Gemengd huwelijk tussen meerkoet en kraai

De tekeningen in De koetjes en de kraai van Nicole de Cock (1965) horen eigenlijk aan de muur, zo mooi zijn ze. Het is alsof De Cock de vogels uit het verhaal lang heeft bespied om ze op het juiste moment te kunnen vangen. Soms zit De Cock in een boom om de kuikens van bovenaf te schilderen, op een ander moment ligt ze in het riet om de slapende kraai van onder af te portretteren, soms neemt ze een close-up, dan weer is ze ver weg. Haar vogels zijn geen vermenselijkte dieren, maar echte – hooguit licht gestileerde – vogels, geverfd in grijstinten met als enige kleur op de pagina's zacht oranje. Hun strijd om het bestaan en de kunst om te leven, voel je op iedere plaat.

In De koetjes en de kraai valt op een dag een grote zwarte kraai uit de lucht in het water. Roetje, moeder van vier kuikens, redt hem en sleurt hem mee naar haar nest. Het is het begin van een bijzondere vriendschap.

De koetjes en de kraai is niet een boek om even snel voor het slapen gaan voor te lezen. Bij een vluchtige lezing zouden kinderen het `saai' kunnen vinden. Haal het boek tevoorschijn op een moment waarop het hart openstaat. Neem de tijd om te kijken hoe de kraai cirkels in het water trekt als hij de kuikens op een tak voortsleept; voel hoe Roetje, nadat ze haar vleugel heeft gebroken, zich bij een oude man thuis warmt aan de oranje gloed van een kacheltje.

De Cock is zuinig met woorden. Kinderen mogen de emoties zelf invullen. Als Roetje met de gebroken vleugel voor de kachel ligt, staat daaronder: `Dagenlang wil ze alleen maar slapen'. Dan weet je het wel. En als Kraai terug is naar zijn familie en moeder Roetje ook nog steeds niet thuis is, zie je de kuikens op een dakgoot zitten, gebogen tegen wind en regen. Daar staat dan onder: `In de stad hebben de koetjes het moeilijk, zonder moeder en zonder kraai'. Daar kun je je als kind van alles bij voorstellen.

Nicole de Cock: De koetjes en de kraai, 48 blz., Gottmer, €14,50