UWV denkt wel heel raar met werkende ouderen mee

Enige tijd geleden lanceerde minister De Geus (Sociale Zaken) het voorstel dat ouderen zonder werk een eigen bedrijf zouden moeten beginnen. Dit zou goed zijn voor de economie en het beroep op pensioenfondsen en uitkeringsinstantie zou verminderd worden. De minister wees hierbij op de situatie in de Verenigde Staten. Ouderen die zo'n bedrijfje beginnen, zullen in veel gevallen een adviesbureau oprichten of kleine dienstverlenende activiteiten ondernemen. Zulke bedrijfjes zijn vaak een- of tweemansbedrijfjes.

Uit eigen ervaring weet ik dat deze bedrijfjes voor verschillende grotere bedrijven en organisaties interessant (kunnen) zijn. Helaas wordt de oproep van minister De Geus direct ondermijnd door zijn eigen UWV. Die stelt onmiddellijk vast dat de personen die voor zulke bedrijfjes werken ,,in dienst zijn'' van de ondernemingen die zij adviseren of waarvoor zij diensten verrichten. Verklaringen van de Belastingdienst dat dit zelfstandige bedrijven zijn waarvoor geen werkgeverspremies betaald hoeven te worden, worden terzijde geschoven. De instanties die gebruikmaken van zulke bedrijfjes, worden geconfronteerd met een forse naheffing over volgens de UWV verschuldigde werkgeverspremies plus een forse boete.

Natuurlijk kan zo'n instantie bezwaar maken, maar de kans op succes is twijfelachtig. De regels voor het vaststellen of werkgeverspremies verschuldigd zijn, blijken namelijk dusdanig ruim te zijn opgesteld dat de UWV eigenlijk altijd kan vaststellen dat werkgeverspremies verschuldigd zijn.

Het kan zelfs voorkomen dat een aantal klanten van hetzelfde bedrijfje met dit soort heffingen wordt geconfronteerd, zodat de UWV voor dezelfde persoon meerdere malen werkgeverspremies en boetes int. Daarenboven heeft de ondernemer een forse WAZ-premie betaald.

Het zou goed zijn indien de minister, wanneer zijn uitspraak serieus bedoeld is, de UWV tot de orde roept en aan deze praktijken een eind maakt.