Verlost van `nationale wethouder' Pronk

De provincies zijn blij met de nieuwe Nota Ruimte. Eindelijk mogen ze zelf bepalen hoe hun gebieden worden ingericht. ,,Nederland wordt weer voorloper op het gebied van ruimtelijke ordening.''

Eindelijk verlost van het ,,nationaal wethouderschap'' van Jan Pronk, de vorige minister van Ruimtelijke Ordening. Vanaf nu mogen provincies en gemeenten zelf bepalen hoe hun gebied er uit moet zien. ,,We gaan een heel leuke tijd tegemoet'', zegt Joost Schrijnen, directeur ruimte en mobiliteit bij de provincie Zuid-Holland, tevreden. ,,En de uitkomst staat niet vast.''

Maandag spreekt de Tweede Kamer over de Nota Ruimte van minister Dekker (VROM, VVD). Daarin stelt het kabinet een ingrijpende decentralisatie voor. Het rijk blijft verantwoordelijk voor de nationale ruimtelijke hoofdstructuur, zoals verkeersaders en spoorlijnen, de mainports Schiphol en de Rotterdamse haven en belangrijke stedelijke netwerken. De uitwerking van die plannen wordt veelal overgelaten aan provincies, gemeenten, private partijen en burgers. Ook uit de gebieden buiten de ruimtelijke hoofdstructuur trekt het rijk zich grotendeels terug.

Een decentralisatie die internationaal z'n weerga niet kent, zegt Schrijnen, tevens hoogleraar stedenbouw aan de TU Delft. ,,Nederland wordt weer voorloper op het gebied van ruimtelijke ordening. Buitenlanders vinden het fantastisch. Eindelijk een beleid dat gebiedsgerichte ontwikkeling mogelijk maakt in plaats van tegenhoudt.''

De provincies krijgen in het nieuwe beleid een rol als ,,regisseur'' van de ruimte; zij zijn de bestuurslaag die op ,,gebiedsniveau'' kan bepalen wat er moet gebeuren. ,,We staan ver genoeg van de burger af om ons niet met een overhangende haag te bemoeien, en dicht genoeg om te zien wat enkele gemeenten gezamenlijk nodig hebben'', zegt Henri Meijdam, VVD-gedeputeerde van de provincie Noord-Holland.

De provincies zien de toekomst weer zonnig in. Minister Dekker heeft hen bevrijd uit het ,,geïnstitutionaliseerde wantrouwen'' tussen rijk en provincie. Afzonderlijk van elkaar spreken gedeputeerden bitter over hun ervaringen met de vorige minister Pronk, die de provincies dicht op de huid zat. Meijdam: ,,Het idee bij ministers dat wij in de provincies onzorgvuldige rouwdouwers zijn in plaats van beschermers van het open land, heeft er bij ons diep ingehakt. Dat doet pijn.'' Anekdotes zijn er genoeg. Zoals van PvdA-gedeputeerde Marc Calon uit Groningen die vertelt over Meerstad, een plan om ten oosten van de stad Groningen een meer aan te leggen met ruim tienduizend woningen. Calon: ,,Toen bleek dat wij in Meerstad niet 25 maar slechts 12 woningen per hectare zouden gaan bouwen, moest ik bij Pronk komen. Die zette het licht op rood. Het mocht niet. Ik heb toen uitgelegd dat het gaat om wat duurdere woningen, voor mensen die er toch komen, en die anders in verspreide nieuwbouwwijken in dorpen als Garnwerd of Winsum gaan zitten. Pronk zei: je hebt oranje licht maar ik houd je in de gaten.'' Een ,,ongelooflijk improductieve manier van regeren'', vindt Calon. Hij is blij van het rijk af te zijn.

Het centralisme in het ruimtelijk beleid heeft zichzelf overleefd, zegt Joost Schrijnen. ,,Er heerste bij bestuurders de mentaliteit om, als het licht op groen stond, te vragen aan het rijk of zij door mochten lopen.'' Het werd hoog tijd dat er iets veranderde. Schrijnen doceert: ,,Het rijk moet niet meer alles willen doen, maar zich concentreren op de hoofdzaken. Elk bestuursniveau moet z'n eigen ontwikkelkracht definiëren. Die ontwikkeling is nu eindelijk verankerd in beleid.''

Als de Tweede Kamer de hoofdlijnen van dit kabinet niet steunt, dan komt dat volgens Schrijnen omdat Kamerleden deze onstuitbare ontwikkeling nog niet hebben begrepen. ,,Wij zijn vele jaren verder dan de Tweede Kamer.'' Provincies kunnen hun zogenoemde contourenbeleid, dat wil zeggen het stellen van grenzen waarbuiten niet gebouwd mag worden, ,,afwegen'' tegen andere belangen. Schrijnen: ,,Limburg heeft al twintig jaar een contourenbeleid. Dat is heel verstandig. Maar Zeeland gaat het afschaffen, omdat er anders niemand in Zeeland wil gaan wonen. Ook dat is goed.''

De provincies zijn nu ,,hun huis aan het verbouwen''. Zuid-Holland heeft al een eigen grondbedrijf dat grond kan inbrengen in ontwikkelingsmaatschappijen. Noord-Holland heeft een publiek-private grondbank opgericht om met Wieringerrandmeer de kop van Noord-Holland weer aantrekkelijk te maken. Meijdam: ,,Wat het gebied mist is een toeristisch-recreatieve trekker. Mensen doen niet snel een dagje Wieringermeer maar rijden er langs op weg naar Texel.'' Het dorp Wieringen wordt weer een eiland. Er komt een vaarverbinding tussen Waddenzee en IJsselmeer. De bollenteelt krijgt een impuls. ,,Over twee jaar willen we gaan graven.'' De provincie wil voor projecten zoals het Wieringerrandmeer fungeren als ,,bestuurlijk vaandeldrager''. Daarvoor heb je een ander soort ambtenaren nodig. ,,Projectleiders, onderhandelaars, mensen met een drive'', zegt Meijdam. Die worden nu geworven. De provincies moeten zich ontworstelen aan het verleden. ,,Nog niet lang geleden waren wij stoffige instituten. Sinds enkele jaren brengen wij dynamiek in onze bedrijfsvoering. Dat gaat met vallen en opstaan.'' Friso de Zeeuw, directeur nieuwe markten bij Bouwfonds en voormalig gedeputeerde in Noord-Holland: ,,Provincies zijn van oudsher goed in het maken van beleidsnota's. De vraag is of ze dat kunnen omkatten naar ontwikkelingsgericht beleid.'' De nieuwe rol van provincies moet ook niet worden overdreven, vindt De Zeeuw. ,,Vroeger was voor ons marktpartijen de provincie vooral een instituut waar het gemeentelijke bestemmingsplan nu eenmaal óók nog langs moest. In sommige gevallen zal een provincie zelf met ideeën komen, in andere gevallen zal de provincie gewoon bestaande plannen moeten afzegenen.''

Wij staan achter deze Nota Ruimte, was de boodschap onlangs van regionale bestuurders tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer. De Groningse gedeputeerde Calon: ,,Er is twijfel of provincies en gemeenten hun verantwoordelijkheid wel zullen nemen. Als de Tweede Kamer denkt dat gemeenten en provincies te weinig zullen doen om het landschap te beschermen, laat men dan doelen formuleren, per regio verschillend, en laat men ons dan op die doelen afrekenen. Doelen formuleren heeft zelfs mijn voorkeur, want ik wil als gedeputeerde in Groningen niet afgerekend worden op die losers in sommige andere provincies die er niets van bakken.'' Hij wil geen namen noemen. Gedeputeerde Meijdam, sprekend namens de gezamenlijke provincies: ,,De nieuwe vrijheid veronderstelt een inspanningsverplichting. Wij hebben niet altijd een goede naam bij het rijk gehad. Wij begrijpen de twijfel. Reken ons af op onze prestaties.''

Er zijn wel enkele hobbels. Veel van de plannen moeten uitgevoerd worden in samenwerking met verschillende gemeenten met verschillende belangen. Friso de Zeeuw is daar positief over. ,,De verhouding tussen Amsterdam en Almere en tussen Leiden en de omliggende gemeenten is heel wat beter dan een aantal jaren geleden.'' Daarna moeten burgers en maatschappelijke organisaties mee praten. Ook dat kost veel energie, maar is niet onmogelijk. Calon zegt voor zijn plannen met Meerstad vele ontbijtsessies bij boeren en burgers achter de rug te hebben, op basis waarvan de plannen werden aangepast.

Op een goede manier inschakelen van private partijen is cruciaal, vooral vanwege het geld. Maar publiek-private samenwerking komt niet altijd goed van de grond. Commissaris van de koningin in Zuid-Holland Jan Franssen pleitte onlangs, namens de Randstad, voor het sluiten van ,,prestatiecontracten'' bij de uitvoering van de Nota Ruimte. ,,Wij willen niet de zwarte piet toegespeeld krijgen als wij de plannen voor de Randstad niet voor elkaar krijgen door een gebrek aan geld. Het kabinet heeft zelf al gekozen voor een beperkte groei van Almere, omdat er geen geld is voor de infrastructuur die met een hogere groei gepaard zou gaan. Zorg dus dat wij beschikken over goede publiek-private constructies.'' Gedeputeerde Calon uit Groningen legt uit wat de problemen zijn bij Meerstad. Calon: ,,De private partijen hebben voor 200 miljoen euro grond gekocht. Als men de Europese regelgeving voor Europese aanbesteding ultrarigide uitlegt, dan kan het zijn dat private bedrijven wel risicodragend deelnemen, maar niet zelf mogen bouwen.'' Een andere kwestie is de korte contractduur voor openbaar vervoer dat is aanbesteed. Calon: ,,Een bus gaat meestal langer mee dan zes jaar. Toch heeft de Tweede Kamer de maximale contractduur op zes jaar gesteld. Dat is gewoon dom.'' Andere provincies willen bovendien meer mogelijkheden om gronden te onteigenen, plus een wet die lokale en regionale planverevening mogelijk maakt. Dat wil zeggen dat uit de winst van de woningbouw andere voorzieningen betaald kunnen worden. Meijdam: ,,Het is niet de bedoeling om inwoners van Maastricht te laten betalen voor de straatverlichting in Wieringen. Maar op regionaal niveau is het wel handig.''

De Nota Ruimte voorziet niet in een totaal andere visie over hoe Nederland er uit moet zien. Het landschap zal vermoedelijk niet wezenlijk veranderen. Bouwfonds-directeur Friso de Zeeuw: ,,Er wordt gezegd dat met deze nota heel Nederland kan worden volgebouwd. Dat zal niet gebeuren. Ruimtelijke concentratie is en blijft gewenst, omdat het kostenvoordelen heeft.'' Er zal op drie niveaus worden gebouwd, denkt De Zeeuw. ,,Dorps''. ,,Hoogstedelijk''. En ,,suburbaan''. Dat laatste herinnert aan de door sommigen verfoeide Vinexwijken. De Zeeuw: ,,De bewoners zijn dik tevreden in die wijken. In de toekomst zullen er wel minder vinexachtige wijken worden gebouwd. Die zullen wel ruimer worden met kwalitatief betere woningen. Maar het is een illusie om te denken dat de vinexwijk passé is.''