Verdwenen na de laatste yogales

Een man van middelbare leeftijd heeft zich in zijn hoofd gezet dat zijn vrouw een minnaar heeft. In gedachten volgt hij haar op weg naar een rendez-vous, en hij stelt zich voor wat de twee geliefden met elkaar doen. Hij lijdt onder het overspel van zijn vrouw, maar tegelijkertijd windt het hem op. Jarenlang heeft de man, Shaoel, dit geheim met niemand gedeeld, maar op een avond vertrekt hij voor een mysterieuze autorit met zijn schoonzuster. Gaandeweg blijkt dat ze op zoek gaan naar zijn vrouw, die zich een paar dagen heeft teruggetrokken in de woestijn, en geleidelijk onthult hij zijn geheim aan zijn schoonzuster. Intussen heeft hij visioenen van zijn vrouw in de woestijn, waarbij hij wordt belaagd door hordes mannen, en waarin zij uiteindelijk verandert in een soort heilige. De schoonzuster is aanvankelijk verbaasd over Shaoels confidenties; ze kent hem als een afstandelijke, hooghartige intellectueel. Maar ze blijft luisteren, deels uit medelijden, deels omdat hij een snaar in haarzelf raakt: de herinnering aan een liefdesrelatie vóór haar huwelijk komt in volle hevigheid terug.

Dit is, kort samengevat, de inhoud van de eerste van twee novellen die samen de roman Haar lichaam weet het van de Israëlische auteur David Grossman vormen. De vermelding `roman' op het omslag komt van de Nederlandse uitgever. De Hebreeuwse uitgave heet letterlijk vertaald `novellenpaar'. De twee verhalen moeten dus in samenhang gelezen worden. In beide gevallen gaat het om de relatie tussen fantasie en werkelijkheid. Hoe weet je wat waar is, en hoe belangrijk is dat eigenlijk?

Dat gegeven mag intrigerend zijn, in de eerste novelle komt het nauwelijks uit de verf. Grossman geeft – zeker in zijn latere werk – blijk van een zeldzaam talent om vervelende mannen te beschrijven. Hij beschrijft zeer gedetailleerd Shaoels gevoelens voor zijn vrouw, zijn zelfmedelijden en zijn pijn, en toch komt hij niet tot leven en blijf je je al lezend afvragen waarom je je eigenlijk voor deze man zou interesseren.

De tweede novelle, tevens titelverhaal, is een stuk boeiender. Misschien doordat vrouwen de hoofdrol spelen, misschien doordat er een puberjongen in voorkomt. Dat laatste is Grossmans specialiteit, in Zie: liefde (1986) en De grammatica van het gevoel (1991; vorig jaar opnieuw in Nederland uitgebracht als De uitvinder van geheimen). Bovendien heeft dit verhaal een duidelijke plot: er wordt een conflict tussen een moeder en een dochter uitgevochten. Rotem, de dochter, komt uit haar woonplaats Londen naar Israël voor een laatste bezoek aan haar moeder Nili, die stervende is aan kanker. Rotem heeft zich altijd miskend gevoeld door haar moeder, een gescheiden vrouw die in Rotems ogen meer aandacht had voor haar werk en haar talrijke liefdesavontuurtjes dan voor haar eigen dochter. Rotem heeft een boek geschreven en wil door het voorlezen daarvan voorgoed met haar moeder afrekenen.

Het boek gaat over een belangrijke episode uit het leven van haar moeder, toen ze als yogalerares in een vakantieoord aan de Dode Zee van een patserige man het verzoek kreeg `een man te maken' van zijn vijftienjarige zoon. Tot haar eigen verbazing weigert ze niet en ontvangt ze de jongen zonder precies te weten wat haar te doen staat. Uiteindelijk blijkt het de belangrijkste ervaring van haar leven. Er komt geen seks aan te pas, maar door de yogaoefeningen die ze samen met de jongen doet, bereikt ze een intimiteit zoals ze die nooit eerder heeft beleefd. Aan het eind van de laatste les verdwijnt de jongen en ze ziet hem niet meer terug.

Dit is althans het verhaal zoals Rotem het voorleest. In cursieve passages die haar verhaal onderbreken, beschrijft Rotem de `werkelijkheid' in het hier en nu, de reacties van haar moeder op het verhaal en haar reacties daar weer op. Ze vertelt ook over haar jeugd met een moeder die er nooit voor haar was en die alle liefde die ze Rotem onthield, blijkbaar opeens wel aan een wildvreemde jongen kon geven. Als Rotem begint met voorlezen, heeft ze nog de intentie haar moeder te kwetsen, maar gaandeweg overwint de behoefte aan bevestiging; ze snakt ernaar van haar moeder te horen dat haar versie van de gebeurtenissen waarheidsgetrouw is.

In Grossmans oeuvre is de verbeelding vaak krachtiger dan de werkelijkheid. In de roman waarmee hij wereldberoemd werd, Zie: liefde, probeerde hij door soms extreme verbeeldingsexperimenten een antwoord te vinden op de vraag hoe de jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog heeft kunnen plaatsvinden. En in Jij bent mijn mes begint een man een briefwisseling met een vrouw die hij eenmaal gezien heeft en probeert hij uitsluitend met pen en papier zich een beeld van haar te vormen en een beeld van zichzelf te scheppen.

Rotem en haar moeder komen uiteindelijk tot een verzoening, niet doordat ze de waarheid achterhalen, maar doordat ze het samen eens worden over een waarheid. Een mooi einde, misschien iets te mooi, maar de afwisseling tussen `verhaal' en `werkelijkheid' bouwt de spanning op en maakt het geheel overtuigend. Deze novelle kan heel goed op zichzelf staan, zonder de eerste novelle, die eerder als stoorzender werkt.

David Grossman: Haar lichaam weet het. Vertaald uit het Hebreeuws door Corrie Zeidler. Cossee, 299 blz. €22,90

    • Hilde Pach