Alleen op papier

Reumapatiënten die hun problemen op schrift stellen hebben daar weinig baat bij, ontdekte gezondheidspsychologe Henriët van Middendorp. Maar de grondlegger van het therapeutisch schrijven houdt vast aan zijn methode.

GEEF IEMAND pen en papier en laat hem een paar dagen elke dag een kwartier tot een halfuurtje schrijven over zijn diepste gevoelens en gedachten. Geheid dat dat een gunstige invloed heeft op zijn gezondheid. Dit voorspelde de Amerikaanse hoogleraar psychologie James Pennebaker halverwege de jaren tachtig van de vorige eeuw. Pennebaker ontwikkelde een experiment waarbij proefpersonen hun diepste gedachten en gevoelens over een ingrijpende gebeurtenis in hun leven op papier moesten zetten. Rationale achter dit schrijfparadigma was het idee dat het uiten van emoties de gezondheid bevordert. Krop je je emoties op of onderdruk je ze, dan krijg je stress, en van stress word je ziek, was de gedachte. Geef je mensen de kans om hun emoties van zich af te schrijven, dan heeft dat een positief effect op hun lichamelijke en geestelijke conditie.

Talloze wetenschappers hebben de afgelopen twintig jaar (met wisselend resultaat) onderzoek gedaan naar de effecten van de door Pennebaker gepropageerde interventie. Ze lieten proefpersonen van diverse pluimage schrijven over een emotionele gebeurtenis in hun leven, en vergeleken hen vervolgens op allerlei punten met een controlegroep. Met de vraag of schrijven over emoties ook iets uithaalt bij chronisch zieken, hebben zich minder onderzoekers bezig gehouden. Dat is vreemd, want juist chronisch zieken zouden bijzonder veel baat bij de interventie kunnen hebben. Door hun fysieke beperkingen verkeren zij namelijk wellicht vaker in een sociaal isolement, waardoor ze hun emoties mogelijk minder goed kwijt kunnen dan anderen.

Gezondheidspsychologe Henriët van Middendorp vroeg zich af wat Pennebakers interventie voor patiënten met reumatoïde artritis zou kunnen betekenen. Op 14 mei promoveerde ze op haar onderzoek aan de Universiteit Utrecht. Omdat schrijven voor reumapatiënten problemen kon opleveren, kregen de proefpersonen van Van Middendorp de opdracht vier weken lang elke week een kwartier iets op een cassettebandje in te spreken. Veertig proefpersonen moesten met hun diepste zielenroerselen over een ingrijpende gebeurtenis uit hun leven aan de slag, achtentwintig anderen werd gevraagd iets te vertellen over de manier waarop ze hun dagen indeelden (controlegroep). De interventie bleek geen enkel effect te hebben op de gezondheid van de deelnemers. Beide groepen rapporteerden evenveel psychische en lichamelijke klachten, en deden ook in reumatische symptomen (gemeten werden bloedbezinking en gewrichtsafwijkingen) niet voor elkaar onder. Bovendien verschilden ze nauwelijks op fysiologisch niveau: degenen die over een ingrijpende gebeurtenis hadden moeten vertellen, hadden praktisch evenveel stress-hormonen en cytokinen (stofjes in het afweersysteem die een belangrijke rol spelen bij reuma) in hun lijf als de controlegroep.

emoties

Teleurstellende resultaten, want andere onderzoekers hadden in experimenten bij reumapatiënten wel (enig) effect gevonden. Van Middendorp: ``Die resultaten waren niet zo hard als de mijne. Ik heb de patiënten namelijk niet alleen gevraagd hoe ze zich voelden, zoals andere onderzoekers hebben gedaan, maar ik heb ook onderzocht wat er daadwerkelijk in hun lichaam gebeurt als je hun vraagt zich met hun diepste emoties bezig te houden. Als je op zulk fysiologisch niveau geen enkel effect vindt, kun je je afvragen of een interventie zoals Pennebaker voorstaat wel iets toevoegt aan de reguliere behandeling van reumapatiënten.''

Niet alleen ten aanzien van reumapatiënten, ook over het effect van Pennebakers paradigma bij andere chronisch zieken is Van Middendorp sceptisch. De positieve bevindingen zoals gerapporteerd door onderzoekers van mensen met astma, borstkanker, hiv en het Eppstein-Barr virus, vindt ze in elk geval niet overtuigend. ``Als er al fysiologische variabelen in het onderzoek worden meegenomen, kijken onderzoekers hooguit naar het immunologische functioneren. Maar bevindingen op immunologisch niveau vind je lang niet altijd in het klinische ziektebeeld terug. Sowieso is alleen gekeken naar de effecten op korte termijn een paar maanden. Alles bij elkaar is er nog geen enkel bewijs dat Pennebakers interventie chronisch zieken wezenlijk verder helpt.''

James Pennebaker haalt zijn schouders op als hij de kritiek van Van Middendorp hoort. ``Het is irreëel om te verwachten dat zo'n interventie langer dan een paar maanden werkt'', zegt hij. ``Van een paar keer sporten kun je ook geen levenslang resultaat verwachten. Je moet de zaak onderhouden, maar dat wil niet zeggen dat sporten of schrijven geen zin heeft.'' Ook het argument dat bevindingen op immunologisch gebied weinig zeggen over iemands uiteindelijke ziektebeeld, wijst hij van de hand. ``Je moet verschillende niveaus van functioneren bekijken. Het zou namelijk best kunnen dat sommige mensen de boel al dan niet opzettelijk belazeren. Ze voelen zich ellendig, of doen alsof, terwijl er fysiologisch niet zoveel aan de hand is. Of ze zeggen juist dat ze zich prima voelen, terwijl hun systeem iets heel anders laat zien.''

Dat Van Middendorp in haar onderzoek geen enkel effect vond, wijt hij eenvoudig aan haar onderzoeksopzet. ``Ze vroeg mensen een cassettebandje in te spreken in plaats van te schrijven over hun emoties, en niet vier dagen achter elkaar, maar vier weken lang eens in de week. Bovendien konden de proefpersonen het experiment zelf thuis uitvoeren, aan de hand van een geschreven instructie. Er was dus geen onderzoeker aanwezig die hen bij hun jasje kon grijpen en hun op het hart kon drukken om zich het komende kwartier alleen maar op een ingrijpende gebeurtenis te concentreren. Ik heb de indruk dat door de onderzoeksopzet van Van Middendorp niet alle respondenten hun diepste gevoelens en gedachten wisten aan te spreken.''

feedback

Psychologe Emmanuelle Zech, die aan de universiteit van Leuven onderzoek doet naar het delen van emoties met anderen, is evenmin verrast door de resultaten van Van Middendorp. Niet omdat Van Middendorp haar experiment niet goed zou hebben uitgevoerd, maar omdat ze sowieso weinig fiducie heeft in Pennebakers interventie. ``Er is geen enkel bewijs dat het helpt om je gevoelens te ventileren en stoom af te blazen'', zegt ze. ``Het gaat erom dat je anders tegen je problemen aan leert kijken. Alleen op die manier kun je de emoties aanpakken waar je last van hebt. De vraag is of dat iedereen lukt in zijn eentje. Als mensen helemaal vastzitten, hebben ze juist feedback van anderen nodig om een ander perspectief op hun problemen te krijgen. In hun eentje kunnen ze makkelijk in hetzelfde kringetje blijven ronddraaien zonder een stap verder te komen.''

Daar is Pennebaker het niet mee eens. Hij erkent dat de crux van de interventie hem zit in het ontwikkelen van een frisse blik op je problemen, maar bestrijdt dat sommige mensen zo'n frisse blik alleen zouden kunnen krijgen door met anderen over hun problemen te praten. Zijns inziens is zijn interventie geschikt voor iedereen die in de penarie zit en bereid is zijn diepste gevoelens en gedachten onder ogen te zien. Alleen mensen die ernstig depressief zijn of net een zeer ingrijpende gebeurtenis hebben meegemaakt, raadt Pennebaker af een dagboek te beginnen. Zit je niet in de risico-groep, dan geldt het adagium `baat het niet, dan schaadt het niet'. ``Niet iedereen heeft een luisterend oor bij de hand. Juist degenen die de meeste steun nodig hebben, zoals chronisch zieken, ervaren nogal eens dat hun omgeving er na een tijdje genoeg van krijgt hun problemen aan te horen. Schrijven kan dan een uitkomst zijn. Het is op zijn minst het proberen waard.''