Duitse rechter staat verbod hoofddoek op school toe

Na jaren politieke en juridische strijd heeft de hoogste administratieve rechtbank in Duitsland het eerste regionale verbod op het dragen van hoofddoekjes door leerkrachten goedgekeurd. De rechters in Leipzig oordeelden gisteren dat een wet die het verbod regelt niet in strijd is met de grondwet.

Onderwijs valt in het federale Duitsland grotendeels onder de verantwoordelijkheid van de deelstaten. In het door christen-democraten geregeerde Baden-Württemberg werd de hoofddoekkwestie al jaren geleden actueel. De onderwijsautoriteiten in Stuttgart weigerden in 1998 de onderwijzeres Fereshta Ludin in dienst te nemen omdat ze ook in de klas een hoofddoekje wilde dragen.

Ludin, een Duitse van Afghaanse komaf, vocht het besluit aan en belandde uiteindelijk bij het Constitutionele Hof in Karlsruhe. Daar oordeelde men dat de grondrechten van Ludin werden aangetast. De rechters zeiden echter ook dat het in principe mogelijk is om hoofddoekjes te verbieden. Daartoe moesten de deelstaten wel eerst een juridische basis leggen. Baden-Württemberg nam daarop een nieuwe wet aan waarmee hoofddoekjes verboden kunnen worden. Gisteren keurde het Bundesverwaltungsgericht die wet goed.

De nieuwe wet in Baden-Württemberg verbiedt het dragen van religieuze symbolen als daardoor de neutraliteit van de overheid in gevaar komt of de vrede op school verstoord wordt. De rechters keurden de wet goed omdat de formulering alle geloofsovertuigingen treft.

Ook de door christen-democraten geregeerde deelstaten Saarland en Nedersaksen hebben bepalingen aangenomen die het hoofddoekje verbieden. Beieren en Hessen hebben verbodsbepalingen in voorbereiding. Hessen wil het verbod van toepassing verklaren op alle ambtenaren. De overige, veelal door SPD geregeerde deelstaten zien af van een verbod of aarzelen. In het door sociaal-democraten en ex-communisten geregeerde Berlijn wil men alle religieuze symbolen verbieden voor alle ambtenaren.