Irakbeleid

Thomas Von der Dunk weet niet alleen veel van het verleden maar ook van de toekomst (Opiniepagina, 23 juni). Hij weet nu al dat historici in de toekomst een vernietigend oordeel zullen vellen over het Irakbeleid van de huidige Nederlandse regering. Dat is knap.

Helaas is de onderbouwing van zijn eigen oordeel niet indrukwekkend. Het is juist dat er in Irak geen massavernietigingswapen is gevonden, maar het was aardig geweest als Von der Dunk had toegegeven dat de Iraakse leider Saddam Hussein in 1992 een verboden raket- en raketproductiesysteem in Noord-Korea had besteld.

Het was ook goed geweest indien hij had aangestipt hoezeer de Fransen en de Russen de indamming van Saddam Hussein ondermijnden via het voedsel-voor-olie-programma. Parijs en Moskou hadden er geen moeite mee om Saddam in het zadel te houden en hem op termijn de mogelijkheid te geven om weer massavernietigingswapens te verwerven en te ontwikkelen.

Het is juist dat er geen harde bewijzen zijn dat Saddam Al-Qaeda geholpen heeft bij de aanslagen op 11 september, maar de onderzoekscommissie uit het Amerikaanse Congres ontkent niet dat er talrijke contacten zijn geweest. Zo is het interessant om te weten dat de Irakees Yasin, die in 1993 was betrokken bij de aanslag op het World Trade Centre, naar Irak vluchtte waar hij tot de val van Saddam verbleef als gast van de staat.

Voorts was Saddam Hussein in 2001 de enige dictator in het Midden-Oosten die openlijk 11september vierde en grotere wraakacties aankondigde. En het is eveneens instructief om te weten dat Al-Qaeda-lid Abu Musab Zarqawi niet vóór maar ná 11 september verhuisde van Afghanistan naar Bagdad om zijn, nu heel openlijke, plan te ontwikkelen voor een heilige en etnische burgeroorlog.

Al deze zaken bewijzen geen betrokkenheid bij 11 september, maar de feiten laten geen misverstand bestaan over Saddams nauwe contacten met terroristen.

Wijlen gangster Abu Nidal leefde jarenlang in Bagdad en hoefde zich daar niet te verbergen. Let wel, we hebben het hier over iemand die aanslagen pleegden op vliegvelden in Wenen en Rome en zelfs een doodsvonnis van de PLO aan zijn broek had.

Saddam Hussein zelf schepte altijd op dat hij de families van de Palestijnse zelfmoordenaars sponsorde. Geen wonder dat zoveel Clintonians van Saddam af wilden. Helaas verstrikte Clinton zich in de Lewinsky-affaire.

Natuurlijk heeft Von der Dunk gelijk dat de Amerikaanse diplomatie aan de vooravond van de oorlog geen schoonheidsprijs verdient. Het alternatief was echter nog erger. Indien VN-wapeninspecteur Blix de tijd had gekregen om zijn inspecties af te maken, waren er, weten wij nu, vermoedelijk geen wapens gevonden. Zouden de VS dan wel meer steun hebben gekregen om Saddam Hussein af te zetten? Waarschijnlijk niet. Saddam wist als geen ander hoe hij de VN naar zijn hand kon zetten. Bush en Blair maakten daar een einde aan. En onze regering verleende daarbij politieke steun.

Laten we ons gelukkig prijzen dat Wouter Bos naar Koenders heeft geluisterd en niet naar Von der Dunk. Ook de Partij van de Arbeid wil het Iraakse volk graag helpen in de huidige oorlog tegen al-Zarqawi en andere duistere lieden.