Congo en Rwanda bezweren conflict

De presidenten van Congo en Rwanda hebben gisteren afgesproken zich te houden aan de bepalingen van het vredesverdrag dat de twee landen in juli 2002 sloten.

De recente onlusten in het oosten van Congo brachten het akkoord en de relatie tussen de twee buurlanden onder druk. President Joseph Kabila beschuldigde zijn Rwandese collega Paul Kagame er vorige week van opstandige soldaten in het oosten te steunen. De soldaten behoorden tijdens de burgeroorlog tot de rebellengroep RCD-Goma die door Rwanda werden gesteund en bezetten eerder deze maand de belangrijke grensstad Bukavu. Rwanda, dat in de afgelopen acht jaar twee keer Congo binnenviel, ontkende de beschuldigingen. Wel verhoogde het aantal troepen aan de grens met Congo. Ook Congo verhoogde zijn paraatheid rond de grens.

In een poging een nieuw gewapend conflict tussen de twee buurlanden te voorkomen, bemiddelde de Nigeriaanse president Olusegun Obasanjo gisteren tussen Kabila en Kagama. ,,De situatie zoals die zich ontwikkelde, vroeg om onze onmiddellijke aandacht'', aldus Obasanjo. De Veiligheidsraad van de VN drong er eerder deze week al bij Congo's buurlanden – Rwanda, Burundi en Oeganda – op aangedrongen om zich niet te mengen in het Congolese conflict. Rwanda werd met name opgeroepen om vooral geen milities te steunen, logistiek noch politiek.

Kabila en Kagame beloofden gisteren samen te werken met een commissie die zal onderzoeken of er nog Rwandese troepen, dan wel Interahamwe, de militie die mede-verantwoordelijk is voor de genocide in Rwanda in 1994, in Congo aanwezig zijn. Deze moesten volgens het vredesakkoord van 2002 worden ontwapend en gerepatrieerd. ,,We hebben beloofd maatregelen te nemen die de beschuldigingen die van beide zijden kwamen te kunnen onderbouwen of weerspreken'', zo zei Kagame tijdens een persconferentie. Zijn collega Kabila vroeg om extra internationale steun. Hij meent dat de VN-missie in het grensgebied, 10.800 soldaten, te klein is.