Gesprek met dode Polen

Over het nieuwe EU-lid Polen bestaan veel misverstanden: Polen zijn katholieker dan de paus, ze zijn corrupt en allemaal liefhebber van Chopin. De Belgische slavist Johan de Boose wil met zijn net verschenen Alle dromen van de wereld. Een sentimentele reis door Polen het één en ander rechtzetten, zo schrijft hij. Een interessant en actueel onderwerp, zo vlak na Polens toetreding, maar het pakt anders uit. Het boek gaat niet over het rechtzetten van misverstanden, maar over Poolse geschiedenis en cultuur en over de vraag of die cultuur wel bestaat. Ook interessant, maar iets anders.

Tijdens zijn reis ontmoet De Boose schrijver en Nobelprijswinnaar Czeslaw Milosz, geboren in het Litouwen dat toen bij Rusland hoorde. Hij gaat langs bij dichteres Wislawa Szymborska, eveneens een Nobelprijswinnaar, en hij schrijft over zijn ontmoeting, medio jaren tachtig, met de legendarische theatermaker Tadeusz Kantor. Cultuur is bij deze schrijver uitsluitend hoge cultuur.

Verder is De Boose vooral in gesprek met de doden. Hij noemt zichzelf `spokenjager'. Overal ziet hij de schimmen van de geschiedenis weer opdoemen. Een vermoorde bisschop komt tot leven en vertelt zijn gruwelijke verhaal. Hij hoort `het gejank van kindkoningin Jadwiga, de stap van Goethe en Heine, de kreten van Napoleon en Hitler'. Alle dromen van de wereld wordt zo steeds meer een reis door De Boose's gedachtewereld. De levenden doen er blijkbaar niet toe. De Boose reist duizenden kilometers, naar Oekraïne, naar Drohobycz, het voorheen Poolse dorp waar de Pools-joodse schrijver Bruno Schulz werd geboren en, in 1942, door de nazi's werd doodgeschoten. Maar niemand komt aan het woord. Pal voor het geboortehuis van Schulz, dat bewoond is, draait De Boose zich om, omdat hij `de grens van het fatsoen' niet wil schenden. Op een wandeling door Drohobycz wordt eindeloos geciteerd uit Schulz' werk, maar een praatje met de lokale kroegbaas, apotheker of burgemeester zit er niet in. De Boose's reis is een literaire reis: boeken spelen de hoofdrol, de doden voeren het woord, de levenden zijn figuranten.

De Poolse cultuur is, concludeert De Boose, een brandpunt van andere culturen, zoals de joodse, de Litouwse, de Pruisische en de Oostenrijkse. Dat hangt samen met het gebrek aan natuurlijke grenzen: het land ligt op een open vlakte, het ideale slagveld voor de grote mogendheden die Polen aan het einde van de achttiende eeuw opdeelden. En ook tegenwoordig is het land weer onderworpen aan een kwalijke externe invloed: de westerse consumptiecultuur. Catastrofe is het leidmotief van zijn reis, schrijft De Boose mismoedig.

De geschiedenis van Polen, waarvan De Boose zonder twijfel veel kennis heeft, is inderdaad vaak deprimerend. Maar jammergenoeg is het hem in dit boek niet gelukt om door de geschiedenis heen naar het hedendaagse Polen te kijken. Of zoals hij zelf aan het einde van zijn boek schrijft: `Op de bodem van de afgrond ligt het verwoeste verleden, voor me strekt een nieuw land zich uit, dat ik nog niet zie, maar dat ik probeer te begrijpen.'

Johan de Boose: Alle dromen van de wereld. Een sentimentele reis door Polen. Meulenhoff, 224 blz. €17,50