Nederland traag met Europese regels

Staatssecretaris Nicolaï (Europese Zaken) is er niet in geslaagd de grote achterstand van Nederland bij het omzetten van Europese regels in nationale wetgeving tijdig weg te werken.

Op sommige terreinen is de achterstand het laatste half jaar zelfs groter geworden, terwijl Nicolaï begin dit jaar juist extra inspanningen aankondigde om de omzetting te versnellen, mede omdat Nederland vanaf 1 juli voorzitter is van de Europese Unie.

Een jaar geleden was Nederland te laat bij de omzetting van zo'n vijftig Europese richtlijnen. Volgens de laatste inventarisatie, die Nicolaï onlangs naar de Tweede Kamer stuurde, waren per 31 maart 2004 vijftien richtlijnen meer te laat. Hoewel sindsdien op enkele ministeries enige vooruitgang is geboekt, erkent de woordvoerder van Nicolaï ,,dat het niet is gelukt onze ambities te verwezenlijken om voor 1 juli, bij het begin van het voorzitterschap, de achterstand te hebben weggewerkt''.

De burger zal weinig merken van de vertraging. Het gaat vaak over technische zaken of over kwesties die pas over een paar jaar spelen. Zo betreft een van de Europese richtlijnen die per 1 januari 2004 had moeten zijn omgezet maar die nu pas bij de Raad van State ligt ter goedkeuring, de verplichte aanpassing van auto's om de gevolgen van een botsing met een voetganger zo klein mogelijk te maken. Om letsel voor de voetganger te beperken moeten in sommige gevallen bijvoorbeeld de bumpers worden aangepast. Vanaf 1 oktober 2005 moeten alle autoproducenten de aanpassingen aanbrengen; vanaf 2010 mogen alleen nog aangepaste auto's rondrijden.

Begin dit jaar tikte de Europese Commissie Nederland op de vingers wegens de vele overschrijdingen van tijdslimieten bij de omzetting van regelgeving. Nicolaï kondigde toen aan collega's van wie de ministeries achterliepen, in de ministerraad extra te manen die achterstand in te lopen. De Kamer, die ook op maatregelen aandrong, kreeg van Nicolaï extra informatie welke ministeries op welke gebieden verzuimden.

,,Het is noodzakelijk dat Nederland de achterstanden snel wegwerkt'', zei Nicolaï begin dit jaar tegen deze krant. ,,Zeker met het oog op het Nederlands voorzitterschap dat op 1 juli begint, moeten we het goede voorbeeld geven.'' Eerder was Ierland, nu EU-voorzitter, er wel in geslaagd de meeste achterstanden weg te werken.

Tijdige omzetting van Europese richtlijnen is in de eerste plaats een Europees belang. De Europese Commissie dringt er bij de lidstaten op aan de Europese markt optimaal te laten werken door in dezelfde periode Europese regels in eigen wetgeving om te zetten, zodat de onderlinge concurrentie eerlijk verloopt. Sommige landen, zo vermoedt de Europese Commissie, wachten expres lang om een concurrentievoordeel te behalen.

[vervolg REGELS: pagina 7]

REGELS

Vooral VROM loopt achter

[vervolg van pagina 1]

Een land dat te lang wacht met het omzetten van Europese regels, wordt door de Commissie voor de Europese rechter gedaagd. Een jaar geleden liepen 35 van dergelijke inbreukprocedures tegen Nederland. Hoeveel dat er nu zijn is onbekend: het ministerie verstrekt deze gegevens niet meer aan de Kamer.

De ministeries met de grootste vertraging zijn Volkhuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (15 richtlijnen te laat), Verkeer en Waterstaat (14 richtlijnen te laat) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Geheel toevallig is dit niet. Op terreinen als milieu, verkeer en voedselkwaliteit dat onder VWS valt, heeft de Europese Unie grote zeggenschap. Op diverse ministeries zoals Volksgezondheid en Verkeer en Waterstaat zijn de laatste maanden extra ambtenaren ingezet om de achterstanden weg te werken. Dat dit toch niet gelukt is, wijten woordvoerders van de departementen onder meer aan de veelheid van de Europese regels, die Nederland als voorzitter wil terugdringen. Zo wijst een woordvoerder van Verkeer en Waterstaat erop dat tussen 1 januari 2003 en 1 maart 2004 twaalf richtlijnen zijn verwerkt, maar er negentien bijkwamen.

Andere genoemde oorzaken van vertraging zijn het relatief decentraal opgezette bestuur in Nederland waardoor veel aanvullende wetgeving op lager niveau nodig is en de traagheid van Eerste en Tweede Kamer bij de afhandeling van wetgeving. Zo wijst de woordvoerder van VWS erop dat drie richtlijnen bij de Eerste Kamer op afhandeling wachten, die pas na het zomerreces aan de beurt komen. Nicolaï noemde vorig jaar vijf redenen voor vertraging: het te laat beginnen door departementen met advisering en overleg met het parlement, onvoldoende bewaking van de voortgang op de departementen zelf, te korte implementatietermijnen, beperkte juridische capaciteit bij de departementen, en het te veel implementeren van wet- en regelgeving op een te hoog niveau.