Duitse begroting is een fantasieproduct

De begrotingsvoorstellen van de Duitse regering voor 2005 zijn terecht alom bekritiseerd. De financiële gedachtespinsels duiden op een reëel beleidsprobleem. De regering kan de economische stagnatie aanvaarden noch oplossen.

Minister van Financiën Hans Eichel beweert dat de regering in 2005 slechts 22 miljard euro hoeft te lenen, tegen een verwacht begrotingstekort van 40 miljard euro voor 2004. Maar niemand neemt zijn cijfers serieus. Er is sprake van 15 miljard euro aan inkomsten uit pseudo-privatiseringen en van minstens 10 miljard euro aan onhaalbare bezuinigingen.

Zelfs als het land in 2005 de verwachte economische groei van 2 procent bereikt, zijn de begrotingsramingen zeer optimistisch. Het begrotingstekort zou voor het vierde jaar op rij wel eens ruim boven de limiet van 3 procent van het bruto binnenlands product kunnen uitkomen.

Ondanks de stortvloed aan kritiek van binnen- en buitenlandse politici maakt Eichel zich niet echt zorgen over het hoge tekort. Hij gelooft dat overheidstekorten de economie stimuleren – en Duitsland kan zeker alle economische steun gebruiken die het land kan krijgen. Politiek gezien zijn zowel hogere belastingen als lagere overheidsbestedingen bijzonder impopulair. En dan is er nog het voorbeeld van Amerika: van alle rijke landen heeft dat zowel het hoogste begrotingstekort als de hoogste economische groei.

Maar de Duitse situatie is heel anders dan de Amerikaanse. Het Duitse tekort lijkt niet te zorgen voor enige extra economische groei. De werkloosheid blijft zeer hoog en de economische groei blijft heel laag.

Er zijn twee reacties mogelijk op deze met tekorten gepaard gaande stagnatie. De regering kan het zoeken in stoutmoedige hervormingen – lagere sociale voorzieningen en minder overheidssubsidies en regels. Hoewel zo'n beleid de overheidsuitgaven zou beteugelen, ligt het politiek moeilijk. Het alternatief is begrotingsdiscipline – het bereiken van een begrotingsevenwicht door middel van hogere belastingen. Daardoor zou het vertrouwen van het bedrijfsleven kunnen toenemen, maar ook dit beleid lijkt politiek gevoelig te liggen.

Ieder jaar wordt het lastiger om de schijn op te houden. Volgend jaar zal de regering niet meer genoeg bezittingen hebben om te privatiseren. Dan wordt het moeilijker vol te houden dat het bedrag dat wordt geleend lager is dan het bedrag dat wordt uitgegeven aan nieuwe investeringen, zoals de Duitse grondwet eist. Maar verwacht niet dat het land terugkeert naar zijn van oudsher voorzichtige begrotingsbeleid. Het omzeilen van de wettelijke bepalingen ligt meer voor de hand dan het tonen van politieke moed.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld.