Scheelmakende saaiheid

Juni: maand van bruiloften en van Clinton-memoires. Je kunt al bijna van een traditie spreken. Precies een jaar geleden schreef ik op deze plek een stukje over de autobiografie van Hillary en nu, het zal niemand zijn ontgaan, is er dan eindelijk het verhaal van de grote man himself. Ik kon haast niet wachten om zíjn versie van het gebeurde te lezen.

Volgens de berichten was ik niet de enige. In de New York Times kwam een expert in `popular culture' aan het woord die verklaarde dat het Lewinsky-schandaal reden nummer 1 was waarom de Amerikanen het boek zouden kopen, en dat ze vast teleurgesteld zouden zijn zo weinig verwijzingen daarnaar aan te treffen. ,,Dit zou, naast de Satanic Verses van Rushdie, wel eens het meest verkochte maar minst gelezen boek sinds tijden kunnen worden'', concludeerde hij. Een andere expert, in taalkunde, zei dat die terughoudendheid juist opzettelijk was, want diametraal tegenovergesteld aan de pornografische details van het Starr Report. Hoe dan ook, de lezers moeten het doen met ,,I'd had an inappropriate encounter with Monica Lewinsky and would do so again on other occasions between November and April, when she left the White House for the Pentagon''.

Na slechts een klein aantal van de 957 pagina's moest ik toegeven dat de vernietigende recensie in de New York Times – verdacht, want al tien jaar virulent anti-Clinton – in ieder geval op één punt gelijk had: het boek was van een onontkoombare, scheelmakende saaiheid.

Nu is saaiheid op zich natuurlijk een uitstekende afleidingsmanoeuvre; eigenlijk een interessante variant op de strategie van Hillary – niets zeggen door schijnbare openhartigheid. Schijnbare volledigheid, een overmaat aan niet door te komen details: het is een van de meest effectieve manieren om verhullend te werk te gaan. En inderdaad ontsnapte ik niet aan de anesthetische werking: ik werd overvallen door een grote vermoeidheid.

Daarbij hoorde ik ook telkens, als een prettige stoorzender tussen de regels van Clinton door, de stem in mijn hoofd van de professor uit Marokko die ik kortgeleden had gesproken. Die leek zich wat meer bewust van de pogingen van mensen om de verwantwoordelijkheid voor hun eigen duistere impulsen bij anderen te leggen. Hij had dus wél een interessant verhaal over het huwelijk, vrouwen en macht.

,,Twee keer ben ik in het huwelijk getreden'', begon hij, terwijl we in het restaurant over onze tonijnsalade gebogen zaten, ,,de eerste keer met een heel traditionele vrouw. We waren totaal verschillend, maar het was een grote liefde, en ik nam veel op de koop toe. Wilde zij dat ik voortaan iedere dag thuis was om zeven uur, dan zei ik tegen mezelf, ja, dat is ook wat ik wil. Zo ging het een tijdje, en stukje bij beetje moest ik meer toegeven, totdat de liefde omsloeg in grote haat. Gelukkig hadden we geen kinderen, want als je kinderen hebt in Marokko, dan is je lot'', en hij slaat met zijn vlakke hand op zijn vuist, ,,bezegeld. We scheidden. Niets is er overgebleven van die grote liefde; alles wat ik me nu herinner is die grote haat.''

Zijn tweede vrouw is moderner, zestien jaar zijn ze nu samen. ,,Vijf kinderen'', straalt hij, ,,en ik hou erg veel van mijn vrouw. En dat'', vervolgt hij, ,,is heel zeldzaam in Marokko. Liefde is geen prioriteit in veel islamitische huwelijken, integendeel, het wordt door traditioneel ingestelde Marokkanen eerder als een ontregelende kracht gezien. En dat wordt steeds erger, jullie hebben geen idee. Het is een heel duistere geest die ontketend is door de fundamentalisten'', windt hij zich zichtbaar op, ,,en jullie lijken dat alleen maar te bagatelliseren hier in Nederland.''

Hij verwijst naar de Egyptische auteur Ahmed Al-Shahawi (die ik vorige week ïnterviewde voor deze krant), wiens boek Aanbevelingen inzake de hartstocht van vrouwen in een fatwa werd veroordeeld als obsceen. Een deel van de motivatie luidde letterlijk: ,,De auteur roept vrouwen op om zich zonder voorbehoud over te geven aan de liefde (...), hun lichaam en ziel te geven zonder schaamte, en zich naakt aan hun geliefde te tonen.''

,,Ja'', zei de Marokkaanse professor, ,,je zou zeggen: niet meer dan normaal. Maar de fundamentalisten keuren het inderdaad af dat mannen hun eigen echtgenotes naakt zien. Aan de basis van het fundamentalisme ligt dan ook angst, de angst voor de macht van de vrouw over mannen. Ze denken dat ze die macht kunnen ontkennen door vrouwen weg te stoppen, ze uit het openbare leven te houden, er een doek overheen te gooien. Maar daarmee ontkennen ze een deel van zichzelf, en hun eigen menselijkheid.''

Tja, iedereen probeert natuurlijk wel eens de schuld voor zijn eigen zwakheid bij een ander te leggen, alleen gaan sommige mensen daarin iets verder dan anderen. Een doek gooien over Monica Lewinsky, zou het hebben geholpen? Eén ding moet je Clinton wel nageven: hij stelt tenminste dat zijn ,,vreselijke morele vergissing'' voortkomt uit het ,,donkerste deel van mijn innerlijk leven''. Een donker deel, zo laat hij niet na te vermelden, dat hij natuurlijk wel te danken heeft aan zijn ongelukkige jeugd en gewelddadige stiefvader, waarna de ,,rechtse samenzwering'' het er natuurlijk niet beter op maakte – al zijn verdrongen woede kwam weer boven – om maar te zwijgen van Kenneth Star...

Nee, de mantel der morele rechtschapenheid past hem nog steeds niet. De indertijd machtigste man ter wereld, die het met een stagiaire deed ,,omdat het kon'', en nu op televisie obligaat zijn donkerste deel zit te ontkennen door te zeggen dat dat natuurlijk ,,de meest moreel onverdedigbare reden is om wat dan ook te doen'' maar wel met een twinkeling in zijn ogen. En ach, wat kan het ons ook schelen.

Een onleesbaar boek publiceren, alleen omdat het kon, dat is pas echt moreel onverdedigbaar.