Grafschennis

Plunderaars hebben de Titanic kaalgeplukt en beschadigd, klaagde onlangs Bob Ballard, de Amerikaanse oceanograaf die het wrak van het passagiersschip in 1985 ontdekte.

Nog vóór de Titanic in april 1912 uit Southampton vertrok, werd aan boord al geplunderd. Scheepsdokter John Edward Simpson was woedend toen hij ontdekte dat er vijf tot acht dollar uit zijn bagage was gestolen. Hij nam wraak door onmiddellijk een kop en schotel en een bonbonbakje van de Titanic te stelen en het in Queenstown, de laatste aanloophaven, naar huis te sturen.

Tijdens de vierdaagse reis van het schip plunderden valsspelers en oplichters de rijke eersteklas passagiers, daarbij geholpen door stewards die voor een stevige fooi wel geschikte slachtoffers wilden aanwijzen. En toen het als onzinkbaar beschouwde stoomschip op een ijsberg was gelopen en de passagiers beseften dat het schip tóch zou zinken, werd er ook op grote schaal geplunderd. In de zakken van arme emigranten, die kort na de ramp uit het water werden gehaald, vonden de bergers vaak verdacht grote hoeveelheden geld en juwelen. Geld, dat volgens andere klachten soms weer op onverklaarbare wijze verdween.

Direct na de ramp kwamen de eerste voorstellen om de Titanic te lichten. Maar pas in 1985 wist het team van de Amerikaanse oceanograaf Bob Ballard het wrak te traceren. Toen Ballard, wat naïef, de exacte positie onthulde, was het hek van de dam. Een reeks van expedities begon met het bergen van de naast het schip liggende voorwerpen.

Het prominentst aanwezig was Titanic Ventures. Samen met een Frans ingenieursbureau graasde dit bedrijf in de jaren negentig het gebied rond de Titanic geheel af, tot de uit het wrak gevallen steenkool aan toe. Particuliere bezoekers van het wrak die veel geld hadden betaald om in een Russisch duikbootje het wrak romantisch te bezoeken en op grote diepte elkaar het jawoord te geven, kwamen teleurgesteld boven en vertelden dat er niets meer op de bodem te zien was behalve het kaalgeplukte wrak.

Tegen dit soort praktijken maakte Bob Ballard deze maand bezwaar. ,,Ze hebben een oude dame in haar graf haar juwelen afgenomen'', zei hij na een nieuw bezoek aan het wrak in een vraaggesprek met The Times. ,,Veel karakteristieke versieringen aan de buitenkant van de Titanic zijn door de plunderaars geroofd en het schip is beschadigd door vermoedelijke aanvaringen met kleine onderzeeers.''

Ballard beschouwt de plek waar de Titanic ligt en waar 1.500 mensen het leven lieten, als een archeologisch onderwatergebied, dat om historische redenen niet verstoord mag worden. Op deze opvatting valt wel wat af te dingen. De opgedoken voorwerpen van de Titanic mogen dan een niet te ontkennen aantrekkingskracht op het grote publiek hebben, van grote waarde zijn ze niet. Het is hoofdzakelijk grof hotelservies. Ook de persoonlijke bezittingen van de passagiers bestaan vooral uit spullen die op elke rommelmarkt in betere conditie voor een krats te koop zijn.

Historisch gezien is er ook niet veel verloren gegaan. De archieven en bibliotheken puilen uit met informatie over de bouw, de opvarenden, de lading en de ramp met de Titanic. Het wrak met rust laten heeft ook weinig zin. Door het het hoge zuurstofgehalte van het zeewater op 4.500 meter diepte roest het wrak in hoog tempo weg. Over hooguit honderd jaar zal het goeddeels verdwenen zijn. De overblijfsels van de slachtoffers zijn al heel lang geleden volledig door organismen opgeruimd.

Ook Bob Ballards eigen archeologische ethiek is nogal ambivalent. Na het vinden van de Titanic bezocht hij het wrak van de in 1915 voor de Ierse zuidkust getorpedeerde Lusitania. Toen hij aan onderdelen begon te trekken, verzocht de Ierse regering hem dwingend op te krassen met zijn onderzoeksschip. In de Middellandse Zee haalde hij daarna de afgunst van de hele archeologische gemeenschap, de Europese Commissie en de Italiaansche regering over zich heen door zonder toestemming de ene na de andere amfoor uit een tweeduizend jaar oud vrachtschip te halen en de beelden daarvan met veel bombarie live op televisie uit te zenden. Deze expeditie leek verdacht veel op schatgraverij. Na fiks op de vingers te zijn getikt, legde Ballard de spullen weer stilletjes terug op de plek die nu voor altijd historisch corrupt is.

Maar dr. Robert Ballard is niet alleen een showman die van aandacht geniet. Hij is zeker ook een gedreven oceanograaf. Hij ontdekte de vulkanische geothermische schoorstenen op de bodem van de oceaan, een ontdekking die voor het ruimteonderzoek van belang bleek te zijn. En hij ontwikkelde diepzeerobots die via satellieten vanuit een laboratorium aan land bediend kunnen worden. Het plunderen van de Titanic, voor of na de ramp, mag historisch van weinig betekenis zijn, Bob Ballard weet met zijn persoonlijk opvattingen in elk geval aandacht te genereren die zijn peperdure diepzeeprojecten ten goede kunnen komen.

Edward P. de Groot schreef het boek `75 jaar Titanic' (Uitgeverij De Alk).