dus faalde Portugal. De fado bleek ook hem te machtig.

De Anjerrevolutie van 25 april 1974 leek alles te veranderen. Portugal was in rep en roer. Het land liep door het opwindendste proces van zijn moderne geschiedenis. De Anjerrevolutie, genoemd naar het bloemensymbool van de geweldloze omwenteling, opende de poort naar de westerse, sociale democratie. Ze baarde twee godenkinderen: Cristina Branco en Luis Figo, beiden geboren in 1972. Branco nam de fadofakkel over na de dood van Rodriguez. Haar geloof in de moderne tijden verpersoonlijkt de vernieuwing van de fado. Naast de eeuwige nostalgie perst ze ook blijheid, de vreugde om het leven en vrolijkheid in haar songs. ,,Als de fado niet evolueert, sterft hij uit'', vertelde ze aan de internationale media.

Figo draagt dezelfde last als Branco: het monument uit het verleden overvleugelen. In zijn geval: voetballen zoals Eusebio en toch de eigen evolutie overbrengen. Overwint hij, zoals Branco in de muziek, de vastgeroeste zekerheden en schenkt hij zijn land een succesvolle voetbalvariant? Of hopen we toch maar op de desillussie? Geen enkel volk straalt immers zo'n vreugdevol verdriet uit als het Portugese. Wat is er mooier dan een tv-beeld van de oude Eusebio in tranen als Portugal na strafschoppen de finale verliest? Niemand ontkomt aan de oude wet van de fado.