Alcatraz voor de zuidkust van Java

Op het gevangeniseiland Nusa Kambangan voor de kust van Java zit Tommy Soeharto, zoon van de ex-president van Indonesië, een celstraf van vijftien jaar uit. ,,Hier zijn alle gevangenen gelijk.''

Vanuit de oliehaven Cilacap kun je het zien liggen: een langwerpig eiland dat parallel loopt aan dit stuk van Java's zuidkust. Nusa Kambangan (Drijvend Eiland) heet het en die naam heeft een omineuze klank. Met vier inrichtingen voor langgestraften is dit het Alcatraz van Indonesië. Hier zuchtten ooit nationalisten die het Nederlandse koloniale gezag niet erkenden. Nu zitten er separatisten uit Atjeh, drugshandelaren en ter dood veroordeelde terroristen. De beroemdste gevangene is Hutomo (`Tommy') Mandala Putra, de jongste zoon van oud-president Soeharto.

's Morgens om half zeven verschijnt Nasip Rosiwan, hoofd beveiliging, bij de veerboot. Hij woont in Cilacap en laat zich dagelijks overzetten. Voor een bezoek aan Nusa Kambangan gelden voorwaarden: een bijdrage in de brandstofkosten en begeleiding door een bewaarder. Van een interview met Tommy kan geen sprake zijn.

De overtocht duurt een kwartier. Op de steiger wacht een man in een donkerbruin uniform, die zich voorstelt als Sigit. We nemen een asfaltweg met veel gaten langs de noordkust van het eiland. Anders dan Alcatraz is Nusa Kambangan geen kale rots in zee. Het is 210 vierkante kilometer groot en overdekt met bos, waarin panters, wilde varkens, apen en herten huizen. Aan de westelijke punt van het eiland ligt een brede strook mangrove. Dat alles is op Java allang verdwenen. ,,Ontsnappen'', zegt Sigit, ,,kan alleen per boot. Een enkeling lukt dat, maar de meesten kunnen zich niet handhaven in het bos en melden zich op den duur bij patrouillerend personeel.''

Sigit is al negentien jaar bewaarder. Hij is geboren op Nusa Kambangan als zoon van een oud-gevangene. Zijn vader werd hier in 1947 vastgezet door de Nederlanders. Sigit: ,,Mijn moeder wilde niet dat vader na de onafhankelijkheid weer in het leger ging en hij werd bewaarder op Nusa Kambangan. Ik ben hier opgegroeid.''

In 1969 kwamen duizenden politieke gevangenen naar het eiland, leden van linkse partijen en vakbonden die verdacht werden van steun aan de mislukte coup van 1965. Onder hen waren veel intellectuelen. Sigit: ,,Nu hebben we hier maar één arts voor achthonderd gedetineerden en vierhonderd bewaarders. In de jaren zeventig waren er artsen genoeg.'' In 1979 mochten de meeste politieke gevangenen naar huis, behalve de ter dood veroordeelden.

De oudste bebouwing op het eiland dateert van 1901, toen er een leprozenkolonie werd ingericht. De eerste gevangenis verrees in 1908 en is nog steeds in gebruik. De andere drie zijn gebouwd in de jaren twintig en dertig. Sigit: ,,De gevangenen hier gelden als moeilijke gevallen, plegers van zware misdrijven, van fraude en drugshandel tot verkrachting en moord. Alleen mannen, trouwens. De inrichtingen zijn strenger dan die op het vasteland. Hier worden de regels nageleefd en maken gangsterbazen niet de dienst uit. Nieuwkomers gaan een week in quarantaine. In die periode worden zij voorgelicht door hun medegevangenen. Die leggen uit dat iedereen hier gelijk is en dat de behandeling afhankelijk is van iemands gedrag, niet van zijn status in de buitenwereld.''

We naderen de strafinrichting `Batu' (Steen), een gebouw uit 1926. De rechthoekige buitenmuur met vier torens oogt grimmig, maar de wachtruimte bij de poort zit fris in de verf en er staan nieuwe en comfortabele leunstoelen. Hier zit Tommy Soeharto zijn straf uit. Hij werd vier jaar geleden veroordeeld tot achttien maanden cel wegens fraude, maar nam de benen en gaf zijn contacten in de onderwereld opdracht de rechter die hem had veroordeeld te vermoorden. Toen hij werd opgepakt, werd hij tot vijftien jaar veroordeeld.

Tommy (41) behoort tot de rijkste mannen van Indonesië en dat helpt, zo blijkt. Sigit: ,,Hij heeft op eigen kosten zijn kamer laten voorzien van een douche en airconditioning en hij heeft een aparte ontvangstruimte voor gasten, want hij krijgt dagelijks bezoek. Tommy is overigens niet de enige gevangene met geld die goed voor zichzelf zorgt. Sommige drugsdealers doen dat ook.''

In Cilacap heeft de familie Soeharto een kantoor geopend dat zich bekommert om het welzijn van Tommy. Van daaruit worden dagelijks twee maaltijden bezorgd, wordt hij van lectuur voorzien en wordt zijn bezoekagenda bijgehouden. Buiten de strafinrichting Batu ligt een helikopterplatform. Sigit: ,,Dat hebben we aangelegd voor de enkele keer dat Tommy's vader, oud-president Soeharto, hem komt opzoeken. Die is al oud en kun je de lange reis over land niet aandoen. Tommy's oudste zuster Tutut maakt er ook wel eens gebruik van.''

Welgestelde gedetineerden kunnen zich veel veroorloven, maar er zijn grenzen. Sigit: ,,Video's en VCD's zijn verboden. Dat wordt al gauw porno en zoiets leidt tot spanningen met anderen. Het binnenkomende voedsel wordt gecontroleerd op drugs en gif – de bezorgers moeten het zelf proeven.'' Behalve van zijn vader, broers en zusters, krijgt Tommy regelmatig bezoek van zijn twee jonge kinderen. Die komen mee met ooms en tantes, want Tommy's adellijke echtgenote komt niet meer sinds haar man een tweede vrouw trouwde, een gewezen fotomodel. Sigit: ,,Tommy is coöperatief, hij houdt zich aan de regels, maar hij is geen modelgedetineerde. Hij is nogal gesloten en gaat nauwelijks om met zijn medegevangenen.''

In de pers circuleren geruchten dat Tommy kwalen simuleert en in feite meer buiten dan binnen de gevangenis verblijft. Sigit: ,,Dat is onzin. Hij zit gewoon in Batu, nu ook. Onlangs is hij twee weken opgenomen in een ziekenhuis in Jakarta, onder begeleiding. Hij bleek een gezwel te hebben achter zijn oog. Hij heeft last van duizelingen en kan met dat ene oog niet goed zien. Eind deze maand wordt beslist of de tumor operatief wordt verwijderd.''