Detective gevraagd

Video's zonder plot, mysterieuze schilderijen en installaties van onbenoembare voorwerpen dwingen de bezoeker van Manifesta 5 tot speurwerk.

Johan zoekt naar woorden. Zojuist heeft logopediste Eva hem gevraagd wat voor sport hij beoefent. Het antwoord ligt op het puntje van zijn tong, dat zie je aan zijn vertrokken gezicht, maar het lukt hem niet het uit te spreken. Johan is een volwassen man, maar gedraagt zich als een klein kind dat zijn juf graag tevreden wil stellen. ,,Alles'', zegt hij uiteindelijk uit pure wanhoop. ,,Doe jij alle sporten Johan?'' vraagt Eva gespeeld verbaasd. ,,Nee'', geeft hij dan schoorvoetend toe. En na opnieuw een lange stilte: ,,Alleen fietsen.''

Johans therapeutische sessie, vastgelegd door de Belgische kunstenaar Sven Augustijnen in een ruim twintig minuten durend videoverslag, is voor de toeschouwer haast net zo vermoeiend als voor de patiënt zelf. Je voelt zijn frustratie en onmacht, leeft met hem mee als het hem weer niet lukt een antwoord te geven op een van Eva's eenvoudige vragen, over het weer of over zijn laatste vakantie. Johan lijdt aan afasie, een vorm van hersenletsel waarbij het spraakvermogen is aangetast. Zijn brein maakt voortdurend kortsluiting en daarom kan hij wat hij ziet of zich herinnert niet in zinnen gieten. François daarentegen, een wat oudere man met afasie die ook door Augustijnen werd geportretteerd, is een echte spraakwaterval. Zijn probleem is dat wat hij zegt nauwelijks te begrijpen is.

Augustijnens videotweeluik Johan (2002)/François (2003) vormt een sleutelwerk op Manifesta 5, de Europese biënnale voor hedendaagse kunst die vorige week van start is gegaan in de Noord-Spaanse stad San Sebastián. In het cultuurcentrum Koldo Mitxelena, een van de vier hoofdlocaties van Manifesta, is het werk pontificaal bij de ingang geplaatst. De omliggende zalen tonen werken van negen jonge, relatief onbekende kunstenaars die stuk voor stuk uitblinken in raadselachtigheid. Video's zonder plot of climax, schilderijen met mysterieuze voorstellingen en installaties van onbenoembare voorwerpen en apparaten laten de toeschouwer met veel vraagtekens achter. Deze kunst tracht niemand voor zich te winnen met wervende kreten, confronterende beelden of pakkende kleuren. Dit is kunst die, net als Johan, zijn boodschap niet direct prijsgeeft of, zoals François, haast niet te doorgronden is.

De twee samenstellers van Manifesta 5, Marta Kuzma en Massimiliano Gioni, hullen zich in nevelen. Het bedenken van een titel lieten ze over aan de conceptuele kunstenaar Lawrence Weiner, die met de even mooie als cryptische zin `With all due intent' kwam – een samentrekking van het formele `with intent' en het bescheiden `with all due respect'. De ondertitel, gedrukt op grote banieren bij de ingang van de exposities, bestaat uit een grote hoeveelheid losse steekwoorden als `stille fabriek', `bipolaire stad', `cultureel landschap' of `spirituele geluiden'.

,,Het is niet onze bedoeling om helder te zijn'', zeiden Kuzma en Gioni onlangs in een interview met het kunsttijdschrift Metropolis M. In totaal selecteerde het duo vijftig kunstenaars uit heel Europa, kunstenaars die volgens hen ,,een persoonlijke taal spreken, soms een vreemd idioom, en die niet onmiddellijk vertaalbaar of transparant willen zijn, maar zich liever richten op een soort mysterie''.

Dat heeft intrigerende kunstwerken opgeleverd, blijkt in San Sebastián. De tekeningenserie Glaswaldsee van de Duitser Daniel Roth bijvoorbeeld vertelt het verhaal van een toren die zich veertig meter onder water bevindt. Met foto's, situatieschetsen en fraaie plattegronden creëert Roth een gebied waarvan niet duidelijk wordt waar het zich precies bevindt. Als een detective speur je naar aanwijzingen die je meer kunnen vertellen over de toedracht. Je leest zijn op de muur geplakte aantekeningen en complottheorieën, je verbaast je over de grondigheid van zijn onderzoek, en je komt uiteindelijk tot de conclusie dat Roths onwerkelijke wereld alleen in het hoofd van de kunstenaar bestaat.

De installatie van Mark Manders, de kunstenaar die Nederland de afgelopen jaren op zo'n beetje alle belangrijke internationale kunstmanifestaties vertegenwoordigde, vergt tijd en toewijding van de beschouwer. In San Sebastián toont hij een nieuw deel van zijn levenswerk Zelfportret als gebouw, een onnavolgbaar imaginair labyrint waarvan hij zo nu en dan een kamer realiseert. In het vertrek dat hier is te zien staat een typemachine, is een muur opgebouwd uit stapels identieke kranten, en kruipen twee opgezette ratten een reusachtige kijkdoos in waar een gruwelijke foto hangt van een gemartelde vrouw met afgesneden borsten.

Al deze elementen zouden ons meer over de kunstenaar moeten vertellen. Maar hoe nauwkeurig de kamer ook is ingericht, het lukt je niet om er vat op te krijgen. Toch weet Manders iedere keer weer te imponeren. Zijn creaties zijn zo raar dat je ze niet licht vergeet. De dode katten, de rokende schoorstenen, de suikerpakken op miniatuurformaat, ze blijven als naijlen op je netvlies.

Bij de Ierse kunstenaar Garrett Phelan neemt de contactgestoordheid pas echt angstaanjagende vormen aan. In een verlaten opslagplaats in de oude haven schreef hij met zwarte stift alle muren, plafonds en achtergelaten meubels vol. Tabellen, ideeën en feiten over uiteenlopende zaken als zelfhulp, voetbal, energie, ademhaling en de werking van elektromotoren buitelen over elkaar hen. Al snel bekruipt je het gevoel dat je rondloopt in de schuilplaats van een psychopaat. En als je even later in een donker hoekje het zinnetje `I'm so happy, I love the world' aantreft, geloof je daar helemaal niks meer van.

Het voelt als een voorrecht om rond te mogen neuzen in al die persoonlijke domeinen, om toegelaten te worden tot de gedachtewereld van de kunstenaar. Slechts een enkele keer werken de intieme hersenspinsels op je zenuwen. Zoals in de video Deer van de Russische Viktor Alimpiev en Sergej Visjnevski, waarin een vrouw minutenlang hartstochtelijk een dikke vacht streelt en een man fleemt met een kapstok. Dat zijn de momenten waarop zogenaamd mysterieuze kunst vervalt in aanstellerigheid, en je alleen nog maar kunt denken: waar gaat dit over?

De afgelopen jaren werd kunst op grote internationale manifestaties gekenmerkt door nadrukkelijke politieke betrokkenheid. Op Documenta 11 en de laatste Biënnale van Venetië probeerden veel kunstenaars het publiek te overtuigen door middel van sociaal-geëngageerde kunst met een hoog dogmatisch gehalte. Een overdaad aan documentaire videobeelden en foto's kaartten op die tentoonstellingen het onrecht in de wereld aan, confronteerden het publiek met Zuid-Afrikaanse townships, met het Palestijns-Israëlische conflict of met economische vluchtelingen uit Mexico.

Politiek protest

Ook op Manifesta, de tweejaarlijkse tentoonstelling die sinds 1996 steeds in een andere Europese stad gehouden wordt, ging het veel over onderwerpen als oorlog, internationalisering en het nieuwe Europa – zoals in Frankfurt (2002) en Ljubljana (2000). Manifesta 5 neemt afstand van dit engagement. ,,We wilden niet aankomen met de gebruikelijke stereotypen over politiek, lokale en globale dialectiek, die de kunst al jaren domineren'', zeggen de curatoren.

Dat is opmerkelijk, want juist in San Sebastián – of Donostia, de naam die de Basken prefereren – is politiek protest in het dagelijks leven verankerd. Dat wordt, ook als je maar een paar dagen in de stad verblijft, snel duidelijk. Je ziet het aan de rode en gele verf waarmee huizen en overheidsgebouwen bekliederd zijn, je leest het af aan de graffiti en de aanplakbiljetten van de separatisten, je merkt het aan de demonstraties die vrijwel dagelijks plaatshebben. Voor een buitenstaander wordt het nooit helemaal duidelijk of die protesten nu gericht zijn voor of tegen afscheiding van Spanje. De spandoeken zijn meestal opgesteld in het Baskisch, een van de oudste en meest raadselachtige talen ter wereld.

Daar komt bij dat Spanje aan het bekomen is van de aanslagen in Madrid op 11 maart. Die gewelddadige gebeurtenis heeft echter nauwelijks sporen achtergelaten in de kunst die hier getoond wordt, ook niet in het werk van de Spaanse en Baskische deelnemers. Het lijkt of de kunstenaars hun hoofden hebben afgewend van het leed en zich massaal hebben teruggetrokken in hun eigen werelden. `Kunst zou wel eens niet kunnen gaan over het begrijpen van en het reflecteren op onze wereld, maar over het creëren van nieuwe, mogelijke universa', schrijft curator Massimiliano Gioni in de Manifesta-catalogus. `De werken van veel kunstenaars op deze Manifesta suggereren de mogelijkheid om de wereld te ontdekken door onze ogen te sluiten, en onze aandacht te verleggen naar het binnenste of naar onze directe omgeving.'

Je zou het een vorm van escapisme kunnen noemen. Pamflettisme heeft plaatsgemaakt voor poëzie. Het lijkt er bovendien op dat deze kunstenaars met hun veellagige werken reageren op de simplistische manier waarop in de echte wereld wordt gecommuniceerd. Terwijl de Amerikaanse president Bush zijn beleid in oneliners verdedigt en bedrijven klanten werven met oppervlakkige slogans en jingles, hebben deze kunstenaars voor een gecompliceerdere taal gekozen. Zij spreken `in tongen', zoals dat in de bijbel heet. Hun werk is dromerig, ijl, obscuur, associatief, manisch soms.

Dat betekent niet dat de realiteit geheel wordt buitengesloten, maar wel dat grote politieke ontwikkelingen op een kleine, persoonlijke schaal beleefd worden. Zo maakte de Duitse kunstenaar Hito Steyerl een innemende film, November, over het leven van haar jeugdvriendin Andrea Wolf, die lid zou zijn geweest van de Rote Armee Fraktion en in 1998 geëxecuteerd werd omdat ze een Koerdische terroriste zou zijn. Aan de hand van oude filmbeelden haalt Steyerl oude herinneringen op aan hun vriendschap. En omdat Andrea's lichaam nooit gevonden is, filosofeert de kunstenaar over de omstandigheden van haar dood. Steyerl komt met allerlei complottheorieën op de proppen, en toch is November geen politieke film. Het is in de eerste plaats een ode aan een verloren vriendin.

Er spreekt sowieso weemoed en nostalgie uit deze Manifesta. Veel kunstenaars gebruiken archiefbeelden of teruggevonden 8 mm-filmpjes om de sfeer uit hun jeugd op te roepen. Niet de actualiteit, maar de eigen geschiedenis heeft hun interesse. Daar hoort ook herwaardering van de kunst zelf bij. Opvallend veel kunstenaars verwijzen in hun werk naar illustere voorgangers als Joseph Beuys of Sergej Eisenstein. Datzelfde geldt voor het curatorenteam, dat heeft teruggeblikt door `vergeten' kunstwerken uit de jaren zeventig en tachtig geselecteerd. Zo is er oud werk te zien van de Oekraïense fotograaf Boris Michailov en een installatie van de in 1976 overleden kunstenaar Marcel Broodthaers.

Een opvallende rol is op deze Manifesta weggelegd voor de Nederlander Bas Jan Ader, die in 1975 onder onopgehelderde omstandigheden verdween tijdens een solozeiltocht over de Atlantische Oceaan. Zijn beroemde huilvideo I'm Too Sad To Tell You uit 1971 wordt vertoond, evenals drie korte filmpjes waarin de kunstenaar zich respectievelijk van een dak, uit een boom en in een gracht laat vallen. Dat Ader inmiddels een mythische status heeft gekregen blijkt wel uit het werk van de piepjonge Rus Oksana Pasaiko, die het werk Please Don't Leave Me reconstrueerde. De dikke zwarte letters waarmee Ader in 1969 zijn hartenkreet op de muur schreef, zijn hier vervangen door cyrillisch schrift.

Ook in die keuze voor `gevestigde' kunstenaars wijkt deze Manifesta af van voorgaande edities. Tot nu toe vormde de tentoonstelling een platform voor jong, aanstormend talent, voor kunstenaars die lekker dwars en onaangepast waren. Binnen de kunstwereld gedroeg Manifesta zich altijd een beetje als het recalcitrante zusje. Dit jaar lijkt ze volwassen geworden.

Vier mooie, evenwichtige presentaties krijgt de bezoeker te zien, ze zijn subtiel afgestemd op de diverse locaties. In de imposante kerk van Museo San Telmo, een voormalig klooster, zijn de kunstwerken vooral symbolisch en mystiek van aard, terwijl in het Kursaal, een hypermoderne blokkendoos van de Baskische bouwmeester Rafael Moneo, door architectuur geïnspireerde kunstwerken domineren.

Ansichtkaartstadje

San Sebastián heeft vele gedaanten. Het is een ansichtkaartstadje, prachtig gelegen aan een maanvormige baai, met een fraai oud centrum en een heiligenbeeld dat vanaf een hoge berg toezicht houdt. Het is ook een mondaine badplaats met brede boulevards en een strand dat surfers aantrekt wegens de heftige branding. Maar het is tevens een stad met veel industrie en eindeloze buitenwijken vol lelijke woontorens en andere stedenbouwkundige missers.

Ook die morsige kant krijgt de bezoeker te zien. Het grootste deel van Manifesta 5 speelt zich namelijk af in een oude fabriekshal in de haven van Pasaia, een voorstadje van San Sebastián. Je wordt erheen gebracht door de Euskotren, een soort sneltram die zich over een verhoogde rails boven een smalle straat tussen de gebouwen door wringt en daarbij rakelings langs de balkons op driehoog scheert. Het laatste stuk gaat te voet, met aan je rechterhand grote bergen schroot en aan de linkerkant de vangrails van een snelweg.

Die industriële omgeving weerklinkt in de kunstwerken binnen in de fabriek. In de interactieve sculptuur van de Italiaanse Paola Pivi bijvoorbeeld, een carrousel van naalden die op hol slaan als je het object nadert. Of in de opnieuw uitgebrachte film Operacion H uit 1963 van de Baskische regisseur Nestor Basterretxea, een constructivistisch ogende symfonie van metaalachtige geluiden en beelden van machines.

De grootste verrassing van deze Manifesta bevindt zich op een halfuur lopen van de fabriek, op een idyllisch plekje bij de monding van de baai. Een voetpad leidt naar een oud boothuis dat goed verstopt is in de luwte van een inham. Op de helling ligt een verroest schip en in de loods zitten de kaarten van de prikklok nog netjes in hun vakjes, verder oogt het pand verlaten. Met een fraai uitzicht op groene heuvels, de volle zee op een steenworp afstand en dikke vissen onder de steiger, is het een heerlijke plek om te mijmeren.

Hier, ver weg van de bewoonde wereld, creëerde de Belgische kunstenaar Jan de Cock zijn eigen universum. Zonder vooropgesteld plan begon hij enkele maanden geleden met groene mdf-platen een architectonische constructie te bouwen, getiteld Denkmal 2. Het bouwsel, dat de vormen van het gebouw volgt en zowel binnen als buiten voortwoekert als hardnekkige klimop, zit vol doorkijkjes, rare hoeken en geheime ruimtes. Het is een object zonder duidelijke functie, al lijkt de constructie buiten op een modernistisch dakterras, en zijn binnen enkele ruimtes te gebruiken als kamertjes. Het is een nutteloos ding, maar desalniettemin van buitenaardse schoonheid – een kunstwerk bovendien dat alleen hier kan bestaan, in deze surrealistische omgeving.

Met de hulp van het Berlage Instituut uit Rotterdam, dat het afgelopen halfjaar onderzoek deed naar oplossingen voor het verpauperde havengebied van Pasaia, zullen het gebouwtje en zijn nieuwe aanpassingen en toevoegsels waarschijnlijk behouden kunnen blijven. Dat zou betekenen dat ook in de toekomst kunstenaars zich hier kunnen terugtrekken, om in alle rust hun onnavolgbare gedachten de vrije loop te laten.

Manifesta 5, European biennial of contemporary art. T/m 30 sept. op diverse locaties in Donostia-San Sebastián. Inl: www.manifesta.es of www.manifesta.org