Erik Dekker koestert de trui die ontbrak

Erik Dekker voorkwam bij het NK wielrennen in Rotterdam dat een sprinter de kampioenstrui mocht aantrekken. De routinier bleek voor de zoveelste keer de slimste van het peloton.

Erik Dekker toonde gisteren bij het NK wielrennen in Rotterdam opnieuw zijn specialiteit: in de finale van een koers op het juiste moment demarreren om in de eindsprint zijn medevluchters af te troeven. Daarmee was de eerste nationale titel op de weg een feit voor de 33-jarige renner.

Vooraf was gerekend op een massasprint in de 216 kilometer lange koers, die met bescheiden `scherprechters' als de Erasmusbrug en de Van Brienenoordbrug een ideaal terrein voor spurters vormt. Zo was de naar internationale maatstaven bescheiden sprinter Rudie Kemna vorig jaar de winnaar in Rotterdam. Dekker, geen rassprinter, liet het tijdens deze editie niet aankomen op een massasprint en sprong in de laatste ronde weg uit het peloton, dat net een kopgroep van twaalf man had opgeslokt. In Dekkers kielzog ontsnapten Koos Moerenhout (tweede) en Arthur Farenhout (derde), die in de eindspurt een maatje te klein bleken voor de ontketende Dekker.

,,Ik ben hier meer dan tevreden mee'', zei Dekker na zijn geslaagde coupe. Of zijn perfecte timing een kwestie van instinct was? ,,Als je zoiets vaker hebt gedaan, is het geen toeval. Maar ik heb er geen computerprogramma voor'', lachte Dekker, voor wie de titel toch als een verrassing kwam. Het vlakke parkoers was hem en zijn ploeg immers niet op het lijf geschreven. ,,Voor ons een nadeel omdat de concurrentie (kleine ploegen met sprinters, red.) sneller is. Het is jammer voor de betere renners die op dit parkoers met goede benen toch gewoon 35ste kunt worden. Maar de sprinters en eliterijders zonder contract moeten ook een kans krijgen.''

De titel van Dekker betekende de eerste voor de Raboploeg sinds Maarten den Bakker in 1999 het NK won. Na het verruilen van de Limburgse heuvels voor het vlakke parkoers in Nijmegen en daarna Rotterdam, was het NK de laatste drie jaar het domein van sprinters uit kleinere ploegen. Ploegleider Erik Breukink sprak dan ook van ,,een moeilijke wedstrijd'' voor zijn renners. ,,Op zo'n parkoers is het moeilijk controleren en regisseren. Onze afspraak was om niet te gokken op een massasprint, maar om mee te zitten bij de ontsnappingen.''

Wat dat betreft zat de Raboploeg gisteren in een luxepositie, want Karsten Kroon maakte deel uit van een kopgroep van vijf die het grootste deel van de koers op ruime voorsprong van het peloton reed. Met nog vijf ronden te gaan ging Kroon samen met Bart Voskamp aan de leiding. Maar het tweetal werd alsnog ingelopen door het op drift geraakte peloton, dat halverwege de koers nog een achterstand van meer dan tien minuten op de kopgroep had. In de wetenschap dat ze met Kroon een in vorm zijnde vooruitgeschoven pion hadden, hadden de Raborenners het kopwerk in het peloton overgelaten aan de gangmakers van Bankgiroloterij en Van Hemert. En die betaalden de tol voor hun inspanningen.

,,Veel Raborenners waren aan het eind nog relatief fris. We hebben ons lang kunnen sparen en alleen de laatste twee ronden echt moeten koersen'', zei Dekker over de inhaalrace van het peloton op het leidende duo Kroon-Voskamp en zijn eigen machtsgreep in de finale. ,,Dekker is een geweldig kampioen die het beslissende moment aanvoelt. Hij is slim en kan het afmaken'', complimenteerde Breukink zijn renner. De ploegleider, die zelf in 1993 Nederlands kampioen op de weg werd, vindt dat het na de `vlakke jaren' weer tijd wordt voor ,,een mooi parkoersje in Limburg''.

Een wedstrijd in de Limburgse heuvels zou voor Dekker en zijn gisteren afwezige teamgenoot en tweevoudig Nederlands kampioen Michael Boogerd gunstiger uitpakken. Een paar maal stevig doortrappen heuvel op en de beste profs, die ook internationaal een rol spelen, komen vanzelf bovendrijven. Maar Dekker brandde het weinig selectieve parkoers niet af. ,,Het draait ook om geld. Als er in Limburg geen sponsors zijn en in Rotterdam wel... Ik vind dit best een mooi parkoers'', maakte Dekker een eind aan de discussie.

Zijn dag kon niet meer stuk door zijn winst na een naar eigen zeggen ,,moeilijke expeditie''. Een week voor het begin van de Tour de France, waar hij in 2000 verraste met drie etappezeges, betekende de titel voor Dekker een mooie opsteker. Door een knieblessure was 2003 voor Dekker een verloren jaar. Dit wielerseizoen staat in het teken van zijn comeback. ,,Dekker is terug, dat hebben we in het voorjaar al gezien'', constateerde een tevreden Breukink.

Met vijfde plaatsen in de Ronde van Vlaanderen en Luik-Bastenaken-Luik en een zevende plaats in de Amstel Gold Race liet klassiekerspecialist Dekker, winnaar van het wereldbekerklassemnt in 2001, dit voorjaar zien dat hij op de weg terug is. ,,Het voorjaar was heel positief. Tot nu toe is 2004 een goede campagne'', zei Dekker over de aanloop naar het belangrijkste wielerevenement van het seizoen: de Tour de France.

Op zijn kansen op een etappezege in Frankrijk wilde Dekker niet vooruitlopen. ,,Het wordt een loterij'', doelde hij op de verwachte massasprints in de vlakke etappes. In de bergen kon Dekker, een mindere klimmer dan ploegmaatje Boogerd, nooit potten breken. Dekker moet het hebben van lange, gevarieerde etappes met meerdere ontsnappingsmogelijkheden.

De renner beseft dat hij komende maand in het rood-wit-blauwe tricot van de nationaal kampioen meer opvalt op het Franse asfalt. ,,Ik heb nu een zwaailicht. Ze zullen me minder makkelijk weg laten rijden in de Tour'', voorspelde Dekker. Anderzijds wilde hij het belang van de kampioenstrui voor zijn kansen op een dagsucces in de Tour de France niet overdrijven. ,,In de Rabotrui kennen ze me ook in de Tour.''

Zijn uitspraak, direct na de finish in Rotterdam, dat hij zijn eerste Nederlandse titel belangrijker vond dan winst in een Touretappe relativeerde Dekker later. ,,Dat komt door de truiencultuur in het wielrennen. Ik ben trots op deze trui, want die had ik nog niet. Maar een Touretappe is ook mooi.''

    • Pieter de Vries