Terugkomen is moeilijker dan vertrekken

Vera Boekema woont samen met haar vriend Anton in Breda. Op 7 maart is Anton als eerste luitenant van een peloton vertrokken naar Ar Rumaythah, Irak. Boekema verwacht hem volgende maand in Nederland terug. `Ik word helemaal gek van die mensen die zeggen dat hij er toch zelf voor gekozen heeft.'

Op het moment dat Vera Boekema hoorde dat haar vriend Anton als militair naar Irak zou gaan, moest het nog Kerstmis worden. Omdat Defensie nooit zeker weet of een uitzending doorgaat, wachtten de twee tot na nieuwjaar om het de familie te vertellen. Zo konden zij zelf ook vast wennen aan het idee.

Het was toen eind december 2003, in Irak was het onrustig maar Zuid-Irak was `veilig'. Nu is het juni 2004 en ook in Zuid-Irak is het onrustig. Op 10 mei werd tot schrik van de 1.275 in Irak gelegerde militairen een Nederlandse onderofficier bij een aanslag in As Samawah met handgranaten gedood. Intussen voert Anton – hij wil alleen met zijn voornaam in de krant – als eerste luitenant een peloton aan in Moegahjem Al Salam (Kamp van de Vrede), twee kilometer van Ar Rumaythah, de thuisbasis van de Nederlandse B-compagnie met ongeveer 180 militairen.

Vera Boekema (23) is sinds zeseneenhalf jaar de vriendin van Anton. Even studeerde zij in Amsterdam aan de Academie voor mode en vormgeving, nu volgt ze de opleiding voor assistent-manager bij een grote drogisterij in Breda. Anton (26) koos net als zijn grootvader voor een baan in het leger. Zij wonen samen en hebben geen kinderen. Vera: ,,Voor iedere militair is een uitzending als een grote finale. Je traint er jaren voor en eindelijk word je opgesteld. Natuurlijk missen de jongens hun dierbaren, maar daar praten ze over en daarna gaat de wedstrijd gewoon verder.''

Zes jaar geleden, in 1998, werd Anton voor het eerst uitgezonden, naar Bosnië. Nadat hij het vliegtuig was ingestapt, stond Vera's leven stil. Ze zat thuis op de bank, deed niets, en zag alleen haar familie die om de hoek woont. Deze keer nam zij zich voor het anders te doen: ze zijn voor Antons vertrek familieleden afgegaan, hebben thuis een afscheidsborrel gegeven en namen, net als alle andere militaire stellen, een korte vakantie. ,,We deden dat vooral ook om over moeilijke dingen te praten'', vertelt Vera. ,,Over het gevaar, over zijn en mijn angsten, en ja, ook over de dood. Door deze vakantie weet ik dat Anton een militaire begrafenis belangrijk vindt. Ik gun hem dat, maar ik zou zelf het gevoel hebben afscheid te nemen van een militair, terwijl daar dan wel mijn vriend Anton ligt.''

Iedere militair die uitgezonden wordt, krijgt van Defensie een draaiboek mee over wat er thuis moet worden geregeld. ,,Ze adviseren je alle papieren van de verzekering, van de bank en van andere instanties bij de hand te houden'', zegt Vera. Ook werden ze een paar weken voor de uitzending uitgenodigd op een familiedag. Daar werd achterblijvers verteld over de omstandigheden en over de opdrachten van de militairen. Over hoe je post kunt versturen en wát je mag versturen. Tijdschriften en kranten prima, maar beslist geen porno. Vera: ,,Máxima in bikini is volgens Defensie al porno.''

Eigenlijk is schrijven voor thuisblijvers de enige manier om contact te leggen, vertelt Vera, want ze mogen de jongens niet bellen. ,,Zo heeft Defensie meer controle over de informatiestroom naar buiten. Telefoons kunnen worden afgeluisterd of er kunnen plannen bewust gelekt worden. Heel frustrerend. Toen Anton naar Bosnië ging, kreeg hij gewoon een gsm mee van Defensie.''

Omgekeerd mag Anton zijn vriendin wel bellen. Maar dan staat hij met 180 anderen uren in de rij voor drie telefooncellen. ,,Het zijn vrij zakelijke gesprekken, want wie gaat er nou over zijn gevoelens praten als er rijen soldaten achter je staan? Ik hoor ook altijd dat hij een spiekbriefje in zijn handen heeft waarop dingen staan die hij wil zeggen, maar ook dingen die hij aan mij moet vragen: en hoe was het dinsdag bij de dokter? Hoeveel kilometer heb je al gereden in mijn auto? We hebben afgesproken dat hij ook mijn leventje een beetje blijft volgen. Anders is het eenrichtingsverkeer en groei je uit elkaar.

,,Antons leven gaat daar als een sneltrein. We verzamelen allebei knipsels, foto's en souvenirs om elkaar na de uitzending bij te praten en elkaar te laten zien. Hij stuurt ook wel eens cadeautjes; de wekkerradiomoskee is nu het favoriete cadeau, vertelde Anton – dat sturen ze allemaal. Het is een grote witte moskee en als het alarm afgaat, schrik je wakker van oorverdovend gebed en gezang. Je moet bij het uitslaan oppassen dat je je hand niet openhaalt aan de minaretten. Veel militairen sturen ook een burqa.

,,Wij sturen drop terug en mijn moeder heeft een miniwaterkokertje met Cup-a-soup en chocolademelkpoeder gestuurd. Deze week hebben we een pretpakket gemaakt met oranje vlaggetjes en pruiken met een oranje hanekam. Ze kunnen daar Nederlandse televisiezenders ontvangen en dus het EK-voetbal zien.''

Sommige vrouwen van militairen zijn aangesloten bij de kring, een soort onderlinge telefonische opvang. Vera niet. Zij belt af en toe met één vriendin van wie de vriend ook in Irak zit. Vera: ,,We wisselen ervaringen uit, maar het meeste doe ik alleen. Ik zie alles, ik knip alles uit, en ik vraag alles aan Anton. Maar toen een Nederlandse militair was gedood, bleef het stil. Wat bleek? Defensie verbood de mannen te bellen omdat de emoties anders te hoog zouden oplopen. In het kamp van Anton zijn ook mortieraanslagen gepleegd. De granaten vlogen in het rond, en ook toen mochten ze weer even niet bellen.

,,Na de dood van de sergeant kon ik drie dagen nauwelijks eten of praten. Mijn moeder heeft mijn werk af moeten zeggen omdat ik zelf aan de telefoon meteen begon te huilen. Ik was totaal verdoofd. Ik wilde weten wat er omging in Antons hoofd. We kunnen er niet naar toe en dan voel je je machteloos. En dan zeggen ze op tv ook nog dat het niet de laatste dode zal zijn. Natuuurlijk weten wij dat er doden kunnen vallen, maar we hoeven het niet op die manier van de nieuwslezer te horen!

,,Ik word helemaal gek van die mensen die mij dan de volgende dag zo aankijken van: hij heeft er toch zelf voor gekozen. Veel mensen reageren hun politieke overtuiging af op mij, omdat mijn vriend in Irak zit. Ze gaan er aan voorbij dat het zijn werk is en dat ik bezorgd ben en hem mis.

,,Ik ben pas begonnen met dagen aftellen toen we op de helft zaten. Hij is op 7 maart vertrokken en op 21 juli sta ik om 14 uur precies op de legerbasis Oirschot. Terugkomen vind ik soms moeilijker dan weggaan. Wij zijn gewend alles samen te doen, maar nu Anton weg is, doe ik alles alleen: het balkon schilderen, beslissingen nemen, alles. Dan denkt hij: ze kan het allemaal alleen, dus waarom zou ik de vuilnisbakken buiten zetten?

,,Het doet mij pijn dat politici na de dood van de sergeant hard roepen dat de Nederlanders terug moeten komen. Ik merk dan dat ik het leger sta te verdedigen, omdat Anton mij vertelt wat ze allemaal doen voor en met de bevolking. Pijpleidingen aanleggen, maar ook spreekuur houden voor Irakezen die doodsbenauwd zijn of heel praktische vragen hebben. Gisteren hoorde ik dat ze nu ook voetballen en hoofddoekjes aan het uitdelen zijn. Hun diensten zijn lang, ze moeten veel patrouilleren en er ook voor zorgen dat het cultureel erfgoed van Mesopotamië niet wordt geplunderd.

,,Ik raak van streek doordat het daar steeds onrustiger wordt. De militairen zijn kwetsbaar. `Veer', zei Anton laatst door de telefoon, `als ze ons aanvallen, denk ik dat ik me maar ingraaf.' Gelukkig zijn er nu ook Apaches heen. De militairen doen er echt alles aan om vriendelijk over te komen op de bevolking. De jeeps zijn open, de loop van hun geweer staat naar beneden gericht. De Engelsen noemen dat de Dutch Touch. Maar als ik dan weer hoor dat er een aanval is geweest, denk ik: 't is wel goed met die Dutch Touch – bescherm jezelf nou. Toen Anton de granaten om zijn oren hoorde vliegen, kon hij de volgende dag zijn lieve glimlach niet meer opzetten. Hij nam al zijn bescherming weer gewoon mee en zei: `ze kunnen me wat'.''

Uitgaan doet Vera Boekema niet zonder Anton, omdat ze dan alleen maar verliefde stelletjes ziet. Vera: ,,Ik ben niet zielig en ik ben ook niet de enige die dit meemaakt. Ik ben al over de helft. Het is te overzien. Zelf verleg ik de grens steeds een beetje meer. Vroeger zei ik: als je met me wil trouwen, neem je maar een andere baan. Nu denk ik al: als we kinderen krijgen, zou je misschien een administratieve baan bij het leger kunnen krijgen. Maar het is ook zijn werk en nu leef ik dan maar van uitzending naar uitzending. Dus hem vragen om te stoppen, nee, dat zal ik nooit.''