Strijdbaar feministe en socialiste

Hilda Verwey-Jonker – sociologe, pleitbezorgster van de emancipatie van de vrouw en medeoprichtster van de Partij van de Arbeid – is woensdag op 96-jarige leeftijd overleden in haar woonplaats Utrecht. Dat heeft haar familie gisteren bekend gemaakt.

Hilda Jonker werd in 1908 geboren in Goes. Ze groeide op in een intellectueel progressief milieu. Haar moeder Lena was natuur- en wiskundige en was actief in de vrouwenbeweging waar zij bevriend raakte met Aletta Jacobs, de beroemdste feministe uit die tijd. In 2000 ontving Hilda Verwey-Jonker de Aletta Jacobsprijs voor haar bijdrage aan de emancipatie van de vrouw in de twintigste eeuw.

Verwey-Jonker begon haar politieke carrière in 1936 als Eindhovens gemeenteraadslid voor de SDAP. Na de Tweede Wereldoorlog was ze in 1946 een van de oprichters van de PvdA. ,,Het was een heel erg betrokken en erudiete vrouw'', zei PvdA-voorzitter Ruud Koole in een reactie op haar overlijden tegen het ANP. ,,Ze had een heel scherpe waarneming voor achtergestelden. En ondanks dat ze met tevredenheid kon terugkijken op alles wat ze heeft bereikt, was ze strijdbaar tot het eind.''

Tijens de Tweede Wereldoorlog zette ze zich in voor joodse vluchtelingen en maakte ze deel uit van het verzet. De sociologe promoveerde in 1945 op een onderzoek naar armoede onder ouderen. In de jaren vijftig was ze Eerste-Kamerlid voor de PvdA en verwierf ze bekendheid met een reeks spraakmakende artikelen over emancipatievraagstukken. Van 1957 tot 1972 was ze kroonlid van de Sociaal Economische Raad.

Nog op hoge leeftijd streed Verwey-Jonker tegen onrechtvaardigheid en vóór de socialistische principes. Op 85-jarige leeftijd schreef ze nog een fel polemisch stuk in de Groene Amsterdammer waarin ze uithaalde naar de bezuinigen op de bijstand. Dat schaadde, volgens haar, vooral de positie van gescheiden vrouwen.

Haar naam zal voortleven in het Verwey-Jonker Instituut dat in 1993 ontstond uit een fusie van de onderzoeksbureaus voor maatschappelijk- en opbouwwerk Nimawo en Nimo. Verwey-Jonker zelf verzette zich aanvankelijk tegen de naamgeving. ,,Ik vond het geen pas geven een instituut te vernoemen naar een nog levend persoon'', zei ze vorig jaar in een gesprek met deze krant. ,,Waarom? Denk aan al die straatnamen die vroeger naar Lenin waren vernoemd. Na de Koude Oorlog raakte Lenin uit de gratie en zijn ze stuk voor stuk omgedoopt. Dat risico loop je dus.''