In Spanbroek

Spanbroek is een gat waar veel wind doorheen waait, vooral op herfstige zomerdagen. Het ligt ten noordwesten van Hoorn, op een halfuurtje rijden (met bus 49). Ik zou het niet aanbevelen als toeristische trekpleister als er niet zo'n aardig museum lag: het Frisia Museum, in 1997 opgericht door de gefortuneerde zakenman Dirk Scheringa.

Het heeft iets onwezenlijks dat achter de gevel van een voormalige huishoudschool in een simpel lintdorpje tussen de weilanden een schitterende kunstcollectie ligt opgetast, inmiddels vele miljoenen euro's waard. Er is veel werk te zien van realisten als Mankes, Willink, Schumacher, Ket, Charley Toorop en Koch.

Het museum is een succes (30.000 bezoekers per jaar) en het begint daarom al te krap te worden. Bij de oprichting was het de bedoeling dat steeds alle schilderijen te zien zouden zijn, maar hoe doe je dat met 400 schilderijen in een huishoudschool? Dus wordt er volgend jaar even verderop in de gemeente Opmeer begonnen met de bouw van een museum dat driemaal zo groot zal worden.

Ik houd niet van het werk van alle realisten soms worden ze me al te onheilszwanger, zoals Willink maar voor schilders als Mankes en Schumacher (en trouwens ook voor sommig werk van Willink) wil ik nog wel verder gaan dan Spanbroek, desnoods te voet.

Er loopt in het Frisia Museum nu een tentoonstelling van Pyke Koch, een om zijn oorlogsverleden omstreden schilder. Koch liet een tamelijk klein oeuvre na: negentig schilderijen, waarvan er dertig in Spanbroek te zien zijn. Er zit mooi, klassiek werk bij (zie zijn De Winter uit 1951, beeld van een boerenvrouw in een ijzig landschap), maar het heeft voor mij toch niet de kracht van het werk van de beste realisten.

Wat doe je als museum met het onzalige, politieke verleden van een gewaardeerde schilder? Lastig. Het Frisia Museum verzwijgt dat verleden niet, maar je moet als bezoeker wel goed zoeken naar de sporen ervan. De catalogus vermeldt dat Koch het fascisme in Italië bewonderde, ,,maar, als zo velen, vooral de orde en esthetiek...''

Dat lijkt me iets te mild uitgedrukt voor iemand die op 30 januari 1941 schreef: ,,De nationaal-socialistische revolutie heeft een generatie voortgebracht, bezield van zelfopoffering, daadkracht en militaire heroïk. Dit zijn de eigenschappen, welke, indien ze langzamerhand de geheele geestelijke atmospheer van de volken, die bij deze revolutie betrokken zijn, gaan doordringen, op de kunst van grooten en bezielenden invloed kunnen zijn.''

(Ik haal het citaat uit het boek Kunst in crisis en bezetting van Hans Mulder.)

Aan de andere kant: moet je iemand met zijn verleden blijven achtervolgen als zijn schilderijen er weinig aanleiding toe geven? Op de dertig schilderijen in Spanbroek zie ik in ieder geval geen fascistische motieven, al is er één bij dat een onaangename indruk maakt. Dat is een zelfportret uit 1936 waarin Koch zichzelf geschilderd heeft met zo'n gemillimeterde, strakke Duce-achtige kop die nu zo in de mode is (Beckham!). Een jaar later schilderde Koch er ook nog een zwarte doek om zijn schedel bij, maar dat schilderij ontbreekt.

Kunst en politiek, het blijft een hachelijke combinatie.