De Noordvaarder

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week om de westpunt van Terschelling.

,,Kijk, we lopen naar Vlieland.'' Ik kijk. Inderdaad, we lopen naar Vlieland. Het brakke water dat Terschelling van zijn westerburen scheidt, is onzichtbaar door de bolling van de aarde. Met een beetje focussen onderscheid ik de brem op de duinen van Vlieland en de masten in de haven direct achter het zand van de Terschellinger Noordvaarder, het verlaten gebied dat op sommige kaarten Noordsvaarder heet. Waarom? Geen idee.

Kester-van-de-vogels kijkt alweer elders. In vraagtekens mompelend (,,...zoetwatervissers...?'') bespiedt hij door zijn kijker een peloton aalscholvers die met opgetrokken ellebogen hun vleugels drogen.

Ik loop door en blijf naar Vlieland staren. Zou een stunt zijn, naar Vlieland wandelen.

Vergeet het maar. Daar zijn de golven, ineens zie ik ze stuiteren. Hier schudt de Waddenzee de Noordzee de hand. Ze slaan elkaar op de schouder, ze douwen en ze trekken jongens kijk uit, dat wordt katjesspel.

Gezicht strak van de wind, kraakzon op de neus, voorhoofd ruw van zand en zilt, ronden we de westpunt van Terschelling. De wolken zijn witte bizons op drift, hun buiken violet door de weerschijn van de zee. Kester-van-de-vogels wijst op wat schichtjes met eyeliner: ,,Bontbekpleviertjes.''

Over het verlaten strandschap volgen we de vloedlijn. Het is eb, het water trekt zich terug langs geulen, waar soms over- en dan weer doorheen gesprongen moet worden. Soms is het zand hard, elke stap breekt er een wak in; soms sopt het, zuigt het; en soms schrijft het in ribbelend schoonschrift liefdesbrieven aan de wandelende voeten.

Rode rechte snavels worden als stiletto's op ons gericht, onzichtbare kuikens krijsen. Het luchtalarm van de scholeksters is fel en Kester-van-de-vogels trapt, ,,voor het eerst!'', zelfs in de truc van de slepende poot: de verfomfaaide hinkerd stijgt onverhoeds op voor een frontale duikvlucht in onze richting. Op slag zitten al zijn veren goed.

Bij Paal 3 kruipen we over een duinovergang een steile duinpan in, waar de wind rondjes rent en het stuifzand scherpt. Erachter ontrolt zich een vlakte met scherpe struikjes en helm en hei, een paarsig meertje en sensationele hoeveelheden orchis.

Geen mens te zien. De paadjes op de kaart bestaan, maar ze zijn vaag, ze worden niet vaak betreden.

Ongeveer 13 km, begin en einde in West-Terschelling, op basis van `Terschelling. Topografische kaart, 1:25000'. Uitg. Topografische dienst, Emmen. Laag tij is aan te bevelen voor deze wandeling. Inl. over de getijden: VVV Terschelling, tel. 0562 443000.