A.H. van Delden: rechters staan niet in dienst van de wetgever

Sinds een jaar of twee praten de rechters in Nederland, verenigd in de Raad voor de rechtspraak, mee met de minister over de inhoud van wetten. Maar moeten rechters zich niet beperken tot het kritisch en ongebonden de wet uitvoeren en alleen spreken door hun vonnissen? Een twistgesprek van Folkert Jensma met mr. A.H. van Delden, voorzitter van de Raad.

U zei onlangs dat het goed is dat rechters ,,met één mond spreken''. Dat is toch helemaal niet goed? Hun waarde zit in diversiteit, onafhankelijkheid en distantie ten opzichte van de wetgevende macht.

,,Dat is ook zo. Dat zal zo blijven. Dat wordt krachtig aangemoedigd. Maar er zijn een heleboel situaties waarin het wel wenselijk is dat je als eenheid opereert. Van de individuele rechter en de zaak die voor hem ligt blijft de raad ver.''

Maar toch, dinsdag vroeg u de politiek om de burgerlijke rechter de mogelijkheid te geven het horen van getuigen te weigeren. Vorig jaar verweten critici u bij een advies over strafrecht het schenden van de rechten van de verdachte. U zit volop in het wetgevende proces – van de scheiding der machten blijft niet veel over.

,,De Vereniging voor Rechtspraak adviseerde ook al, en doet dat nog steeds. We houden ons ver van uitspraken met politieke implicaties. De invalshoek is steeds de praktijk van de rechter.''

Maar dat was een vereniging, een studieclub. Nu bent u een instituut, een Raad, één van de tandwielen in de Haagse besluitenmachine.

,,Wij besluiten niet, wij adviseren. Het is niet zo dat hier in Den Haag bij de Raad een aantal mensen achter een bureau verzint hoe het allemaal moet, integendeel. We vragen aan de gerechten: `Waar zitten jullie mee, wat vinden jullie dor hout?' Het komt helemaal voort uit de rechterlijke macht zelf. Wij nemen als raad alleen het initiatief.''

Dat klinkt redelijk en praktisch...

,,Dat is het ook!''

...maar ben je als individuele rechter nog wel vrij om anders te denken en te handelen, als je collega namens jou de minister adviseert? Zo binden de rechters hun eigen handen.

,,Nou, met alle verschillen van mening binnen die beroepsgroep wordt rekening gehouden. Zo schokkend is het nu ook weer niet wat we doen. Mag ook de civiele rechter mondeling uitspraken doen? Moet de rechter het aantal getuigen niet een beetje kunnen beperken? Nu moet je in beginsel iedereen horen die is aangemeld. Soms zijn verhoren echt zinloos.''

U dreigt rechters dienstbaar te maken aan de politieke belangen van een coalitie, die nu bijvoorbeeld niets liever wil dan dat de doorlooptijd van strafzaken wordt gehalveerd.

,,Ja, dat risico is er altijd. Daar moet je je tegen teweer stellen. Maar we zitten toch in een comfortabele positie – zoveel dwang en drang gaat er niet uit van de regeringen die ik in de loop der jaren heb meegemaakt. Ik sta absoluut niet onder politieke druk.''

Vindt u het type verwijten dat ik naar voren breng – dat u beter moet letten op uw constitutionele rol – ouderwets? Een vorm van negentiende-eeuwse staatsrechtelijke zuiverheid?

,,Eigenlijk wel, ja. Maar dat wil niet zeggen dat je je niet voortdurend van de gevaren bewust moet zijn.''

Wie ziet erop toe dat u geen onderdeel van de politieke molen wordt?

,,Er staat ook in de wet dat we een college van afgevaardigden hebben dat daarop moet letten. Dat bestaat niet alleen uit rechters, maar ook uit gerechtsambtenaren. Eigenlijk is dat nogal een wonderlijke constructie dat je dat zelf moet doen. Maar van ieder gerecht zit er iemand in. Bovendien staat alles wat wij doen volop in de belangstelling van de wetenschap.''

Dat is dus niet de burger.

,,Nee.''

Denkt u dat de burger iemand in die toga wil die meepraat, meedenkt, meeschrijft met de politiek? Staat de burger terecht voor een pseudo-wetgever?

,,Dat denk ik niet, want diezelfde burger wil ook dat zijn zaak binnen bepaalde tijd berecht wordt, dat er tempo in zit. Dat kan wringen. Als de ene burger zegt, mijn zaak is pas objectief en onpartijdig te beoordelen als daar vijftig getuigen voor gehoord zijn, dan moet de andere burger wachten. En dan zou het wel eens kunnen zijn dat de rechter zegt: vijf is wel genoeg. Die andere burger moet ook behandeld kunnen worden...''

Mijn punt is dat de rechter een regelneef wordt. U zou dat adviseren ook kunnen overlaten aan de universiteiten, de WRR, andere colleges dan u zelf.

,,Dat blijkt niet voldoende te zijn. Men wil heel graag juist dat praktische advies van ons hebben. Als wij adviseren iets te schrappen, omdat er nooit iets nuttigs uit voortkomt, komt het echt niet meteen in de wet.

,,Stel dat de minister er volledig mee op de loop gaat en dat het wordt uitgewerkt op een manier die wij nooit gewild zouden hebben. Dan zullen we dat daarna ook weer zeggen. En uiteindelijk is de Kamer er ook bij.''

Bedrijft u geen rechtspolitiek?

,,Die grens is altijd moeilijk.''

Wat doet u nou als het kabinet alleen maar met u wil praten over veiligheid, terwijl u zelf zegt dat het helemaal misloopt met bijvoorbeeld de schuldsanering?

,,Dat wordt door ons dan krachtig onder de aandacht van de ministers van Justitie en Financiën gebracht. Wij staan voor betere rechtspraak – dat houden we overeind. We zeggen ook dat er meer is dan veiligheid alleen.''

Goed, maar ik hou aan. U praat behalve met Justitie ook al met Financiën. Je kunt beter spreken van een verweving der machten dan van een scheiding.

,,Nee, nee. Als je kennis neemt van elkaars opvattingen, is dat nog geen verweving. We moeten niet bang zijn. De makkelijkste manier om je onafhankelijkheid te bewijzen, is in de rechtszaal blijven zitten en niks doen. Maar ons denken houdt niet in de rechtszaal op. Je moet naar buiten toe laten zien waar je mee bezig bent. Dat maakt je controleerbaar.''

Rechters maken ook onderling afspraken: over strafmaat, faillissementen, vreemdelingen, korte gedingen. U vergadert wat af – en de burger (en zijn advocaat) weten vaak van niets.

,,Dat is niet waar! Het gaat niet om afspraken, maar om afstemming. En zaken als de oriëntatiepunten voor de straftoemeting zijn gepubliceerd en dus voor iedereen kenbaar. En als een individuele rechter het er niet mee eens is, dan kan hij afwijken. De burger wíl ook niet dat het recht een zwarte doos is: dat hij in Leeuwarden voor hetzelfde feit een andere straf krijgt dan in Utrecht.''

Maar de burger is in de grondwet maatwerk beloofd en geen confectie.

,,Maar die burger wil ook met dezelfde maten worden gemeten als een andere. Dus confectie is tot op zekere hoogte onvermijdelijk.''

Ik moet mijn beeld van de rechter toch bijstellen. Hij blijkt onderdeel van een collectief, hij is veel meer een beslisambtenaar in een bureaucratische tussenlaag dan die juridisch intellectuele kleine zelfstandige...

,,....die zijn normering uit de lucht plukt! Tsja, moet je daar blij mee te zijn? Die veroordeelt je in Roermond tot een jaar voor iets waarvoor je in Amsterdam de helft krijgt. Of andersom, natuurlijk.''

Dan ga ik toch in beroep.

,,Die rechter plukt z'n normen dan ook uit de lucht?! En de Hoge Raad helpt u niet, want die komt niet aan de strafmaat. Die kijkt alleen maar of de wet goed is toegepast. Als burger zou ik kiezen voor een systeem waarover is nagedacht. En waar de rechter ook van kan afwijken, maar dan weet de burger ook waarvan en waarom.''

Heeft die rechter daarvoor écht de ruimte? Stel dat hij twee op één cel een strafverzwarende omstandigheid vindt en daarom lichter vonnist. Krijgt die niet de volgende dag bij de koffieautomaat van de president een wenk: zeg, zó doen we dat hier niet?

,,Als dat gebeurt, is er iets mis met de organisatie. Want die rechter kan dat zeggen en mag dat zeggen. Je mag rekening houden met de manier waarop een straf wordt beleefd. Maar op een gegeven moment moet je als rechter haast deemoedig het hoofd buigen voor wat de wetgever heeft gewild. Als die gezegd heeft, voortaan twee op één cel, dan is dat zo.''

En als het parket almaar een hogere strafmaat eist dan de rechters onderling hebben afgesproken? Dan moet de rechter zich daar uiteindelijk ook bij neerleggen?

,,Daar vind ik juist de rechter maatgevend. Maar het openbaar ministerie heeft natuurlijk het recht hoger te gaan eisen; dat kunnen verlangens van de samenleving zijn. Als de rechters er niet aan willen, moet het OM zich maar bij de rechter aansluiten. Dat doen ze ook wel, hoor.''

Gaat de rechters hetzelfde overkomen als de hoogleraren en de specialisten in de ziekenhuizen, waar je ook ziet dat professionals ingeperkt worden door het massale proces waar ze in zitten?

Ze gaan bureaucratiseren, ze voeden het zelf, en ze raken hun beroep stilletjes kwijt.

,,Ik zal altijd zeggen dat ik daar niet bang voor ben, al is het risico nooit denkbeeldig. Er zijn geen gerechten meer met tien rechters en wat ondersteuning. Het zijn hele grote organisaties geworden, met specialisten. Dat wil de advocatuur, en de burger. Die grote eenheden gaan dan met elkaar praten, over hun vak. Dat is onvermijdelijk. Je moet alleen heel goed opletten dat je niet verzandt. En de vrijheid van de rechter blijft richtsnoer.''

Maakt u zich geen zorgen over de legitimatie van de rechter bij de burger?

,,Die rol van de burger vind ik een moeilijk probleem. Er is hier van oudsher geen juryrechtspraak; wij hebben het heel lang als pluspunt gezien dat de rechter alles helemaal zelf bedenkt. Daar wordt nu wel anders over gedacht. Moeten we de burger er niet meer bij betrekken, zonder dat je vervalt in `het de burger laten uitmaken'? Daar denken we echt over na.

,,In Zweden en Denemarken zitten lekenrechters in de rechtbank, gekozen door de gemeenteraad of provinciale staten op grond van hun politieke kleur. Dat blijkt daar prima te werken. Het vertrouwen is er groot. Zo kan het dus ook. Maar hier zou iedereen een rolberoerte krijgen.''

De politiek, de media – in het post-Fortuyn-tijdperk ligt het halve establishment onder vuur van `de burger'. Hoe gaat u de rechterlijke macht vrijwaren?

,,Het enige wat je kan doen, is transparantie bevorderen. Aan de ene kant de mystiek overeind houden en aan de andere kant je zo gewoon mogelijk gedragen: precies laten zien wat je doet. Het mooiste is als je een rechter hebt die doet alsof hij het recht helemaal uit de lucht plukt, terwijl hij onder z'n tafel het wetboek openhoudt. De rechter die zegt `alles haal ik van het hogere' – dat is flauwekul.''