Over de rand gewipt

Ze zijn verwekt aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Ze leverden hun bijdrage aan de verzorgingsstaat. Maar in de nadagen van hun arbeidzame leven is het op. Om de economie gezond te maken wil het kabinet een einde maken aan het massale vervroegd uittreden – vorig jaar werkte niet meer dan 18,7 procent van de 60- tot 65-jarigen meer dan twaalf uur per week. Daarom zijn vanaf 1 januari 2006 voor mensen die dan nog geen zestig jaar zijn de regelingen voor prepensioen niet langer fiscaal aftrekbaar. Dat betekent dat de eerste generatie babyboomers tot hun vijfenzestigste zal werken.

Deze week spraken vakbondsleden zich per referendum massaal tegen dit kabinetsvoornemen uit, maar niet unaniem. ,,Het lijkt leuk al die mensen van tussen de 50 en 60 in campers of op stevige batavussen. Maar hun vakantie-gevoel ontneemt mijn generatie het zicht op rust'', schrijft ene Paulien op de website van de FNV. `Henk' scheldt zijn frustratie van zich af: ,,Als je mijn dochter was gingen nu je vingertjes in de bankschroef zodat je niet meer van die onzin kunt typen.'' `Tony' antwoordt: ,,Jarenlang heb ik ervoor betaald om desgewenst met 62 te kunnen stoppen. Laat ook de jongere generatie eens de handen uit de mouwen steken. Al die mooie regelingen als ouderschapsverlof, kinderopvang zijn allemaal aan onze neus voorbij gegaan.'' Maar Arne valt `Paulien' bij: ,,De FNV staat tegenwoordig voor het uitkleden van de betalende generatie door de profiterende generatie. Het kabinet heeft groot gelijk dat het hier een rem op zet uit naam van het algemeen belang.''

Werkgevers, werknemers en kabinet probeerden vorige maand tijdens het Voorjaarsoverleg nog een compromis te bereiken. Kabinet en werkgevers wilden meebetalen aan een pensioen vanaf 62,5 jaar, maar de vakbonden accepteeerden dat niet. Ze wilden meer en hekelden het kabinetsstandpunt om werknemers de kans te geven uit collectieve pensioenregelingen te stappen, met medeneming van premies die zijzelf en hun baas hebben gestort, om op eigen kosten hun (vroeg)pensioen te regelen. Dat beschouwen de vakbonden als het einde van de solidariteit. Want nu betalen jongeren mee aan de kosten van de prepensioenen van ouderen, waarna later weer nieuwe jongeren hun kosten dragen. Maar ook het kabinet hamert op solidariteit – maar dat is solidariteit met de jongere generatie, die met steeds minder mensen steeds meer moeten betalen voor het vergrijzende Nederland.

Zal de solidariteit met de mensen die nu vlak voor hun prepensioen staan alsnog worden hersteld? Als het aan het kabinet ligt niet. Dat kondigde gisteren een wetsvoorstel aan dat de fiscale begunstiging van prepensioen afschaft. De Tweede Kamer, die zich na de zomer hierover buigt, lijkt niet genegen de plannen te verzachten – de coalitiepartijen steunen het kabinet. Bovendien is onduidelijk of het bedrijfsleven met zijn CAO's de schade kan herstellen. De premies zullen in dat geval stijgen. En het is de vraag of dat betaalbaar is.

Nu sparen werknemers die onder een CAO of bedrijfsregeling vallen verplicht voor het vervroegd pensioen. Dat gaat door afdracht van premies aan een pensioenfonds. Vaak betaalt de werkgever een deel van de premie en wordt de rest door de werknemer betaald. Hun gezamenlijke premie bedraagt gemiddeld ongeveer 5 tot 6 procent van het brutosalaris, waarvan de werknemer doorgaans de helft van de premie betaalt. De leeftijd waarop het vroegpensioen ingaat verschilt per sector. Vaak laat een prepensioen de werknemer een keuze, waarbij de uitkering lager wordt naarmate je eerder uitstapt. De gemiddelde `spilleeftijd' in Nederland is 61,3 jaar.

Wilt u reageren? Stuur uw reactie naar zbrieven@nrc.nl of schrijf het Zaterdags Bijvoegsel, Postbus 8987, 3009 TH Rotterdam