Geen boodschap aan de feiten

NADAT DE verontrusting over het bestaan van een versterkt `broeikaseffect' ruim tien jaar almaar groter was geworden, kwam het in 1988 tot de oprichting van het IPCC: het Intergovernmental Panel on Climate Change. Onder auspiciën van de VN zouden gerenommeerde wetenschappers voortaan op gezette tijden de stand van zaken in het klimaatonderzoek opmaken en beleidsadviezen geven.

Er kwamen drie werkgroepen. De eerste hield de wetenschappelijke onderbouwing van het broeikaseffect tegen het licht, de tweede bracht in kaart wat er aan gevolgen viel te vrezen, de derde groep deed suggesties voor de aanpak van het probleem. De consensus-conferenties kwamen zo'n vijf jaar uit elkaar te liggen. In 1990 bracht werkgroep I zijn eerste rapport uit, in 1995 volgde het tweede en in 2001 het voorlopig laatste. Het rapport uit 1995 is bekend geworden door de uitspraak dat het totaal van de aanwijzingen een merkbare invloed van de mens op het klimaat suggereerde.

De conclusies van het IPCC leidden tot het opstellen van een wat vaag klimaatverdrag (1992) en het concretere uitvoerings-protocol van Kyoto (eind 1997). De Westerse en voormalig-communistische industrielanden gingen de uitstoot van CO2 beperken, maar oliestaten en ontwikkelingslanden werden voorlopig ontzien. Het protocol is door Amerikaanse onwil en Russische aarzeling nog steeds niet van kracht.

Ondertussen wordt steeds meer steenkool, olie en gas verbrand en neemt het CO2-gehalte van de atmosfeer toe. De mondiaal-gemiddelde temperatuur breekt record op record, gletsjers glijden als gesmolten boter in zee en de zeespiegel stijgt. Het derde IPCC-rapport concludeerde onomwonden: de meeste opwarming die in de laatste 50 jaar is waargenomen moet aan menselijk handelen worden toegeschreven.

Nederlandse wetenschappers en politici tonen zich overtuigd van het bestaan van het broeikaseffect, al oordeelt men verschillend over de ernst van het risico en de bestrijding ervan. Over redelijkheid valt hier weinig te klagen.

Maar in een hoekje van ons land bevindt zich een groepje heren dat van het woord broeikaseffect de gal in de mond krijgt. Naarmate verderop in de wereld de wetenschappelijke consensus groeit, neemt hun ergernis toe.

Het broeikaseffect bestaat niet en als het wel bestaat is het niet erg en als het wel erg is is er toch niets aan te doen. Dàt is de geest onder de meneren van Gip Gap Gonië. Nu hebben drie van hen een boek geschreven. De econoom Hans Labohm, de journalist Simon Rozendaal en de emeritus-chemicus Dick Thoenes laten ons weten dat wij voor de gek worden gehouden. De keizer heeft geen kleren aan, zij zien het elke dag opnieuw.

De heren hebben bijna tweehonderd bladzijden nodig om de boodschap over te dragen, maar dat komt omdat het boek vooral over henzelf gaat. Hoe moeilijk zij het hebben als whistle blower. Hoe medogenloos de milieubeweging, de media en de gevestigde wetenschap zijn. Hoe hun stukken worden geboycot en hun integriteit in twijfel getrokken. Ze zijn `niet politiek correct' genoemd en er is gesuggereerd dat ze door de olie- en autolobby worden betaald. De staatssecretaris van milieu neemt ze niet au serieux en hun knappe vriend in Denemarken – Bjørn Lomborg, die in zijn boek The Skeptical Environmentalist stelde dat het niet zo'n vaart liep met het milieu – is te kijk gezet.

Het is wel aardig om te lezen en waarschijnlijk is het ook allemaal wáár. Men zal ze er wel eens van beticht hebben voor de autolobby te werken, per slot accepteerde Frits Böttcher voor zijn anti-broeikasboekje (1992) de steun van Shell, Texaco, Bovag en RAI. En hun stukken zùllen wel worden tegengehouden. Maar zijn er ook nieuwe wetenschapelijke argumenten?

In hoofdlijnen is het betoog gelijk aan dat van boeken en boekjes die eerder verschenen. Het IPCC hanteert een niet helemaal te doorgronden werkwijze waarbij op zeker moment ook de politiek invloed uitoefent. Het Kyoto-protocol is een druppel op een gloeiende plaat. De computermodellen die kwade klimaten voorspellen zijn nog niet volmaakt, ze genereren slechts `projecties' waarvan de waarde onbekend is. Er zijn tal van negatieve terugkoppelingen denkbaar die de effecten van CO2-uitstoot kunnen dempen of teniet doen. Wat nu zo sterk lijkt op een door de mens veroorzaakte klimaatverandering is misschien wel een natuurlijke gril, bijvoorbeeld het gevolg van een veranderende zonneactiviteit. De mensheid heeft wel voor hetere vuren gestaan.

De meeste beweringen snijden geen hout maar ze kunnen, zolang ze slechts kwalitatief van aard zijn (en àlle beweringen van Labohm c.s. zijn kwalitatief) moeilijk definitief weerlegd worden. Je kunt hoogstens opmerken dat de heren een even hoge verwachting hebben van negatieve terugkoppeling als het woordspelletje `The more I study, the more I know, the more I know, the more I forget, enz.' Pijnlijk is dat het magere betoog wordt gelardeerd en `onderbouwd' met een hoeveelheid onjuistheden, onwaarheden, inconsistenties en kwaadaardige insinuaties die zijn weerga niet kent. Een kleine bloemlezing toont dit aan.

Op pagina 2: dat het atmosferisch CO2-gehalte stijgt door menselijk handelen is nog niet zeker (in werkelijkheid staat het vast). P. 40: vulkanen dragen ook aanzienlijk bij aan het CO2-gehalte (de huidige rol van vulkanen is verwaarloosbaar). P. 23: dat de gemiddelde aardse temperatuur tussen 1946 en 1975 niet toenam is nog steeds niet verklaard (dat is wel zo). De inkorting van gletsjers (p. 17) is slechts een reactie op een natuurlijke klimaatverandering (maar welke dan). De CO2-spanning was in het huidige Holoceen wel eerder extreem hoog, dat blijkt uit onderzoek aan huidmondjes in plantenresten (nee, huidmondjes blijken een slechte maatstaf). De stijgende CO2-concentratie leidt tot extra plantengroei (in werkelijkheid blijkt die eerder te danken aan toenemende bewolking). Temperatuurmetingen vanuit satellieten (de vermaarde MSU-metingen) weerleggen de temperatuurtrends die op de aarde zelf zijn vastgesteld (dat is niet zo).

Ronduit chaotisch zijn de opmerkingen over de effecten van de – bewezen – hoge vulkanische activiteit in de middeleeuwen. Op pagina 33 wordt beweerd dat het in de middeleeuwen warmer was dan nu (maar dat was slechts een lokaal effect), op p. 116 wordt uitgelegd dat vulkaanuitbarstingen een koelend effect hebben.

Enzovoort, enzovoort, er is een voltijds secretaresse voor nodig om de lijst compleet te krijgen. Een van grofste verzinsels is dat geologen in het klimaatdebat genegeerd worden (p. 115). Over het citaat dat het buiten kijf staat dat klimaatonderzoekers tweederangs wetenschappers zijn, kan maar het beste gezwegen worden.

Men kan niet anders concluderen dan dat de heren geen enkele boodschap hebben aan de feiten. Het is ze er slechts om te doen verwarring te scheppen. En daarin, dat moet worden toegegeven, zijn ze redelijk succesvol. De mythe dat een groeiende groep wetenschappers twijfelt aan het bestaan van een versterkt broeikaseffect blijkt onuitroeibaar.

man-made global warming: unravelling a dogma. door hans labohm, simon rozendaal en dick thoenes. multi-science publishing, 2004. €43,-