Vetstaartmaki's houden tropische winterslaap

Vetstaartmaki's kruipen een groot deel van het jaar in een boomhol en houden daar een soort `winterslaap'. Dit gedrag van halfapen uit Madagaskar was al langer bekend, maar Duitse biologen hebben nu via langdurige metingen laten zien dat het inderdaad om een winterslaap gaat. De stofwisseling en de lichaamstemperatuur gaan tijdens de zeven maanden durende slaap van het dier drastisch omlaag. Het is overigens meer een `droogteslaap', dan een winterslaap: deze maki's ontwaken in de regentijd (Nature, 24 juni).

De vetstaartmaki (Cheirogaleus medius) is een klein nachtdier dat voornamelijk leeft van nectar, bloemen, insecten en soms ook vruchten. In de droge bossen in het westen van Madagaskar zijn die voedingsmiddelen gedurende een groot deel van het jaar niet of nauwelijks beschikbaar omdat er in de droge tijd haast geen regen valt. Alleen in de regentijd is er volop voedsel. De vetstaartmaki heeft zich aan die situatie aangepast door zich in de droge periode terug te trekken in een boomhol. Door daar in rust te blijven, kan het dier energie besparen. De dikke staart van de maki dient onder meer voor de opslag van vetreserves. Die reserves bouwt het dier op in de actieve fase, zodat het niet nodig is om tijdens de lange winterslaap te foerageren.

De Duitse promovenda Kathrin Dausmann van de Phillips Universität in Marburg voerde een veldstudie uit in het Kirindy-bos in het westen van Madagaskar, waarbij zij continu de luchttemperatuur in het hol en de lichaamstemperatuur van de vetstaartmaki in winterslaap mat. De lichaamstemperatuur bleek in een dagelijks ritme flink te fluctueren, in gelijke tred met de luchttemperatuur in het hol. Het verschil in lichaamstemperatuur tussen dag en nacht was bij de meeste bijna 20°C, maar liep soms op tot 24,9°C. De laagste lichaamstemperatuur die Dausmann mat tijdens de winterslaap was 9,3°C en de hoogste 35,9°C. De vetstaartmaki's staken de thermoregulatie van hun lichaam, waardoor de lichaamstemperatuur, net als bij reptielen, afhankelijk wordt van de omgevingstemperatuur.

Dat bracht Dausmann op het idee om ook eens te kijken naar het verschil tussen goed en slecht geïsoleerde boomholen. Dat leverde de verrassende uitkomst op dat dieren in slecht geïsoleerde holen eigenlijk beter af zijn. Zij kunnen gewoon door blijven slapen. De dieren in de goed geïsoleerde holen werden echter gemiddeld eens in de week wakker. Het wakker worden tijdens de winterslaap kost de dieren erg veel energie. Volgens Dausmann moet de lichaamstemperatuur van de maki's regelmatig boven de 30°C komen om de fysiologie van het lichaam in stand te houden. Bij de dieren in de slecht geïsoleerde holen komt de lichaamstemperatuur vrijwel dagelijks boven de 30°C. De lichaamstemperatuur van dieren in goed geïsoleerde holen schommelt veel minder, maar blijft dagenlang rond de 25°C. Regelmatig wakker worden is voor hen de enige manier om de temperatuur op te schroeven. Hun lichaamstemperatuur komt dan kort (minder dan zes uur) weer even boven de 33°C.