Aardbeienjam en -pudding

Wimbledon zinkt dit jaar in het niet bij andere sportgebeurtenissen. Ik moest toch aan Wimbledon denken vanwege de traditionele aardbeien. Die moeten voldoen aan de strengste eisen. En daarom komen ze al jaren uit het land van Maas en Waal, van de fruittelers Leo en Marian van Haalen uit Winssen. Het gaat hier om aardbeien van het Elsanta-ras.

Bezoekers zet ik een schaal aardbeien met daarnaast slagroom, kletskoppen of zandtaartjes voor, zodat iedereen zijn eigen gebakjes kan maken. Ik eet ze graag op brood of toast met zachte geitenkaas. De smaak van aardbeien versterk je met balsamicoazijn of met een scheut likeur van aardbei, cassis of sinaasappel. Als u aardbeien wilt wassen, doe het snel en haal de kroontjes later weg. Dit voorkomt dat ze zich vol water zuigen.

Dan nu de recepten van vandaag, allereerst de jam. Maak potten goed schoon in de vaatwasser of met soda en heet water. Pureer de helft van de aardbeien en snijd de rest in kwarten. Breng dit alles met azijn of likeur en met geleisuiker al roerend aan de kook. Dan nog vier minuten laten borrelen. Schep eventueel schuim eraf. Vul de potten met de hete aardbeienjam.

Voor de pudding: week de gelatine 10 minuten in ruim koud water. Maak 350 gram aardbeien schoon en pureer ze. Pers het sap van de sinaasappel uit. Klop de slagroom stijf met suiker naar smaak. Breng het sinaasappelsap aan de kook. Knijp de gelatineblaadjes uit en los ze, van het vuur af, op in het sap. Roer dit mengsel door de aardbeienpuree. Spatel hier de slagroom en eventueel likeur door. Schenk het resultaat in een omgespoelde vorm. Laat de pudding twee tot drie uur opstijven in de koelkast. Maak de rand van de pudding los en stort hem op een schaal. Garneer de aardbeienpudding met de rest van de aardbeien en desgewenst met toefjes slagroom.

Morgen: pruimenjam.