`Gewoon centjes verdienen' (Gerectificeerd)

De Tweede Maasvlakte komt er, het geld is geregeld. Rotterdam haalt opgelucht adem. Want het cliché geldt nog steeds: in de havenstad stropen ze graag de mouwen op. Met wethouder Van Sluis voorop.

De Rotterdamse havenwethouder Wim van Sluis (LPF) was voor zijn publieke functie jarenlang registeraccountant. Dat blijkt, hij gaat soepel met cijfers om en rekent uit zijn blote hoofd de kosten en baten voor van zijn troetelkind: de haven. Een gedreven man, met één hoofddoel zegt hij: ,,Het bedienen van de markt, op zijn Rotterdams.' Het gisteren bereikte akkoord over de Tweede Maasvlakte is een triomf voor de havenstad èn het rijk, zegt Van Sluis in zijn ruime werkkamer aan de Coolsingel. Op de kaart van Rotterdam aan de wand – die de wethouder in de rug dekt – is de geplande uitbreiding van de Maasvlakte aan de westelijke zijde alvast ingetekend. Voor Van Sluis en de haven stond het immers allang vast: de Tweede Maasvlakte zou er komen.

Het principebesluit om de nieuwe Maasvlakte aan te leggen was eind vorig jaar al genomen door het kabinet. Het probleem bleek de financiering van het miljardenproject: hoe zouden de kosten worden verdeeld tussen Rotterdam en het rijk? Minister Gerrit Zalm kwam aan de vooravond van kerst 2003 met aanvullende eisen in de onderhandelingen tussen het rijk en de gemeente Rotterdam over de manier waarop de overheid zou meebetalen aan de aanleg van het nieuwe deel van de Maasvlakte. Onder het motto: voor wat hoort wat, wilde de rijksoverheid zich inkopen in het per 1 januari dit jaar verzelfstandigde havenbedrijf van Rotterdam.

Rotterdam reageerde onaangenaam verrast. Want de stad wilde niet de zeggenschap over de haven kwijt. Maar Zalm zette op aandrang van het Centraal Plan Burau de hakken in het zand. Hij was nooit een voorstander geweest van het Tweede Maasvlakte-project, laat staan van een ruime financiering door het rijk. De minister was kopschuw gemaakt door het financiële echec met de Betuwelijn.

Maar de partijen gingen als `verstandige mensen' om de tafel zitten en ziedaar: er kwam een werkbaar compromis uit. Van Sluis legt uit dat er met een participatie van eenderde van het rijk in het havenbedrijf, waarbij Rotterdam de baas blijft over zijn eigen haven, voor alle partijen nu een acceptabele oplossing uit de bus is gerold. ,,We hebben de eerste bespreking gehad op 7 januari', zegt Van Sluis. ,,We hebben Marius Jonker als rijksonderhandelaar aangewezen. Dat bleek een slimme zet. Hij heeft een bancaire achtergrond en dat was in de onderhandelingen met de overheid een groot voordeel. Het nadeel voor ons is dat we met de rijksoverheid aan boord niet meer helemaal baas zijn over onze eigen haven. Maar het voordeel is dat we nu een partner hebben, die je in moeilijke situaties gemakkelijker mee zult krijgen en als het om dergelijke grote infrastructurele werken gaat altijd nodig zult hebben. Ook naar Brussel toe. We zijn hier als haven heel content mee. Het is een fantastische deal.'

Een belangrijk signaal naar de overheid is volgens Van Sluis de verzelfstandiging van het gemeentelijk havenbedrijf geweest. Weliswaar berust het feitelijke beheer van de haven nog bij de gemeente, maar als `ondernemer' hoeft het havenbedrijf niet voor elke beslissing meer toestemming te vragen en kan het daardoor efficiënter opereren.

Van Sluis: ,,Met die verzelfstandiging is niet alleen Rotterdam, maar ook de rijksoverheid negen maanden lang buitengewoon intensief bezig geweest. Door de betrokkenheid van de rijksambtenaren bij de onderhandelingen over de Maasvlakte hebben ze ook meteen een goed inzicht gekregen in het hele havenbedrijf. Dat is zeer functioneel gebleken bij de besprekingen over de Tweede Maasvlakte.'

De aanleg van het nieuwe havengebied is Van Sluis' finest hour. Maar eigenlijk is het juister te stellen dat zo ongeveer vanaf het moment dat Van Sluis aantrad als nieuwe havenwethouder het beter is gegaan met de haven, die werd geconfronteerd met problemen bij Rotterdams grootste overslagbedrijf ECT, rigide veterinaire controles waardoor de klanten uitweken naar Antwerpen en een `vuurwerkrel' (waarbij gevaarlijk vuurwerk de Waterweg niet opmocht).

Maar het klimaat in de haven heeft zich ten goede gekeerd volgens Van Sluis. De aanleg van de nieuwe Maasvlakte is daar een voorbeeld van. ,,Deze investering levert cash voor Rotterdam en de rijksoverheid een enorme bate op', becijfert hij. ,,Het levert 30.000 nieuwe banen op, in 2018. Maar één baan in het havengebied zelf levert drie banen in de dienstverlening op. Het geeft de stad een enorme impuls.'

Problemen zijn er ook. Paradoxaal bevindt één van de grootste Rotterdamse problemen zich in de haven van Amsterdam. De Ceres Paragon containerterminal, die al vier jaar werkeloos ligt te wachten op klanten. Er is door de gemeente Amsterdam bijna 300 miljoen gulden in geïnvesteerd. ,,Ceres probeert te acquireren onder klanten uit Rotterdam. Dat geeft prijsdruk op de markt waar Rotterdam last van heeft.'

De afgelopen decennia kwamen de havenactiviteiten verder van de stad Rotterdam en dichter bij zee te liggen. Daardoor is het `havengevoel' in de stad zelf verminderd. Ook daar probeert Van Sluis wat aan te doen. ,,We gaan kijken hoe we het gebied dat vrijkomt door activiteiten die naar zo'n Maasvlakte schuiven kunnen herindelen voor andere activiteiten. Ik ben naar de Miami Sea Trade Convention in Miami geweest en heb met alle grote cruiseoperators daar gesproken. Ik werd voor gek verklaard: Rotterdam is geen cruisehaven. Dat moet je aan Amsterdam over laten werd me geadviseerd. Maar de realiteit is dat er steeds meer cruiseschepen afmeren aan de Wilhelminakade en dat de Holland America Line weer een kantoor wil openen in Rotterdam. Op 21 juli komt de Queen Mary II, het grootste cruiseschip ter wereld hier.'

Van Sluis vindt zichzelf pragmaticus, geen politicus. Hij mag dan lid zijn van Leefbaar Rotterdam, als er al een partijlijn is, trekt hij zich daar niet veel van aan. ,,Le parti c' est moi. Er lag bij Leefbaar Rotterdam niet zo heel veel economisch beleid vast. Dus druk je fors je eigen stempel er op. In het begin had ik de grootste problemen. Pim Fortuyn had gezegd dat het havenbedrijf nooit moest worden verzelfstandigd. Maar binnen een paar maanden op deze stoel had ik al iets anders bedacht. Dat heeft me heel wat zweet gekost. Ik kijk naar kwesties en bepaal dan wat het beste is voor het havenbedrijf én voor de stad. Er moeten gewoon centjes worden verdiend. De tegenstelling tussen haven en stad is schijn. Als je hier in de stad rondgaat dan zie je hoeveel mensen direct en indirect met de haven te maken hebben. Het is volkomen met elkaar verweven. ik denk dat meer dan de helft van de stad afhankelijk is van de haven.'

Rectificatie

Rijksonderhandelaar

In het artikel `Gewoon centjes verdienen' (26 juni, pagina 25) is sprake van rijksonderhandelaar Marius Jonker. De juiste naam is Marius Jonkhart.

    • Lolke van der Heide
    • Marc Serné