Lijden uit vrije wil

Maartje Duin wordt ondernemer: ze fietst geld bij elkaar voor de Amerikaanse liefdadigheidsindustrie.

Twee weken geleden deed ik mee aan de Aids Lifecycle. De Aids Lifecycle is een fietstocht van San Francisco naar Los Angeles, 942 kilometer in zeven dagen. Elke deelnemer moet een minimum van 2.500 dollar aan sponsorgelden ophalen. Die bedragen gaan naar mensen met HIV en aids in San Francisco en LA die hun eigen medicijnen niet kunnen bekostigen omdat ze niet of onderverzekerd zijn.

Ik was op deze filantropische fietstocht attent gemaakt door een foldertje dat ik in de bibliotheek zag liggen. Daarop stond in felrode letters: `How many experiences do you remember for a lifetime?'

Ik ben altijd in voor nieuwe ervaringen, vooral ervaringen die je een leven lang bijblijven. Verder heb ik nog wat mooie idealen (goed van snit, hoewel ze uit de mode zijn) over burgerlijke plichten en solidariteit met de verworpenen der aarde, ook, nee, juist in een land als Amerika. Waarom geen spijkers met koppen geslagen en de zaken gecombineerd? Ik schreef mij in.

Vanaf dat moment ging er een wereld voor me open: de wereld van charity en fundraising. Een hele economie is dat, met een eigen, goed geolied marketingapparaat. Opeens doken ze overal op, de bontgekleurde foldertjes met hun catchy reclameleuzen. Een wandeldriedaagse voor borstkanker: `You have 3 days to change the world'. Een andere, voor borst- én baarmoederkanker: `Guess what we're doing for a really great weekend?'. Voor de Aids-marathon word je helemaal naar Hawaii of Alaska overgevlogen, want hun motto is: `Go further than you thought you could'. De March of Dimes gooit het over een sentimentelere boeg: `Eén op de acht kinderen in de VS wordt te klein geboren. Zo klein, dat ze niet eens kunnen schreeuwen. Als ze dat wel konden, schreeuwden ze om jouw hulp.'

Het is dus de bedoeling dat je deze marketingstrategie overneemt en zélf om hulp gaat schreeuwen, bij vrienden, collega's en familieleden. Daar zit een slimme filosofie achter. Zelfs de grootste cynicus, ongevoelig voor het leed van prematuur geboren baby's, aids- of kankerpatiënten, moet wel onder de indruk zijn van jouw inspanningen. Wie is er anders zo gek om met de pet rond te gaan tot hij 2.500 dollar bij elkaar heeft? En, vooral in autostad LA een sterk argument: wie is er anders zo gek om een marathon te lopen, of 942 kilometer te fietsen in een week tijd?

Als deelnemer aan de Aids Lifecycle was ik eigenlijk een Foster Parents-kindje van een hogere morele (want Amerikaanse) orde: eentje die lijdt uit vrije wil.

Tot mijn vreugde werd deze status aparte aan alle kanten erkend. Mijn Amerikaanse vrienden stonden te dringen om de ondernemersgeest te belonen. Mijn Nederlandse vrienden vonden het een `grappig Amerikaans initiatief'.

Slechts één keer werden mijn mooie idealen aan het wankelen gebracht.

Ik had een niet nader te noemen Nederlands fietsblaadje aangeschreven, en aangeboden een verslagje over mijn tocht te schrijven. In plaats van een honorarium vroeg ik een bijdrage aan mijn sponsortocht. Per kerende mail kreeg ik een veeg uit de pan van de hoofdredacteur. Mensen klopten wel vaker bij hem aan met dit soort voorstellen, schreef hij. `Maar dan blijkt al snel dat de sponsoring een doel is om publiciteit te krijgen, en vervolgens om materiaal- en geldsponsors te krijgen voor de reis zelf. Wil je iets tegen HIV doen, ga dan fietsen in Lesotho en Zuid-Afrika (nummer 1 en 2 in de wereld-top-10-HIV-lijst). Deze mensen kunnen zich de dure Amerikaanse medicijnen niet veroorloven. Je zult schrikken van de grote aantallen weeskinderen van wie de vader en/of moeder is overleden aan HIV. Ik weet het, want ik heb zelf in Lesotho gefietst.'

Hoeveel Foster Parents-kindjes hij had kunnen sponsoren voor de prijs van dat ticket naar Lesotho, vermeldde hij er niet bij.