Bush doet goed op een verkeerde manier

De Amerikaanse omverwerping van Saddam Hussein was volkomen gerechtvaardigd, vindt de Amerikaanse buitenland-expert Walter Russell, want `we zijn er nu beter aan toe'. Het nieuwe Amerikaanse buitenlandbeleid is bovendien in overeenstemming met een nieuw soort kapitalisme dat de wereld overspoelt. `De Europese leftists zitten aan de verkeerde kant van de geschiedenis.'

Walter Russell Mead speelt een vrolijke uitwedstrijd. In een Amsterdamse zaal verdedigt de Amerikaanse expert op het gebied van buitenlandse politiek monter de keuzes van George Bush – middenin een Europese hoofdstad, op de avond van een nationale voetbalwedstrijd, en in noodweer met windkracht zeven.

Maar Mead, verbonden aan de Council on Foreign Relations en op tournee om zijn nieuwe boek Power, Terror, Peace and War te promoten, slaat zich er moeiteloos doorheen. Zijn betoog is doorspekt met tegendraadse inzichten, prikkelende opmerkingen, flegmatieke zelfspot en humor over de nauwe banden tussen de Verenigde Staten en Nederland (,,Jullie leenden ons destijds het geld voor de Louisiana Purchase [de aankoop van Frans-Amerikaanse gebied in 1803 door de Verenigde Staten], dank u, dank u, dank u. We hebben het trouwens netjes terugbetaald.'').

Niet dat Mead geen harde lessen heeft voor het oude Europa. Integendeel. Half ironisch formuleert hij tussen neus en lippen door een ,,vijfpuntenplan voor Europa'' dat het continent van vakbonden en collectieve afspraken in staat moet stellen mee te komen met het ,,millenniumkapitalisme'' dat de Amerikaanse economie en samenleving al een nieuwe dynamiek heeft gegeven. Europeanen moeten ,,hun economieën liberaliseren, meer uitgeven aan defensie, Turkije lid maken van de EU, immigranten beter opnemen in hun samenlevingen en – voor de jongeren onder ons – meer baby's maken.''

Nog prikkelender: Mead verdedigt het besluit van Bush om Saddam Hussein omver te werpen als ,,volledig gerechtvaardigd''. Al heeft Bush er in de aanloop en nasleep van de oorlog ,,een puinhoop'' van gemaakt. ,,Het was de juiste beslissing, ondanks alles. Onze politiek van containment was veel te kostbaar aan het worden, het werkte ook niet meer, en stelde Saddam in staat het Midden-Oosten naar willekeur te manipuleren. Er zat niks anders op dan in te grijpen.'' Ook op een ander punt had Bush volgens Mead gelijk, anders dan hij zelf besefte. Mead wijst op het ,,historisch causale'' verband tussen Irak en Al-Qaeda: de beslissing om Amerikaanse troepen te stationeren in Saoedi-Arabië na de eerste oorlog tegen Irak motiveerde Osama bin Laden voor zijn jihad tegen Amerika en leidde dus indirect tot het bloedbad van 11 september 2001.

Mead licht op zijn Amsterdamse hotelkamer toe: ,,Al onze strategische kwesties in het Midden-Oosten – Irak, Al-Qaeda, en het Israëlisch-Palestijnse conflict –waren er na Clinton in feite slechter aan toe. Bush heeft daarna alle goeie dingen gedaan, maar op een verkeerde manier. Het probleem met Saddam was niet het vermeende bezit van massavernietigingswapens, maar zijn schending van de wapenstilstand na de eerdere Golfoorlog. Het was glashelder dat hij zich daar niet aan hield, ondanks de no fly zones. Dáár had Bush het over moeten hebben, veel minder over die wapens.'' Ook had Bush de doctrine van de preventieve oorlog niet als nieuw moeten afschilderen: ,,Hij had best kunnen zeggen, net als Kennedy met de raketten op Cuba: dit tolereren we niet meer.'' Maar denkt Mead dan echt dat het Cubaanse gevaar in 1963 – om de hoek, en in de VN aangetoond met spijkerharde bewijzen – vergelijkbaar is met het Iraakse in 2003? ,,Nee, maar de slepende containment gaf Saddam de kans voortdurend instabiliteit in de regio te creëren door zich niet te houden aan afspraken over ontwapening. Daar moest een eind aan komen. Ik denk dat het Amerikaanse publiek dat motief om in te grijpen ook heus had geaccepteerd.''

Met de regime change in Irak heeft Bush `strategische kansen' gecreëerd, meent Mead, die pessimisme ver van zich houdt ondanks het Amerikaanse geblunder – het bruskeren van bondgenoten, de rampzalig slechte voorbereiding op het naoorlogse Irak en de aanhoudende chaos in het land. ,,De prijs was hoger dan nodig, maar we zijn er nu beter aan toe. Goed nieuws is dat Saoedi-Arabië niet meer afglijdt. Al-Qaeda dacht dat het land vanzelf wel in hun handen zou vallen. Dat de aanslagen daar nu extremer worden, geeft aan dat ze wanhopig aan het worden zijn.'' Hoopvol noemt Mead ook de zwenking van Bush, die de laatste twee maanden ,,op de tast bezig is naar het midden te koersen''. De val van de Iraakse balling Ahmed Chalabi, favoriet bij de neoconservatieven rond Bush voor een topfunctie in Irak, en de samenwerking met lokale politici zijn volgens Mead tekenen dat Bush een pragmatischer koers wil varen. ,,De neoconservatieven zijn ontnuchterd, dat is winst. Niets gevaarlijkers dan intellectuelen in de politiek. Ze zullen nog wel van zich laten horen, maar ze zullen subtieler moeten opereren. De nieuwe ambassadeur bij de VN die Bush heeft benoemd is ook een gematigde internationalist uit het Republikeinse establishment. Ook inzake Iran, dat met zijn nucleaire programma en steun aan terroristen nu waarschijnlijk bovenaan het Things To Do-lijstje staat, zie je dat Bush al veel meer de internationale weg bewandelt.''

Arabisch fascisme

Walter Rusell Mead (52) is verbonden aan de Council on Foreign Relations. Dat is een prestigieuze denktank voor internationale betrekkingen, opgericht door het New Yorkse bedrijfsleven dat het belang van de rest van de wereld erkende. Voormalig journalist Mead maakte naam met de veelgeprezen studie Special Providence (2001) over Amerikaanse buitenlandpolitiek. In dat boek ontmantelt hij de mythe dat Amerika van oudsher een isolationistische natie is met weinig belangstelling voor de wereld, die pas ,,door keizer Hirohito werd wakker geschud''. In feite had Amerika de internationale arena toen al ruimschoots betreden, en met opmerkelijk succes. Mead onderscheidt daarbij vier naar presidenten genoemde scholen die nog steeds een rol spelen in de Amerikaanse opstelling: de populistische nationalisten (Jacksonianen), hooggestemde internationale idealisten (Wilsonianen), sceptici die vooral het nationale belang scherp willen bewaken maar een internationale rol niet per se schuwen (Jeffersonianen), en bevorderaars van vrijhandel en economie (de Hamiltonianen). Zelf is Mead ,,een Jeffersoniaan, maar niet van het fundamentalistische soort als regisseur Michael Moore, die Amerika eigenlijk uit de hele wereld wil terugtrekken''. De achtbaan waarover de regering-Bush de wereld laat denderen sinds 11 september 2001 draagt volgens hem sporen van zowel de Jacksoniaanse aanpak (een nadruk op het vanzelfsprekende recht om Amerikaanse belangen hardhandig te verdedigen) als van herijkte Wilsoniaanse motieven (het utopisch geladen ideaal van een door Amerika aangestuurde, wereldwijde verspreiding van vrijheid en democratie).

Of Bush in november wordt herkozen of niet, die wending in het Amerikaanse buitenlandse beleid zal blijvend zijn, meent Mead. Ook zonder de ,,nodeloos provocerende en aanstootgevende toon'' van Bush, die overigens zelf, door schade en schande wijs geworden, zijn triomfantelijke toon aan het temperen is.Waarin heeft Bush dan gelijk, volgens Mead? ,,Allereerst: dit ís een oorlog tegen terreur. Tegen pogingen van terroristische groepen om staten in handen te krijgen, het internationale systeem te destabiliseren of Amerika aan te vallen. Dat zal voorlopig de kern blijven van de Amerikaanse buitenlandse politiek. Ja, een `oorlog tegen terreur' is beeldspraak, maar dat was `de Koude Oorlog' ook.''

Mead wijst het idee van een `botsing van beschavingen' met de islam van de hand: de godsdienst op zichzelf is geen gevaar voor het Westen, terreurgroepen als Al-Qaeda zijn dat wel. In zijn boek ziet hij zelfs kansen voor conservatieve moslims om zich met hun kritiek op het secularisme aan te sluiten bij Amerikaanse christenen. `Arabisch fascisme' daarentegen, met zijn wereldse (Saddam Hussein) en religieuze variant (Osama bin Laden), is volgens hem een reële en riskante vijand.

Blijvend zal ook de verminderde Amerikaanse aandacht zijn voor Europa, dat vergeleken met het Midden-Oosten en Azië weinig gewicht in de schaal legt: het herbergt geen nieuwe bedreigingen of risico's voor Amerika. ,,De betrekkingen tussen Amerika en Europa zijn slecht gemanaged door Bush, dat is duidelijk. Maar er is ook een echt probleem: het zelfbeeld van het verenigde Europa, dat zichzelf ziet als een belangrijke speler op het wereldtoneel, strookt niet met het Amerikaanse perspectief. Voor ons ziet het er gewoon niet zo uit. Het zou anders worden als jullie Turkije erbij nemen. Dat zou Europa meer strategisch gewicht geven en in één klap een serieuze partij maken in het Midden-Oosten.'' En, wat ook blijvend zal zijn: de Amerikaanse kritiek op het stelsel van internationale organisaties, dat volgens Mead aan modernisering toe is. ,,Ze opereren te traag, zijn toegesneden op een achterhaalde mondiale situatie, en hebben geen slagkracht bij regionale conflicten.'' Mead pleit voor opname van meer permanente niet-Europese landen in de Veiligheidsraad.

Amerikaanse herleving

Waar komt de zwenking in het Amerikaanse beleid vandaan, behalve uit de schok van 11 september? In het recente Power, Terror, Peace and War, een actuele spin-off van zijn eerdere werk, poneert Mead de stelling dat de buitenlandse politiek van Amerika wordt gedreven door binnenlandse, vooral economische, krachten. De stormachtige opkomst van het `milleniumkapitalisme' heeft een eind gemaakt aan de `fordistische' wereld (genoemd naar Henry Ford, de vader van de massaproductie) van regulering en collectieve arrangementen die Amerika beheerste na de crisis van de jaren dertig. Met Roosevelts New Deal brak een periode aan van sociaal-economische hervormingen onder leiding van de federale overheid. Die aanpak was destijds broodnodig, aldus Mead, maar is inmiddels op zijn retour. Het economische liberalisme van Ronald Reagan, dat sterk de nadruk legt op particulier initiatief en afkeer van big government, heeft de Amerikaanse frontier-mentaliteit van ondernemingslust en individualisme volgens hem nieuw leven ingeblazen. ,,Vroeger werd armoede in de wereld gezien als geproduceerd door het kapitalisme. Nu toch meer als het gevolg van een tekort aan kapitalisme. Dat is een ommekeer in het denken. En één die goed aansluit bij bepaalde Amerikaanse culturele waarden die tijdens het fordisme onder de korenmaat werden geschoven.''

Reden waarom Mead spreekt van een ,,Amerikaanse herleving'', inclusief de religieuze connotaties van die slogan. Ook godsdienst beleeft een onmiskenbaar reveil in het opnieuw zelfbewuste Amerika. Het is een wending in blikrichting die volgens Mead partijlijnen overschrijdt. De keus voor Bill Clinton als Democratisch kandidaat in 1992 was er evenzeer een teken van als het aantreden van Bush. Het heftigste verzet tegen de nieuwe economische dynamiek komt volgens Mead ook niet van de armen, die er alles bij te winnen hebben, maar van ,,de administrateurs van het oude fordisme'': ambtenaren, intellectuelen, en het ,,gilde der geleerden'' dat zijn kennismonopolie aan diggelen ziet gaan door de economische modernisering en democratisering. ,,De petite bourgeoisie zal de klap on the chin moeten nemen'', zegt Mead, met de tevredenheid van een marxist die zich verheugt op het aanbreken van het arbeidersparadijs.

Waarin verschilt zijn beschrijving van het nieuwe millenniumkapitalisme als drijvende kracht achter de politiek eigenlijk van marxistische analyses, afgezien van het feit dat de etiketten `goed' en `fout' andersom hangen? ,,Ik ben om te beginnen geen economische determinist, die gelooft dat de verhouding van kapitaal en arbeid alles bepaalt. Politieke en culturele factoren die marxisten afdoen als `bovenbouw' spelen ook een rol. En ik doe al helemaal geen voorspellingen over de wetmatige uitkomst van de geschiedenis.''

Maar zit er niet toch een klassenbewust leedvermaak in zijn verwachting dat het aanbreken van de nieuwe tijd begeleid zal worden door `het heftige en welbespraakte gejammer van de ontwikkelde elite', zoals hij in zijn nieuwe boek schrijft? ,,Nou ja, ik geef toe, als een Amerikaan die vaak de les is gelezen door Europese leftists schep ik er plezier in om Franse intellectuelen neer te zetten als petits bourgeois aan de verkeerde kant van de geschiedenis. Maar serieus, ik probeer juist de progressieve sociale verbeeldingskracht, die verknoopt is gebleven met het fordisme, opnieuw te mobiliseren. Links moet worden verleid om de aandacht te verleggen van de stervende wereld naar de nieuwe. Er zijn de laatste decennia wereldwijd meer mensen bevrijd uit diepe armoede dan ooit tevoren. Kijk naar China, het is ongelooflijk wat daar gebeurt en in welk tempo.''

Aan het einde van zijn boek breekt Mead onverwachts alsnog een lans voor de fordist Franklin Delano Roosevelt, aan wiens waarden we moeten `vasthouden'. Maar waarom eigenlijk? Wat heeft zijn gouvernementele verbeeldingskracht nog te bieden in de flitsende wereld van het millenniumkapitalisme? Mead: ,,De wereld kan niet zonder governance, dat is duidelijk. Ik pleit ook niet voor een terugkeer van ongebreideld laisser-faire. Het nieuwe wereldsysteem geeft kansen aan mensen die initiatief hebben en risico willen nemen om hun leven te verbeteren, maar overheden hebben nog steeds een vitale rol om mensen toegang te bieden tot die wereld. Neem de vergroting van welvaart in de Derde Wereld. Daarvoor is, naast een vrijere toegang tot het kapitalisme, ook interventie van de overheid en staatsbanken nodig, bijvoorbeeld om mensen te helpen aan leningen voor eigen woningbezit. Kijk, het millenniumkapitalisme heeft het fordisme verdrongen omdat het simpelweg een efficiëntere manier is om meer welvaart en vrijheid te creëren. Die twee gaan samen, en ja, dat is misschien een soort marxistisch inzicht. Die streven toch naar de overgang van het onderdrukkende `rijk der noodzaak' naar het `rijk der vrijheid', waarin mensen hun leven vrij kunnen leven. Daar gaat het mij ook om.''

Behoort Walter Russell Mead eigenlijk zelf tot het `gilde' van geleerden van wie hij hoopt dat hun kennismonopolie nu dan eindelijk verloren zal gaan? ,,Eh, ter verdediging: ik heb geen vaste aanstelling aan een universiteit. Ik moet mijn bestaan keer op keer rechtvaardigen door te blijven presteren. Ik ben dus nog niet zo bourgeois als ik zou kunnen zijn. Maar vergeet niet, de economische dynamiek die ik beschrijf werkt ook mondiaal. De tegenstelling tussen Eerste en Derde Wereld blijft de drijvende kracht van de geschiedenis. Op wereldschaal zijn wij in het Westen allemaal petits bourgeois die onze monopolies zullen moeten opgeven.''

Walter Russell Mead: Amerika en de wereld. De Amerikaanse buitenlandse politiek in een wereld vol bedreigingen.

Het Spectrum, 219 blz.