Terug naar de grotkerken van Spanje

Was het angst voor de moren? Rik Zaal zoekt in de Spaanse regio Cantabrië naar de oorsprong van de eeuwenoude grotkerkjes.

Het was juni en het regende hard in Spanje. Ik bevond me in het zuiden van Cantabrië, ergens bij de grens met Castilië. Ik was al maanden op reis ter voorbereiding van een heel Spanje omvattende reisgids die ik van plan was te schrijven en ik had het even gehad die dag. Dat kwam niet alleen door de regen. Er waren allerlei kerken niet open geweest voor bezichtiging, een museum was in restauratie, ik miste mijn familie en mijn vrienden en op de autoradio was niets te vinden dat mij troost kon bieden. Maar de plicht riep. Ik was in een streek terechtgekomen waar af en toe naar een `iglesia rupestre' werd gewezen, een grotkerk, een fenomeen dat ik niet kende.

Vanonder mijn kleine, door de wind geteisterde paraplu bekeek ik er twee van buiten. Ze bevonden zich allebei bovengronds in een losse rots, het ene kerkje klein als een ruime kluizenaarscel (kon ik zien door de deur en de vensters), het andere groot genoeg om banken en een altaar te bevatten. Wie hadden die grotten in die rotsen uitgegraven? En wanneer en waarom? Er was niemand om het aan te vragen en het bleef maar regenen. Toen ben ik naar het meest luxueuze hotel van de streek gereden. Daar was allerlei troost voorhanden. De plicht kon later wel weer.

De volgende dag ben ik niet teruggegaan. Ik besloot dat mijn boek het wel zonder die kerkjes kon doen, ook al omdat ze in een buurt lagen die ik heel moeilijk aan een logische route kon koppelen. Ik ging een andere kant op. Onder een stralende zon, weet ik nog.

De beslissing van toen is aan mij blijven knagen, ook nu mijn gids het al twee jaar heel goed zonder de grotkerken van Cantabrië redt. Door wat thuisstudie leerde ik bovendien dat ik de mooiste twee grotten had gemist en dat het in die streek heel erg mooi was wanneer het niet zo hard regende. Dus toen ik laatst in de buurt was, ben ik er naartoe gereden. Het was april en tussen de wolken door scheen geregeld een mooie lentezon.

DE EBRO

Het gebied heet Valderredible, het ligt ten oosten van het Castiliaanse Aguilar de Campóo nog net in Cantabrië, een kleine honderd kilometer ten zuiden van Santander, de hoofdstad van die autonome regio, en het is er inderdaad heel mooi. De Ebro, die in de buurt bij Reinosa ontspringt, stroomt er prachtig tussen de af en toe zeer steile rotsen van het omringende gebergte door en wordt aan beide oevers begeleid door loofbomen. Tussen de rivier en het gebergte is plaats voor gemengd bedrijf. Er wordt vee gehouden en er worden peulvruchten en granen verbouwd. De mensen, die er schaars zijn, wonen over het algemeen in zeer kleine nederzettingen: de gemeente Valderredible bestaat, verspreid over een groot gebied, uit tweeënvijftig woonkernen met in totaal slechts 1.300 inwoners. De meeste van die dorpjes liggen langs de weg die zich bevindt tussen de grote weg van Santander naar Burgos en die van Santander naar Palencia. Het is een prachtige route die voor het grootste deel langs de Ebro gaat. Drie van de grotkerkjes liggen aan deze weg, twee liggen er vlakbij.

Maar eerst nog even de vragen van de vorige reis: wie, wanneer en waarom? Een veel gehoorde verklaring is dat het schuilkerken waren die ergens tussen de achtste en de tiende eeuw zijn uitgehakt door christenen die bang waren voor de moren, zoals de islamitische Noord-Afrikanen werden genoemd die in 711 overstaken naar het Iberisch schiereiland en helemaal tot aan het midden van Frankrijk geraakten, waar ze in 732 bij Poitiers door de troepen van Karel Martel werden verslagen. Die Arabieren waren in de loop van de achtste eeuw vanuit het noorden van Spanje teruggedreven naar het midden en het zuiden, maar de streek die nu Valderredible heet bevond zich zo'n beetje op de grens tussen de christelijke en de moorse wereld, dus je wist maar nooit. En in die rotsen die van zandsteen zijn, kon je vrij gemakkelijk een ruimte uithakken waarin je je als christen onbespied en dus veilig kon voelen.

MONNIKEN

Een andere verklaring is dat al ver voor de moorse overheersing, in de zesde en de zevende eeuw, heremieten en monniken zich in de zelf uitgehakte grotjes terugtrokken om een leven van gebed en boetedoening te leiden. Maar omdat ze vanuit die gebedsruimten vaak ook het evangelie verkondigden aan de bewoners van de streek, zouden die grotcellen zijn uitgegroeid tot kleine godshuizen voor een kleine gemeente. De beide verklaringen kunnen ook in elkaar overlopen: wat als cel en later als gebedsruimte is begonnen vóór de tijd van de moren, kan later als schuilkerk zijn gebruikt.

De mooiste iglesias rupestres bevinden zich in het mooiste stuk van het gebied, in het oosten vlakbij de provincie Burgos. Die in Arroyuelos, in een wat lompe, afgeplatte rots, is waarschijnlijk gemaakt door bouwmeesters die uit het moorse deel van Spanje hierheen waren gevlucht. Door een deur van tralies zijn een zandstenen pilaar te zien, een altaar en bogen in de moorse hoefijzervorm. Iets verderop in Presillas de Bricia, net buiten Cantabrië, staat de meest indrukwekkende grotkerk. De rots zelf staat los in het landschap en ziet er bijna al als een kerk uit. Via een ijzeren ladder is een bordes te bereiken vanwaar beneden een gebedsruimte te zien is met drie door weer en wind uitgeslepen schepen en apsissen.

In Cadalso staat langs de weg een vrij lage rots waarin een simpel en klein kerkje is verborgen. Verder naar het westen is er nog een kleine in Campo de Ebro, in een rots achter de gewone kerk. Nog verder naar het westen, vlakbij Castrillo, staat de enige die nog als kerk in gebruik is: de Santa María de Valverde. Een extra verrassing in het oosten van Valderredible is de Colegiata in San Martín de Elines, een van de mooiste romaanse kerken van Cantabrië, die te bezichtigen is.

De grotkerken worden allemaal goed met borden aangeduid. De kerk in Santa María de Valverde is te bezichtigen. Als hij niet open is, is de sleutel te krijgen in het eerste huis van het naast de kerk gelegen gehucht. De rondleiding in de Colegiata van San Martín de Elines wordt gedaan door pastoor Bertín Gutiérrez López, die naast de kerk woont en een mooi boek over zijn kerk heeft geschreven. In Ruerrero is een café-restaurant, in Polientes zijn er drie, waarvan Sanpatiel is aan te raden. Logeren in de buurt kan in het wel heel rustieke bijgebouw van een romaans klooster, La Posada de Santa María la Real in Aguilar de Campóo, of in de parador van Cervera de Pisuerga die gevestigd is in een lelijk nieuw gebouw, maar prachtige, zeer ruime kamers heeft met een adembenemend uitzicht.

Rik Zaal is auteur van `Spanje. Een reisgids'.