Extreme memo's van Washington

De Verenigde Staten hebben hun verzoek om vrijwaring van hun troepen op vredesmissie ingetrokken. Al twee keer heeft de Veiligheidsraad de Amerikanen een steeds te verlengen immuniteit van vervolging voor het nieuwe Internationaal Strafhof in Den Haag verleend. Maar nu steigerde zij alsnog. Voor de praktijk maakt het niet zoveel uit. De VS hebben 89 bilaterale verdragen gesloten om hun mensen te beschermen tegen eventuele overdracht aan het strafhof. Handhaving van het Amerikaanse verzoek om immuniteit van vervolging was onmogelijk geworden door de onthullingen over wandaden in de Abu Ghraib-gevangenis in Irak. Deze hebben reeds geleid tot strafzaken voor Amerikaanse krijgsraden. Deze aanpak onderstreept de vraag waarom de VS zich eigenlijk zo druk maken over het strafhof. Dit geeft in beginsel voorrang aan berechting van internationale misdrijven door het eigen land. Amerika kan met andere woorden berechting in Den Haag voorkomen door zelf een serieus strafrechtelijk onderzoek te entameren.

De kans dat er iets wringt tussen het Amerikaanse en het internationale recht is echter niet geheel theoretisch, getuige uitgerekend het probleem van marteling en een wrede of onmenselijke behandeling. Er zijn schokkende memo's van het Amerikaanse departement van Justitie aan het Witte Huis uitgelekt. Daarin wordt geprobeerd excessen op voorhand weg te definiëren. Nu hebben de VS hebben bij ratificatie van de VN-Conventie tegen martelingen uit 1984 – waar ze overigens tien jaar mee hebben gewacht – voorbehouden gemaakt. Bijvoorbeeld dat voor het internationale delict van marteling een specifieke opzet aangetoond dient te worden. De memo's gaan echter veel verder en claimen een uitzondering voor martelen te goeder trouw, zelfs als de betrokkene daarvoor geen redelijke grond heeft. Of uit zelfverdediging. De VN-Conventie bepaalt echter dat buitengewone omstandigheden, of dat nu oorlog is of noodtoestand, nooit een rechtvaardiging van marteling kunnen opleveren. Bij deze kernbepaling hebben de VS géén voorbehoud aangetekend.

Helemaal bizar is de claim dat president Bush uit hoofde van zijn grondwettelijke functie van opperbevelhebber carte blanche zou hebben in de wijze waarop hij de strijdkrachten instrueert, zelfs als dat de wet overtreedt. De VS hebben na de Tweede Wereldoorlog de processen van Neurenberg en Tokio mee helpen voeren om duidelijk te maken dat zo'n vrijbrief niet bestaat. Nog slechts enkele jaren geleden ervoer de voormalige Chileense dictator Pinochet dat een beroep op ,,soevereine immuniteit'', juist in het geval van martelingen tijdens zijn bewind, niet opgaat. Ook voor binnenlands gebruik is de exclusiviteit die de adviseurs voor de presidentiële bevoegdheden claimen trouwens excessief. De Amerikaanse grondwet mag dan wel de president aanwijzen als opperbevelhebber, maar hij geeft ook het Congres het recht regels te stellen voor de strijdkrachten.

De regering-Bush heeft nu andere, minder extreme documenten vrijgegeven, maar het valt te betwijfelen of deze de indruk kunnen wegnemen dat de inspiratie voor excessen wel degelijk van bovenaf is gekomen, zoals aangeklaagde Amerikaanse soldaten beweren. In dit beeld past ook de grote inspanning van de VS om al die bilaterale verdragen te sluiten. Deze actie roept zijn eigen bezwaren op. Het internationaal recht laat staten vrijheid niet deel te nemen aan een verdrag, zoals dat over het strafhof, maar dat betekent nog niet dat het hen vrij staat landen die wel deelnemen over te halen onder hun verdragsverplichtingen uit te draaien. Dat komt lelijk in de buurt van uitlokking van wanprestatie en dat hoort niet. Het verzet van de Veiligheidsraad tegen de Amerikaanse immuniteit is een teken aan de wand.