Anatomie gehoorgang en middenoor wijst op vroege spraak

Voorlopers van de Neanderthalers konden goed geluiden horen in het frequentiegebied tussen 2000 en 4000 Hz. Dit frequentiegebied is van belang voor het goed verstaan van spraak en precies in dit gebied vertoont het gehoor van chimpansees, de naaste evolutionaire verwant van de mens, een dip (Proceedings of the National Academy of Sciences, online early edition 21 juni).

Een Spaans team onder leiding van Ignacio Martinez onderzocht de gehoorgang en het middenoor van vijf 350.000 jaar oude fossielen uit het Spaanse Atapuerca en vergeleek ze met die van moderne mensen en chimpansees. Uit deze anatomie is goed af te leiden welke frequenties goed doorkomen en welke niet. De conclusie dat deze specifieke spraakfrequenties kennelijk belangrijk waren is een aanwijzing dat deze vroege mensensoort een gesproken taal bezat. Dit gaat in tegen theorien dat gesproken taal veel jonger is. De onderzochte fossielen uit Atapuerca worden tot de soort Homo heidelbergensis gerekend, de directe voorloper van de Neanderthaler. Omdat de akoestische eigenschappen van hun middenoor en gehoorgang sterk lijken op die van de moderne mens moet ervan worden uitgegaan dat de gemeenschappelijke voorouder van Neanderthalers en moderne mensen er ook al over beschikte. Dat betekent dat de eigenschappen, en dus mogelijk ook de gesproken taal, teruggaan tot ca. 500.000 jaar geleden.