Multatuli

Het stuk van Marita Mathijsen (W&O 19 juni) heeft me geschokt. Dreigt het Multatuli-museum te verloren te gaan omdat de Gemeente Amsterdam hier geen 20.000 euro op jaarbasis voor over heeft? Dat is dan een onbegrijpelijke en foute beslissing. Nog ieder jaar lezen tienduizenden scholieren het verhaal van de Toean Assistent Resident van Lebak. Vorig jaar ontving Dik van der Meulen de AKO-literatuurprijs voor zijn uitgebreide biografie over Eduard Douwes Dekker. Er is geen supermarkt in Nederland waar je niet een pak Max Havelaar koffie kunt kopen. Multatuli is, kortom, niet meer weg te denken uit onze maatschappij en uit ons gemeenschapelijke geweten.

En de Gemeente Amsterdam, nog steeds trouw aan de kleinzielige kruideniersmentaliteit die Multatuli in zijn boeken zo goed beschreef, besluit dan kennelijk zomaar om het Multatuli-museum niet langer te subsidiëren. Hoe moet dat dan verder? We kunnen allen lid worden van het Multatuli-Genootschap en een inzameling onder de leden houden. Dat zal wel wat opleveren. We kunnen ook de Staat der Nederlanden vragen om subsidie te verlenen, Multatuli was en is immers een man wiens gedachtengoed en literatuur van nationaal belang was, het Amsterdamse verre overstijgend. Of moeten we misschien de Republiek Indonesië vragen om een steentje bij te dragen? Daar waar de Nederlandse overheid weer eens laat zien waar een klein land klein in kan zijn, zal het grote Indonesië misschien wel met een gepaste mate van genoegen willen tonen waar een groot land groot in kan zijn. En laten we eerlijk zijn: ook Indonesië is onze vriend Multatuli nog wel wat verplicht.