OM vraagt vrijspraak zaak-Bagçi

Het openbaar ministerie heeft de Haagse rechtbank vanmorgen vrijspraak gevraagd voor Evren T. (21), verdachte van de moord op het zevenjarige Turkse meisje Kumral Bagçi in 1995. Het OM heeft onvoldoende bewijs gevonden om zijn schuld te kunnen aantonen.

Het in stukken gesneden lichaam van Kumral Bagçi werd in juni 1995 gevonden op een straathoek in Scheveningen. Het meisje was sinds twee dagen vermist. Grootschalige onderzoeken in 1995 en 1999 leidden niet tot oplossing van de zaak. In september 2002 opende de politie de zaak opnieuw.

Op de tassen met het lichaam van het meisje werden vorig jaar vingerafdrukken aangetroffen van Evren T., zijn zus en zijn moeder. Evren T. was een achterneef van Kumral Bagçi. In september vorig jaar werd hij gearresteerd. Omdat hij pas twaalf jaar was ten tijde van de moord werd hij berecht onder het jeugdstrafrecht en had hij ten hoogste een half jaar cel kunnen krijgen.

T. verklaarde vanmorgen in de rechtszaal dat hij niet wist hoe zijn vingerafdrukken op de tassen terecht waren gekomen. Ook voor het overige zei hij zich weinig over de tijd van de moord te kunnen herinneren. Volgens de officier van justitie stond vast dat de tassen uit het huis van de verdachte afkomstig waren. In een van de tassen zat ook een haar van zijn zus.

Een week na Evren T. werd ook zijn moeder aangehouden als verdachte. Zij zou een motief hebben, omdat de vader van Kumral Bagçi een maand voor de moord een relatie met haar zou hebben beëindigd. Tien dagen na haar arrestatie pleegde de vrouw zelfmoord in haar cel. Kort daarvoor was ze verhoord door de politie, waarbij zij werd uitgemaakt voor slechte moeder en hoer. Na onderzoek door de rijksrecherche concludeerde het OM dat de politie niets te verwijten viel.