Justitie ondervraagt Bush over lekken identiteit CIA-agent

President Bush is gisteren 70 minuten ondervraagd door de federale justitie. Onderwerp van gesprek was het onderzoek naar de bron die, mogelijkerwijs op het Witte Huis, vorige zomer de identiteit van een CIA-medewerkster openbaarde.

De naam van de agente werd aan een kranten-columnist onthuld kort nadat haar man, oud-ambassadeur Joe Wilson, had onthuld dat Saddam Hussein geen nucleaire brandstof in Niger had gekocht. Die claim was een belangrijk onderdeel van bewijsmateriaal waarmee de regering-Bush de oorlog tegen Irak had onderbouwd.

De ondervraging werd geleid door Patrick Fitzgerald, de openbare aanklager uit Chicago, die verantwoordelijk is voor het justitie-onderzoek naar de strafbare onthulling van de identiteit van geheim agente Valerie Plame. President Bush werd alleen bijgestaan door de advocaat Jim Sharp, die hij in de hand heeft genomen voor deze zaak.

Volgens kenners van de gang van zaken in Washington duidt het ongebruikelijke gesprek erop dat Fitzgerald de hoogste laag van de regering niet heeft uitgesloten van zijn onderzoek. Nadat vice-president Cheney en Witte Huis-jurist Gonzalez eerder werden ondervraagd zou het gesprek met de president erop duiden dat het onderzoek afronding nadert.

Woordvoerder Scott McClellan zei dat president Bush graag meewerkte aan het onderzoek: ,,Het uitlekken van geheime informatie is een ernstige zaak.'' Wilson stelde in zijn dit voorjaar verschenen boek The Politics of Truth dat het uitlekken van de identiteit van zijn echtgenote een vorm van wraak was. Hij noemde Bush' politieke adviseur Rove, de stafchef van vice-president Cheney, Libby, of de Midden-Oosten-specialist van het Witte Huis, Abrams, als de meest waarschijnlijke `daders'.