`Mijn criminele kennis haal ik uit speelfilms'

De negentiende Gouden Strop, de prijs voor het beste oorspronkelijk Nederlandstalige spannende boek van het jaar is woensdagavond gewonnen door debutant Elvin Post. ,,Mijn volgende boek speelt zeker weer in de Verenigde Staten.''

Maandagavond, minder dan achtenveertig uur voordat Elvin Post als jongste winnaar (hij is uit 1973) en als eerste debutant de Gouden Strop wint, kan hij zich dat nog niet voorstellen. Het zal René Appel wel worden, denkt hij, want die schreef een heel sterk boek en de routiniers winnen nu eenmaal vaak, zeker vaker dan debutanten. Vorig jaar zat hij zelf als thrillerrecensent van het Algemeen Dagblad in de Stropjury die Tomas Ross aan zijn zoveelste bekroning hielp.

Woensdagavond kreeg Elvin Post de prijs toegekend tijdens een bijzondere uitzending van het televisieprogramma TV3 in de Amsterdamse Stadsschouwburg voor zijn roman Groene Vrijdag.

Het schrijven van thrillers is een familiekwaal. Vader Jacques Post is tegenwoordig uitgever van spannende boeken, maar schreef in een vorig leven thrillers; met een ervan werd hij in 1991 ook genomineerd voor de Strop.

Maar eigenlijk trad Elvin Post vooral in de zakelijke voetsporen van zijn vader toen hij manuscripten ging beoordelen voor een literair agent in Nederland en later voor een in New York. Voor die tijd las hij niet eens graag.

De Stropjury prees Groene Vrijdag als een on-Nederlands boek. Het verhaal speelt duidelijk in New York, en de absurditeit van het Amerikaanse leven draagt ernstig bij aan de smakelijke humor waar het op drijft. ,,Ik weet nog niet waar mijn volgende boek over gaat'', zegt Post desgevraagd, ,,maar wel dat het weer in de Verenigde Staten zal spelen.''

Waarom daar? ,,Dat is een gevoelskwestie.'' Het is evenzeer een gevoelskwestie als de naamgeving van zijn personages. ,,Elmore Leonard'', vertelt Post, ,,wijst op het belang van goede namen. Is de naam goed, dan zie je het personage voor je. Hij merkt zelfs ergens op dat hij in het manuscript een naam veranderde, waarna de jongen om wie het ging in zijn gedachten vijf inches groeide.''

Post deed in New York meer indrukken op dan hij in zijn brieven kwijt kon. Daarom begon hij in het Engels een roman te schrijven à la Elmore Leonard, zijn literaire held die vooral bekend staat om droge humor, sterke dialogen in gewone mensentaal. Dat zich onder Leonards fans ook cult-regisseur Quentin Tarantino bevindt – die Leonards Jackie Brown verfilmde – maakt de cirkel rond.

Willem Jan Otten beschreef ooit het ontstaan van een televisiegeneratie die een emotie in eerste instantie zou herkennen van filmbeelden en die daardoor bij iedere gebeurtenis de ,,innerlijke videotheek'' zou moeten raadplegen om de bijbehorende emotie te vinden. Die nieuwe generatie emotionele cyborgs loopt rond door de werelden van Post en Tarantino. En in Groene Vrijdag levert dat een groot voordeel op.

,,Ik heb zelf geen ervaring op crimineel gebied'', aldus Post. ,,En doordat bijvoorbeeld Winston zich voortdurend voor de geest haalt hoe acteurs in de film een probleem aanpakken, kan hij toch gebruik maken van mijn kennis op dat gebied, al komt die uit speelfilms.'' Posts hoofdpersoon, de naïeve Winston Malone, komt van straat, of beter: uit de metro. De klacht van een medepassagier dat een verwachte loonsverhoging uitbleef en hij daardoor zijn alvast aangeschafte luxegoederen niet kon afbetalen, tekende Post regelrecht op uit de werkelijkheid. De medepassagier groeide in zijn fantasie uit tot een karikaturale schlemiel die een wapen op de kop tikt bij een al even prototypische Italiaanse maffiabaas Leo Roma, beter bekend als de IJscoman, en hij werd fictie: ,,Als je bij de ijscoman bijvoorbeeld om een Magnum vroeg, was het van essentieel belang dat je specificeerde wat voor Magnum je precies bedoelde: de witte, de almond, de chocola, of de .9mm.''

En zelfs zijn humor haalt Post uit de alledaagse werkelijkheid. ,,Twee mannen die uiterst serieus een demonstratie van een kopieermachine geven en daarbij dingen zeggen als: `Steek je hand er maar even in, je hoeft niet bang voor dit apparaat te zijn. Het is een machine, geen monster.' Dat vind ik humor, maar ik heb het tevens zelf meegemaakt en daarmee is het dus deel van de `serieuze' werkelijkheid.

,,Zo'n passage kun je gebruiken door de demonstratie te laten geven aan iemand die toch al een zenuwinzinking nabij is – in Groene vrijdag had ik iets nodig dat de vrouw van mijn hoofdpersoon gillend haar werkplek zou doen verlaten, dus liet ik haar door deze twee heren als een malloot behandelen.''

Terug in Nederland vertaalde Post zijn onaffe roman, na aanbevelingen van Nicci French die hij de eerste hoofdstukken had getoond. Nog geen halfjaar na verschijning is er nu een derde druk in de maak, heeft hij een belangrijke prijs gekregen en vraagt iedereen of hij geen druk voelt, of `alles' niet veel zwaarder wordt door zo'n prijs. Maar Post is nog even nuchter en tevreden als hij maandag was. ,,Het is allemaal zo leuk. Ik geniet er nu gewoon van. De rest zien we later wel.''