Een Michael Schumacher op twee wielen

Valentino Rossi heeft Yamaha van een ezel tot een renpaard gemaakt, en dat had vrijwel niemand voorzien na het vertrek van de Italiaanse wereld- kampioen bij Honda.

De Italiaanse motorcoureur Valentino Rossi (25) ontpopt zich tot de Michael Schumacher van de MotoGP, de zwaarste klasse bij de Grand Prix motorracen. Waar de Duitse autocoureur het sportief zieltogende Italiaanse merk Ferrari na vele jaren opnieuw aan wereldtitels in de Formule I heeft geholpen, lijkt Rossi hard op weg van het op de circuits kwijnende Japanse Yamaha weer een kampioensmotor te maken. De regerend wereldkampioen won zaterdag bij de TT in Assen zijn vierde Grand Prix van dit seizoen en zijn derde op rij. Een wonder menen de kenners, onder wie Rossi zelf.

Rossi maakte dit jaar de spraakmakende overstap van het toonaangevende merk Honda naar Yamaha, dat sinds 1992 geen rol van betekenis meer had gespeeld in dat jaar leverde Yamaha met de Amerikaan Wayne Rainey zijn laatste wereldkampioen in de toenmalige 500cc-klasse. Een alom onbegrepen keus van de Italiaan, omdat hij bij Honda over het beste materiaal, de meeste pk's en de beste monteurs kon beschikken.

Wat bezielde Rossi om afstand te doen van die succesformule, en zich in een ongewis avontuur te storten? Ambitie en vooral geldingsdrang. Rossi had zich al geruime tijd geërgerd aan de arrogantie van de managers bij Honda, die als gevolg van tien wereldtitels in elf jaar in de 500cc/MotoGP een aura van onaantastbaarheid met zich meedroegen. Bovendien stoorde het de coureur dat zij niet hem maar het materiaal als basis van de success story zagen. Een miskenning van zijn talent, meende Rossi. Maar ook een opvatting waar hij het hartgrondig mee oneens is. Die mengeling van ongenoegen in combinatie met de sterke behoefte tot verandering maakte hem rijp voor de geruchtmakende transfer naar de aartsrivaal. Hij wilde de mensen bij Honda laten zien hoe groot de invloed van de coureur is.

Rossi mag sensibel, impulsief, wild, uitbundig en extravagant zijn, dom is hij zeker niet. Hij was zo verstandig de komst van zijn vier beste technici in de deal te betrekken. Vooral de aanwezigheid van de Australische chefmonteur Jeremy Burgess was een harde eis. De Italiaan beschouwt, met recht, de veelvuldig glimlachende en grijzende vijftiger als het technische brein achter zijn succes. Burgess is in de motorsport een man met groot aanzien, omdat hij in de twintig jaar dat hij voor Honda werkte de monteur achter negen wereldtitels was één met de Australiër Wayne Gardner, vijf met diens landgenoot Mick Doohan en drie met Rossi.

Het vakmanschap van Burgess leidde bij Yamaha dit jaar eerder tot resultaat dan verwacht. Hoewel significant minder snel dan Honda, is de Yamaha YZR M1 van Rossi dermate goed getuned, dat de Italiaan er, mede dankzij zijn uitzonderlijke talenten, steeds weer in slaagt in het kielzog van zijn Spaanse concurrent op Honda, Sete Gibernau, te blijven. Sterker: het is Rossi de drie laatste Grand Prix gelukt hem net voor te blijven. Een prestatie die alle verwachtingen overtreft. Vooral die van Burgess, die ondanks de succesreeks tot nu toe 2004 als een leerjaar blijft zien. De Australiër houdt vast aan zijn opvatting dat een nieuw type motor twee jaar ontwikkeling nodig heeft om er wereldkampioen op te kunnen worden.

Maar bij de afstelling van zijn motor zorgt de genialiteit van Rossi voor een extra dimensie. De drievoudige wereldkampioen is als geen ander in staat zijn ervaring op de motor over te brengen op de monteurs; hij kan tot in detail aangeven wat er verbeterd moet worden. Een zeldzame eigenschap, die hij deelt met Michael Schumacher, die bij Ferrari ook haarfijn kan uitleggen hoe zijn racewagen geoptimaliseerd moet worden.

Van de vruchtbare samenwerking tussen Rossi en Burgess profiteren ook de andere coureurs van Yamaha. Zij rijden dankzij de kennis van het tweetal op beter afgestelde motoren. En dat is aan de resultaten te zien. Bijvoorbeeld van de Italiaan Marco Melandri, die in Assen voor de tweede achtereenvolgende keer derde werd, na anderhalf jaar niet bij de eerste drie te zijn geëindigd.

Bij de TT in Assen dankte Rossi de zege vooral aan zijn superieure rijstijl. Na achttien ronden aan het wiel van Gibernau te hebben `gekleefd', passeerde de Italiaan in de slotronde de Spanjaard door hem in de Stekkenwal in een bocht uit te remmen. Een manoeuvre waar Gibernau zich na afloop behoorlijk over opwond, omdat Rossi zijn motor had getoucheerd, als gevolg waarvan hij de laatste paar kilometer met een afgebroken voorspatbord moest rijden. De winnaar verontschuldigde zich na afloop vele malen voor die actie, omdat hij door het late remmen even de controle over zijn voorwiel was kwijtgeraakt. Dat is een van die oneffenheden aan Rossi's motor waaraan nog gesleuteld moet worden.

Het resultaat van de overwinning van Rossi was dat hij in het klassement om de wereldtitel op gelijke hoogte met Gibernau is gekomen. Beiden gaan aan de leiding met 126 punten. Complicaties daargelaten zal de titelstrijd ook tussen de Italiaan en de Spanjaard gaan, omdat nummer drie in het klassement, de Italiaan Max Biaggi, nu al op een achterstand van 33 punten staat en het gat met nummer vier, Carlos Checa uit Spanje, zelfs tot 70 punten is opgelopen.