Bontbekplevier

Bij laagwater vallen de zandplaten van Terschelling droog. De grillige kreken die hierdoor ontstaan vormen een veilig fourage- en broedgebied voor tal van steltlopers, zoals de bontbekplevier (Charadrius hiaticula). Deze gedrongen, levendige plevier rent heen en weer langs de telkens wisselende waterlijn, insecten, kreeftjes en schaaldieren verschalkend met zijn gele snavel. De bovenzijde is grauwbruin, de onderzijde licht. Zwarte en witte lijnen tekenen de kop `bont'. In de vlucht valt de witte vleugelstreep op; de wiekslag is snel en kort. Onlangs besloot een paartje te gaan broeden bij West-aan-Zee op Terschelling. Maar daar vlakbij oefende dansgezelschap Club Guy & Roni aan de nieuwe voorstelling Barbie-Q op het wijde strand. De dansers moesten het veld ruimen en de bontbekplevier kon het broeden ongestoord voortzetten. Achteraf vonden de dansers een geschiktere plek. Zo heeft de bontbekplevier, zonder het te weten, de kunst bevorderd. Het nest is niet meer dan een kuiltje met wat steentjes, gras en schelpen eromheen, door het vrouwtje versierd. Zij legt vier roodbruin gevlekte eieren. De jongen zijn nestvlieders. Na 25 dagen kunnen ze vliegen. Soms volgt er een tweede broedsel. De bontbekplevier speelt met de aanrollende en wegtrekkende golven. Hij heet ook zeekievit of zeeleeuwerik.

Illustratie: Rein Stuurman (Zien is kennen!)

freriks@nrc.nl