Column

Duinrel

,,Vannacht droomde ik dat Karel Brückner Nedved tegen ons wisselde”, mompelt Dick tegen zijn vrouw, ,,hij was te goed.”

Het is eind augustus en ze ziet hoe hij langzaam herstelt. Hij scharrelt verlegen heen en weer tussen zijn televisietoestel en zijn met krantenknipsels overladen bureau. Dagelijks neemt hij wat tijdens de EK uitgezonden praatprogramma’s tot zich en leest een paar leuk bedoelde stukjes uit die tijd. Vroeger kon hij om de cabaretier nog wel lachen, maar nu deze hem de nieuwe Engelse uitdrukking Always change a winning team in de mond heeft gelegd, vindt hij de man opeens stukken minder grappig. De tekst: Bosvelt, rollator pakken en inlopen vindt hij ronduit flauw.

Elke nacht droomt hij van krijsende stuurlui op een kolkende kade. Opgehitst door in het oranje gehulde bierbuiken vuren columnisten, schrijvers, soapies, astronauten, trainers, oud-trainers, middelmatige spelers, maar ook zangers, professoren, cabaretiers en andere ijdeltuiten allerhande ongevraagde adviezen op hem af. Alleen de aardige Kees Jansma beschermt hem op het diepste punt.

Hij is sinds het EK het huis niet meer uit geweest. Straatvrees. Supportersangst. Hij kan niemand meer zonder rood-wit-blauwe wangetjes en een oranje nylon pruik zien. De postbode, de drogist, de huisarts, de sigarenboer. Hij hoeft ze maar twee seconden aan te kijken of ze verworden tot wanstaltige supporters. Hij weet dat ze er toe in staat zijn.

Vanmiddag komt zijn kleindochter en gaat hij voor het eerst weer naar buiten. Geen Efteling, geen Six Flags en zeker geen Madurodam. Deze laatste attractie bezoeken ze niet uit angst dat Dick in een opwelling het hele land in elkaar schopt. Tot de Gouden Koets aan toe. Dat hij als een reus het stadje vermorzelt om zich daarna te laten opnemen in de dichtstbijzijnde kliniek. Naar de andere massaparken wil hij sowieso niet uit angst voor de humor. Om de drie worstjesvreters komt er vast een met een tientje op hem af en zegt dan iets te hard: ,,Meneer Advocaat, kunt u wisselen?” De rest van de lafbekken staat lachend achter de struiken.

Ze hebben gekozen voor de Zeehondencrèche in Pieterburen. Aan het wad is het mooi stil en daar komen vooral natuurvrienden, die niet zoveel met voetbal hebben.

Het woord wisselen mag binnen de familie Advocaat niet meer vallen, maar dat wordt moeilijk als zijn zesjarige kleindochter enthousiast binnenkomt. Ze mist twee voortanden. In haar zak brandt een zilveren tandendoosje en ze rekent op minimaal een euro van opa. Haar andere opa gaf zelfs een briefje van vijf. Ze lacht uitbundig naar Dick in de hoop dat hij het ziet en er iets over zal zeggen. Maar Dickie is er met zijn hoofd niet bij. Dick is even geen echtgenoot, geen vader en grootvader. In zijn hoofd wordt een voetbal heel langzaam opgepompt tot hij binnenkort meedogenloos uit elkaar klapt.

Het meisje lacht naar haar opa en slist iets liefs. Geen reactie. Mevrouw Advocaat neemt haar apart en fluistert: ,,Laat opa maar even. Opa is een beetje moe. Straks zegt hij er wel wat van en krijg je vast wat centjes!” Ze zegt dat ze het snapt.

Na drie uur rijden komen ze in het Groningse niemandsland en volgen de bordjes naar het lustoord van Lenie ’t Hart.

Voetbaltechnisch is de rit vlekkeloos verlopen. Een keer zei zijn vrouw: ,,Gebruik de sproeier, je ziet niks door de ruit!” Dat laatste woord zorgde voor een kleine oprisping.

Voor het eerst denkt Dick even niet aan het EK. Hij ziet wad, zeehonden, een mooie crèche en kijkt naar zijn kleinkind. Even is hij helemaal weg. Weg van de donkere werkelijkheid. Dan ziet hij opeens het aandoenlijke fietsenrekje in het mondje van zijn oogappel. Hij zoekt in zijn broekzak naar wat kleingeld. Daar zijn opa’s tenslotte voor.

,,Mooie zeehondjes”, murmelt hij tegen het meisje.

Zij heeft haar zeehondenuitje echter goed voorbereid en corrigeert haar grootvader met de tekst: ,,Dat zijn geen zeehondjes, opa!”

,,Wat zijn dat dan?”, vraagt Dickie vrolijk verbaasd.

En dan deelt zij de definitieve genadeklap uit met het meedogenloze woordje: ,,Robben!”