Britse zorgstelsel gaat onder het mes

Vernieuwing van het Britse zorgstelsel speelt een prominente rol in de aanloop naar verkiezingen, vermoedelijk volgend voorjaar.

Modernisering van de Britse zorg en andere hervormingen van de openbare sector zijn de inzet van de komende parlementsverkiezingen, verwacht in het voorjaar van 2005. Dat is duidelijk nu zowel de regeringspartij Labour als de Conservatieve oppositie deze week hun plannen voor verbetering van de gezondheidszorg hebben ontvouwd.

Beide partijen gebruiken nagenoeg identieke taal in hun plannen, die worden gedomineerd door de vraag hoeveel vrijheid patiënten hebben bij de ziekenhuiskeuze. Bovendien zijn beide partijen het erover eens dat de particuliere sector een groter aandeel moet krijgen in de zorg, die nu voor het overgrote deel valt onder de National Health Service (NHS), het ziekenfonds. Maar onder de oppervlakte liggen forse verschillen: voor Labour moet de particulaire sector vooral klein blijven en fungeren als aanmoediging voor de NHS om efficiënter te worden. De Conservatieven willen van de privébehandelingen een volwaardige concurrent van de NHS maken, deels op kosten van de staat.

Het debat over die kwesties – en vooral over de vraag hoeveel het de Britten zelf zal schelen in hun portemonnee – zal de aanloop naar de verkiezingen domineren. Met het debat over onderwijs, het sociale stelsel en het transport. En daar zijn beide partijen blij mee. Want premier Blair hoopt dat de openbare sector de bevolking als strijdtoneel nader aan het hart ligt dan andere onderwerpen, waaronder `Europa'. Tory-leider Michael Howard denkt dat zijn partij vooralsnog alleen succes kan halen door Labour in het politieke midden te bestrijden. Ook hij wil het thema Europa vooralsnog mijden, omdat het zijn partij dreigt te verdelen.

Howard beloofde de Britten woensdag complete vrijheid bij hun medische keuzes, bijvoorbeeld over het ziekenhuis. Hij beloofde tevens de doelwitten af te schaffen die de regering nu stelt, zoals de maximale wachttijd voor een operatie, omdat dat alleen zou leiden tot meer bureaucratie. Wanneer een particuliere behandeling even duur blijkt als een behandeling bij een NHS-ziekenhuis, dan moet de NHS volgens de Tories de rekening betalen. Is een particuliere behandeling daarentegen duurder, dan krijgt de patiënt de helft van de vergelijkbare NHS-rekening cadeau en moet hij de rest zelf bijbetalen. Dat zou de schatkist volgens de Tories zo'n 1,8 miljard euro per jaar kosten.

Volgens Labour is dat onverantwoord én jaagt het Britten op hogere ziektekosten. Blair verweet Howard in een debat dat diens ,,right to choose'' zo neerkomt op een ,,right to charge''. De Tory-plannen zouden betekenen dat de NHS particuliere zorginstellingen ,,subsidieert''. Het zou bovendien de markt bederven, omdat de lopende hervormingen, zoals het laten uitvoeren van operaties door buitenlandse particuliere specialisten waarmee Labour een begin heeft gemaakt, nu de kosten al drukken.

John Reid, Labour-minister van Volksgezondheid die donderdag het vijfjarenplan van zijn partij presenteerde, beloofde een landelijke gezondheidszorg die ,,gelijkwaardigheid'' [van particuliere en fondspatiënten] combineert met ,,excellentie''. Ook hij beloofde een grotere keuzevrijheid. Volgend jaar kunnen patiënten volgens hem kiezen uit ,,vier of vijf'' ziekenhuizen voor een behandeling. Keuzevrijheid is een gevoelig thema, omdat sommige NHS-ziekenhuizen veel beter zijn dan andere, zoals blijkt uit jaarcijfers over geslaagde operaties en sterftes. Volgens critici is de NHS daarom een ,,postcodeloterij''.

De NHS, opgericht in 1946 door de eerste na-oorlogse Labour-regering, geldt in Labour-kringen als een onaantastbare verworvenheid. Het is ook een log instituut; na de Chinese strijdkrachten en de Indiase ambtenarij is de NHS met bijna 900.000 werknemers de grootste werkgever ter wereld.

Alle partijen zijn het in meerderheid eens dat de NHS dringend moet worden aangepast aan de medische actualiteit en de eisen van patiënten als consumenten. Premier Blair heeft daar een omstreden begin mee gemaakt, bijvoorbeeld door een aantal van de beste NHS-ziekenhuizen de facto te privatiseren en door verdere `marktelementen' in te voeren. Hij heeft daarmee echter de toorn van een deel van zijn partijgenoten op de hals gehaald, die geloven dat Blair zo het klassenstelsel in stand houdt, omdat rijkere Britten voor betere behandelingen zouden kunnen betalen.

Minister Reid beloofde ook de wachtlijsten verder te verkorten en een verdere uitbreiding van de rol voor particuliere zorg binnen de NHS. Het Britse ziekenfonds zou daarmee verder opschuiven in de richting van het Scandinavische en Nederlandse model, waarbij kwalitatief vergelijkbare ziekenfonds- en partuculiere behandelingen onder hetzelfde dak plaatshebben. Beide partijen hebben daarvan de afgelopen jaren intensief studie gemaakt. Het Nederlandse uitgangspunt dat het behandelingsstelsel (particulier versus ziekenfonds) rechtstreeks is gekoppeld aan de hoogte van het inkomen, is voor de Britten echter op dit moment onbespreekbaar.

Volgens Charels Kennedy, leider van de Liberal Democrats, de tweede oppositiepartij, zijn Labour en de Conservatieven gewikkeld in een ,,oneigenlijk debat over choice''. Het aanbieden van alternatieven biedt volgens hem geen antwoord op de vraag ,,welke hoogwaardige openbare diensten mensen daadwerkelijk in de buurt verlangen''. Zo vermijden de tegenstanders volgens de LibDems de keuze die ze werkelijk moeten maken. De LibDems willen zelf ook de ,,centraal-geleide doelstellingen'' afschaffen, omdat die verstorend heten te werken. Ziekenhuizen zouden liever veel relatief simpele operaties doen, omdat dan de wachtlijsten sneller teruglopen.