Met grote gebaren en een piepstem

In peuterspeelzaal de Kuikenhof in Breda leren allochtone moeders hoe leuk het is om voor te lezen.

`ZE KUNNEN ZEGGEN wat ze willen, maar de olifant, die heeft de dikste billen van het hele land.'' Ingeborg Hulsebos, vertelster en `leesbevorderaar', heeft een gekke muts opgezet en zingt de sterren van de hemel in peuterspeelzaal de Kuikenhof in Breda. ``En de giraf die heeft de langste nek en het nijlpaard heeft de grootste bek.'' Terwijl ze rondjes draait slaat ze zich op de billen, rekt haar nek uit en klapt met haar handen een virtuele nijlpaardenbek dicht. Haar gehoor bestaat uit een groepje allochtone moeders met hun peuters. Lachend klappen ze in hun handen, maar verder dan dat gaan ze niet. Ook niet als Hulsebos hen aanspoort. ``Kom op, als jij het niet voordoet, doet je kindje het ook niet!'' ``Ja'', zegt één van de vrouwen, ``maar jij wordt ervoor betaald om gek te doen''.

Vandaag komen deze moeders, negen in totaal, voor de derde keer bijeen voor de cursus `Tijd voor een boek'. De cursus van vijf middagen, die al op meerdere peuterspeelzalen is gegeven, is een initiatief van de Bibliotheek Breda. De moeders – en soms een enkele vader – betalen vijftig cent voor koffie en thee. ``Ik wil ze laten voelen hoe leuk het is om voor te lezen'', zegt Hulsebos. ``Dat het energie kost, aan het einde van je dag, maar dat je er ook veel energie van krijgt.'' Ze hoopt op die manier haar cursisten te inspireren tot (meer) voorlezen en gaat een keer met ze naar de bibliotheek om te laten zien waar de kinderboeken staan. Wie de cursus afmaakt krijgt een prentenboekje cadeau.

Dat zo'n cursus geen overbodige luxe is, ziet Hulsebos keer op keer. Bij deze cursus is het niveau van geletterdheid nu hoog, maar geregeld komt zij in groepen waar het enige boek in huis het telefoonboek is. Groepen waar dat gratis prentenboekje al bij de deur van het lokaal kapot is getrokken door kindlief. ``Gewoon, omdat ze niet weten wat een boek is en hoe je daarmee omgaat.''

Haar waarneming wordt gestaafd door de NIPO Allochtonen Monitor 2000, waarin in opdracht van Stichting Lezen een aantal vragen over voorlezen waren opgenomen. Hieruit blijkt dat over het algemeen in gezinnen van Turkse en Marokkaanse afkomst minder vaak wordt voorgelezen dan in gezinnen van Nederlandse, Surinaamse of Antilliaanse afkomst. Ongeveer één op de drie kinderen tot en met twaalf jaar van Turkse en Marokkaanse origine wordt zelfs nooit voorgelezen. Het betreft vooral gezinnen met oudere ouders, ouders met een laag opleidingsniveau en ouders die het Nederlands onvoldoende beheersen. Geregeld neemt hier een zusje of broertje de rol van voorlezer over. Van de Turkse ouders die wel voorlezen leest ruim een kwart voor in de eigen taal, bij Marokkanen ligt dat percentage lager (13 procent). Wel vertellen Marokkaanse en Turkse ouders vaker verhalen (door) aan hun kinderen dan Nederlandse ouders (respectievelijk 20, 14 en 7 procent).

Assia en Jamila zijn twee jonge moeders van Marokkaanse origine. Assia werkt vrijwel fulltime als telefoniste en heeft drie kinderen, Yassin (7), Bilal (2) en Asmae (1). Jamila is huisvrouw en de moeder van Asiah (3). De cursus `Tijd voor een boek' vinden ze allebei `erg leuk'. Assia las haar kinderen twee, drie keer per week voor, maar probeert het nu vaker te doen. ``Ik ben me er nu meer van bewust hoe belangrijk het is.'' Datzelfde geldt voor Jamila. ``Eerst was het even voorlezen en dan wegwezen. Maar door wat Ingeborg ons heeft verteld ben ik het zelf ook leuker gaan vinden. Met je kind lekker knus tegen je aan op de bank of, zoals Ingeborg het zegt, in het grote-mensen-bed.''

Assia leest haar kinderen sprookjes voor, Roodkapje, Doornroosje. Ook verhalen uit de koran zijn favoriet, zoals het spannende verhaal van Moussa (Mozes). Of ze verzint zelf een verhaaltje met `er was eens'. Die vertelcultuur zit ook Jamila in de genen. Zij koestert warme herinneringen aan de sfeer die haar moeder wist op te roepen met de verhalen die zij tegen de kleine Jamila vertelde. Beide moeders lezen hun kinderen geen verhalen voor in hun moedertaal. ``Ik lees niet goed genoeg Arabisch'', zegt Assia.

De moeders zitten rond een tafel die bezaaid is met boeken, thee- en koffiekannen en koekjes. ``Waarom is voorlezen belangrijk?'' vraagt Hulsebos. ``Omdat kinderen het leuk vinden'', zegt een moeder. ``Om ze te ontspannen voor ze gaan slapen'', zegt een ander. ``Dat is heel belangrijk'', beaamt Hulsebos, ``want hoe meer momenten van rust je je kind geeft, hoe beter jouw kind van binnen groot wordt. En wat denken jullie van taalontwikkeling?'' Iedereen knikt, maar Jamila merkt op dat ze van de televisie ook veel leren. ``Ja'', zegt een andere moeder, ``maar uit onderzoek blijkt dat kinderen die veel televisie kijken moeite hebben zich te concentreren.''

Hulsebos knikt. ``Op televisie gaan die beelden maar door. Je kunt niet even terugkijken, en dat, dames, is nu het voordeel van een boek. Het is interactief. Als je kind iets aanwijst kunt je erop doorgaan.'' Ter illustratie pakt ze het boekje `Nandi's verrassing' van Eileen Browne en leest het rustig voor, wijzend op details, tips gevend hoe ze het verhaal spannend kunnen maken – door te gaan fluisteren of een keer `oh' te roepen en je hand voor je mond te slaan –, dat een olifant altijd een zware stem moet krijgen met grootse gebaren en een muisje juist heel klein, met een piepstem. Het lijken open deuren, maar alle informatie wordt opgezogen.

Hulsebos merkt ook op dat voorlezen belangrijk is omdat het de fantasie stimuleert. ``Maar waarom is fantasie zo belangrijk?'' ``Tja'', zegt Jamila, ``anders is het leven zo saai, hè?'' Het is een bruggetje naar een concreet onderdeel van de cursus: zelf een boekje knippen en plakken. Hulsebos: ``En van jullie verwacht ik meer dan wat plaatjes uit een tijdschrift achter elkaar gezet. Ik wil een echt verhaal, want jullie kunnen zo goed Nederlands spreken.'' Die opmerking leidt tot puberaal gedrag in de groep. ``Ik niet begrijpen'', zegt Assia proestend. ``Ik geen fantasie hebben'', zegt Jamila met een grote grijns. ``Pfff'', zegt Assia, ``als jij het woord `fantasie' kent, kun jij heus wel zo'n boekje maken!''