OZB is de lelijkste en meest irritante belasting

In het redactioneel commentaar (Opinie & Debat, 19 juni `Regenten onder elkaar' staat: ,,Eigenlijk is de OZB de mooiste belasting''. Ik kan me nauwelijks voorstellen dat deze stelling door veel mensen wordt onderschreven. De OZB kan om meer dan één reden eerder als de lelijkste belasting worden betiteld.

De OZB is willekeurig. Iedere gemeente kan jaarlijks zelfstandig de tarieven vaststellen. Hiervoor bestaan nauwelijks vaste criteria. Weliswaar wordt er met een schuin oog naar de tarieven van andere gemeenten gekeken, maar in wezen is de tariefvaststelling willekeurig en jaarlijks variabel. In sommige gemeenten overschrijden de tariefstijgingen ruimschoots de jaarlijkse inflatie, in andere weer niet.

Hierdoor kunnen grote onbillijkheden ontstaan. Met name in de Randstad, waar gemeenten steeds meer aan elkaar groeien, komt het dikwijls voor dat identieke panden, vrijwel naast elkaar aan de zelfde weg gelegen, maar door de gemeentegrens gescheiden, verschillend belast worden omdat de tarieven van gemeente tot gemeente aanzienlijk kunnen verschillen.

De OZB is bovendien de meest inefficiënte belasting die in ons land bestaat. Alleen al in de gemeente Rotterdam zitten honderden gekwalificeerde belastingambtenaren al jaren lang niets anders te doen dan het afhandelen van duizenden bezwaarschriften.

De OZB is, tot slot, na het beruchte `kwartje van Kok', mede gezien het voorgaande ook de meest irritante belasting in ons land. Terwijl iedere Nederlander de reguliere inkomstenbelasting en de BTW als vanzelfsprekend accepteert, ervaart hij de OZB als irritant, omdat hij de billijkheid, de noodzaak en de efficiëntie niet kan begrijpen.