Servië kiest tussen isolement en Europa

Servië kiest morgen een nieuwe president. Het kiest in feite voor of tegen een nieuw internationaal isolement. Wie ook wint, voor premier Koštunica breken moeilijke tijden aan.

Het is voor Servië morgen – weer – erop of eronder: de kiezers gaan uitmaken of Servië een ultra-nationalist als president krijgt, of een democraat. Als de eerste wint, wachten het land een nieuw internationaal isolement, een investeringsboycot en een regeringscrisis. Als de laatste wint, is in elk geval dat gevaar afgewend en kan Servië een nieuw begin maken. In beide gevallen is de vraag hoe benard de positie van premier Vojislav Koštunica eigenlijk is.

In het krijt treden morgen de overwinnaars van de eerste ronde, twee weken geleden: Tomislav Nikolic, leider van de extreem-rechtse Servische Radicale Partij SRS (30,44 procent van de stemmen in de eerste ronde), en Boris Tadic, leider van de Democratische Partij DS (27,6 procent).

Opiniepeilers hebben hun werk gedaan. Zij weten zeker dat Tadic wint als de opkomst hoog is. Immers, de xenofoob Nikolic heeft een trouwe en gedisciplineerde aanhang – van ouderen, plattelanders, slecht opgeleiden, ontevredenen, ultra-nationalisten – die sowieso naar de stembus gaat. Tadic moet het meer hebben van jongeren, stedelingen, goed opgeleiden, pro-Europeanen – die veel minder gedisciplineerd zijn. Als de opkomst hoog is, 53 procent, wint volgens de peilingen Tadic met zeven procentpunt voorsprong. Hoe lager de opkomst, hoe kleiner het verschil. Volgens de jongste peilingen valt een opkomst van 40 tot 43 procent te verwachten.

Partijloyaliteit (of het ontbreken daarvan) speelt ook een rol. In de eerste ronde leed de kandidaat van de drie regeringspartijen een zware nederlaag: Dragan Maršicanin, van de Democratische Partij van Servië (DSS), de partij van premier Koštunica, eindigde roemloos op de vierde plaats. De DSS van Koštunica en de DS van Tadic zijn weliswaar beide democratisch, maar hebben drie jaar hopeloos met elkaar overhoop gelegen, en velen betwijfelen of de aanhangers van de DSS zullen stemmen op de kandidaat van de DS.

Pas na veel druk – van Frankrijk, van de VS en van de EU, die als de dood zijn dat Nikolic wint – heeft Koštunica openlijk voor kandidaat Tadic uitgesproken. Maar dat betekent niet dat zijn aanhang zijn stemadvies ook daadwerkelijk ter harte neemt – zeker de helft zal het niet doen. Hetzelfde geldt voor de aanhangers van de SPO-NS, een andere regeringspartij. Samen hebben DSS en SPO-NS een kwart miljoen aanhangers. De meesten van hen vinden de patriottische boodschap van Nikolic aantrekkelijker dan de pro-Europese, hervormingsgezinde en democratische boodschap van Boris Tadic.

Dat geldt ook voor de aanhang van de zakenman en populist Bogoljub Karic, voormalig vriend en dito buurman van Slobodan Miloˇ­sevic, die in de eerste ronde verrassend derde werd, met 19 procent van de stemmen. Karic heeft zijn achterban – arme plattelanders, Kosovo-Serviërs – aangeraden op Tadic te stemmen, maar volgens peilingen doet bijna de helft van die aanhang dat niet: zij gaan op Nikolic stemmen, net als driekwart van de aanhangers van de socialistische partij, de partij van Miloševic.

Het is onwaarschijnlijk dat het enige televisiedebat van beide kandidaten, woensdag, enig verschil heeft gemaakt in al die percentages, want van debat was geen sprake. Tadic en Nikolic presenteerden hun programma's en onderstreepten de zwakten van de tegenstander. Tadic zei dat Nikolic' Radicalen jarenlang hebben samengewerkt met Miloševic en Nikolic zei dat Tadic' Democraten vier jaar lang verstrikt zijn geweest in het ene corruptieschandaal na het andere.

Nikolic, die in de campagne vaak riep pro-Europa te zijn, werd nog even geconfronteerd met een uitspraak uit 1999, toen hij EU-leiders als Chirac, Schröder en Blair ,,abnormale mensen en homoseksuelen'' noemde. Op de vraag of hij dat nog vindt, antwoordde Nikolic bevestigend: ,,Ze hebben onze kinderen vermoord'' in de NAVO-oorlog van 1999.

Wie ook wint, na morgen breken moeilijke tijden aan voor Vojislav Koštunica. Een zege van Nikolic maakt van Servië weer een internationale paria. Bovendien wil Nikolic Koštunica's regering ten val brengen en nieuwe verkiezingen afdwingen, waarbij zijn SRS nog groter zal worden dan ze nu al is.

Eén van de coalitiepartners van Koštunica, G17 Plus, stapt uit de (minderheids)regering als Nikolic wint, want een land met zo'n president wil ze niet mee-regeren: geen democratisch land zonder democratische president. En als Tadic wint, zal de druk van zijn coalitiepartners op Koštunica, om de door hem gehate DS in de regering op te nemen, nog toenemen.

Daarbij komt: de peilingen zijn desastreus voor Koštunica. Als de Serviërs vandaag een nieuw parlement zouden kiezen, zou 29,9 procent van hen op de Servische Radicale Partij stemmen, 26,5 procent op de Democratische Partij, en negentien procent op de partij van Karic. De drie regeringspartijen kunnen samen rekenen op 18,4 procent – maar twee van de drie partijen zouden de kiesdrempel en dus het parlement niet eens halen. Meer dan tachtig procent van de Serviërs zou op dit moment bij parlementsverkiezingen op de oppositie stemmen – veel slechter kan het Vojislav Koštunica niet vergaan.

    • Peter Michielsen