A thing called Joe

Papa, vanavond penalty's, hè?

Ik schat de zoon van Edwin van der Sar op een jaar of acht. Op de dag van de wedstrijd tegen Zweden had hij tegenover zijn vader z'n diepste verlangen geuit. Hij wilde penalty's. Papa moest maar eens aan het echte werk beginnen. Nederland verlossen van een trauma, Nederland aan een plaats in de halve finale helpen. Goed gezien van het jong.

Na de laatste strafschop van Robben mocht Joe het veld op. Zijn vader lag bedolven onder de spelers. Joe mocht mee naar een praatje voor de camera, in de catacomben van het stadion.

,,Ik heet Joe'', zei het mannetje en hij begon met zijn vingers over het KNVB-logo op de keeperstrui te wrijven terwijl zijn vader het verhaal deed. Af en toe keek Joe met grote ogen in de lens, puur en nog onwetend van mediatraining en voetbaljargon.

Mooi apie, die Joe. Hij genoot van de sfeer. Voetbal maakt iets dierlijks los in kinderen, ze hebben de liefde voor de bal van nature meegekregen. Je gooit een bal naar een klein kind en het weet; die bal moet ik weer terugspelen, dat levert me altijd iets op. Een lach, een snoepje, een aai over de bol. Een bal verleidt kinderen.

Het charme-offensief van Edwin van der Sar met zijn zoontje was hard nodig. Uit zichzelf leek de keeper van het Nederlands elftal niet meer uit zijn cocon te kunnen wegvliegen. Een echte lach, echte boosheid bestond niet op zijn gezicht. Altijd maar die vreemde, afstandelijke controle, altijd maar quasi nuchter reageren op aantijgingen dat hij te weinig strafschoppen stopte. Zelfs een vogelverschrikker in een korenveld toont meer karakter.

De metamorfose van Van der Sar begon in zijn lange loop naar het doel voor de penaltyreeks tegen Zweden. Hij ontketende een innerlijke woede. Hij keek naar het publiek en sprak. Ik las zijn lippen: come on! Als in een speelfilm veranderde het gezicht met de seconde. De ogen stonden scheel van de adrenaline. Daar ging de mond weer open, de supporters achter het doel mochten het horen. Sar stond in brand en schreeuwde het uit. Come on, come on!

Was dit Van der Sar, de normaal zo pieperige man op de doellijn? Nee, hier stond een popidool midden in een poptempel. Een hitzanger met handschoenen. Come on, come on! Met een paar schreeuwen bracht hij zich in trance. De keeper was één met Robbie Williams, één met Van Halen. Bring it on, baby! Lenny Kravitz in een witte uitgave. Jankende gitaarakkoorden, piercing in de tepels, een lijntje in de neus. Ladies and gentlemen, let's welcome Vandersar!

De eerste strafschop van de Zweden had hij al bijna. De doelman zag de twijfel in de ogen van de strafschopnemers. Twijfel op het veld is dodelijk. Daar kwam `De Baard'. Strafschoppen en baarden verdragen elkaar slecht. De Baard zou later stamelen dat hij al achttien jaar geen penalty meer had genomen. Stom. Oefenen, jongen, oefenen. Van der Sar rook bloed. Een duik naar links. Hebben. Bijna klemvast. We keken in de ogen van een roofdier. Groupies verlieten spoorslags het supportersvak om aan de kleedkamerdeur te posten. Van der Sar was hot, deze zaterdagavond.

Tien minuten na de overwinning stond de huisvader in keeperskleding leep in de camera te staren. Vandersar was al weer een beetje Van der Sar aan het worden. Zijn zoontje Joe hing als een stoere ketting om zijn hals. Ik ken een nummer op een oude plaat van zangeres Abbey Lincoln met een van de mooiste titels ooit. Happiness is just a thing called Joe. Het gaat over onvoorwaardelijke liefde. De tekst is te eerlijk voor woorden. Echt, te eerlijk voor woorden. Misschien moet ik voor Van der Sar maar eens een cd'tje branden.

    • Wilfried de Jong