Blijf je binnen of trek je erop uit?

Zombies zijn de ultieme voorboden van de eindtijd: geen erotiek, seks, geen voortplanting, geen toekomst.

Zombies zijn gruwelijk geruststellende wezens. Alhoewel, wezens... De ondoden die in zombiefilms door de straten dwalen, ontlenen hun wezen juist aan het feit dat ze er gewéést zijn, aan hun niet-zijn, aan de schijn. Ze zijn niet dood en niet levend. Ze zijn de levende doden van de Apocalyps en ze zijn ongelooflijk bloeddorstig.

De klassieke filmzombie is een beetje dom. Slaapwandelend beweegt hij zich voort. Met stramme armen draalt hij doelloos in dronkemanspas. Alleen de geur van mensenvlees lijkt iets in hem wakker te maken. Gedachteloos scheurt hij het lichaam van zijn prooi open, en als hij eenmaal geproefd heeft van die bloederige handvol ontwaakt in hem een gulzige razernij. In tegenstelling tot weerwolven, vampiers, Frankensteins monster en andere horrorgedrochten, is de zombie het eerste echte filmmonster. Hij vindt zijn oorsprong niet in de literatuur, de film ontwierp hem op basis van Haïtiaanse folklore, de voodoo. White Zombie uit 1932, met de Dracula-vertolker Bela Lugosi als een voodoomeester die de Haïtiaanse doden in zijn macht heeft, wordt beschouwd als de eerste lange zombiefilm, die meteen een van de beste was. Het verschil tussen zombies en vampiers is meteen duidelijk: anders dan intellectuele bloedbroeders zijn zombies een en al lichaam en instinct. Er komt geen greintje verstand bij kijken. Maar vooral, en dat maakt ze de ultieme voorboden van de eindtijd: geen erotiek, seks, voortplanting en toekomst.

Het genre werd klassiek dankzij George A. Romero en zijn zombietrilogie. Die begon in 1968 met Night of the Living Dead, en werd met ruime tussenpozen opgevolgd door Dawn of the Dead (1978) en Day of the Dead (1985). Onlangs verschenen ze in een dvd-verzamelbox in Nederlands ondertitelde versies en voorzien van extra documentatiemateriaal. Deze films hebben niets meer te maken met Afrikaans-Caraïbische zwarte magie, en alles met een ander genre dat sedert de jaren vijftig van de vorige eeuw onder invloed van de Koude Oorlog populair werd: de postapocalyptische film.

Het stramien is in alledrie gelijk: een groepje mensen moet op een afgelegen locatie, respectievelijk een boerderij, een winkelcentrum en een ondergrondse legerbasis, een groeiende invasie van zombies zien af te slaan. De films gaan over overleven, over basiscondities voor menselijkheid en vooral over de angst voor een wereld vol lege straten, net als andere voorbeelden uit het postapocalyptische genre, over de dreiging van communisme en kernoorlog, zoals The Invasion of the Bodysnatchers en The Day of the Triffids. Blijf je binnen zitten of trek je erop uit? En wat tref je aan als de mensheid vergaan is? De meeste overlevenden gaan winkelen. Reuze verstandig, want ze hebben voedsel, verband en wapens nodig. Maar ook een beetje knullig. ,,Wat wil je kijken op dat teeveetje?'' vraagt een lid van een motorbende aan een ander, wanneer die het meegraait tijdens een strooptocht door een warenhuis in Dawn of the Dead. Goede vraag. De televisie zendt op dat moment al weken niets meer uit. Is hebzucht sterker dan de drang om zich te handhaven?

Romero's films zouden de tijd niet doorstaan hebben als ze niet meer te bieden hadden dan een verbeelding van de vrees voor een mysterieuze, nucleaire plaag die als een oplosmiddel de mens ontdoet van alle geest, humor, verstand, reflectie, gevoel, leervermogens – van alles wat hem tot een mens maakt. Alleen het leven laat hij zitten. Romero's films worden nog steeds geprezen om hun sociale commentaar. Zo herbergt Dawn of the Dead naast alle bloed, scheurend vlees en nachtmerries, een satire op de consumptiemaatschappij, inclusief een slapstick-achtige scène in een winkelcentrum waar zombies en mensen elkaar met taarten bekogelen. Op dat moment zie je niet zoveel verschil meer tussen de zombies en hun levende tegenstrevers. De trilogie wordt ook gewaardeerd om zijn feministische inslag: de echte overwinnaars van de films zijn vrouwen. Romero discrimineert niet. Hij laat de vrouwelijke zombies zich even bruut storten op hun slachtoffers als hun mannelijke soortgenoten.

Dawn of the Dead beleefde dit jaar een remake, een succesvol ge-update film die The Passion of the Christ van de eerste plaats in de Amerikaanse bioscopen toptien verdreef. Over wederopstanding gesproken. Deze zomer worden zombies voor het eerst inzet van romantische verwikkelingen in de komedie Shaun of the Dead. De ontstaansgeschiedenis van Romero's Night of the Living Dead is te illuster om niet nog eens in herinnering te roepen. Het is 1968 en een groepje aspirant-filmmakers uit Pittsburgh besluit de handen ineen te slaan en een echte film te maken. Geïnspireerd door een opleving van het horrorgenre dankzij de film Blood Feast (1963) van de Amerikaanse `godfather of gore' en tegenwoordig marketing-goeroe Herschell Gordon Lewis schrijven George A. Romero en John Russo het scenario voor Night of the Living Dead. Met 1.000.000 dollar, een handvol vrienden en bakken vol slachtafval gaan ze aan de slag. Bij gebrek aan voldoende geld voor nepbloed en special effects, hebben ze besloten dan maar `the real thing' in te zetten en hebben ze een slager kunnen werven als sponsor. Het gevolg is dat de ingewanden die uit de lichamen van de zombies en hun slachtoffers puilen, echt zijn. Het is maar goed dat film niet stinkt. En dat Night of the Living Dead nog in zwart-wit gedraaid is.

Ook in Dawn of the Dead vloeit zoveel rood bloed, dat de film vandaag de dag in Amerika niet eens meer gemaakt zou kunnen worden. Om de filmkeuring te behagen bloeden levende wezens daar tegenwoordig zwart. Nee, nu niet meteen onder invloed van die zombies denken dat dat gerónnen bloed is. Het is gewoon minder opvallend. Ten tijde van Dawn had Romero de beschikking over een special effects-afdeling, waarvoor hij voormalig Vietnam-oorlogsfotograaf Tom Savini inhuurde, want die wist alles van uiteengereten lichamen en verdwaalde ledematen. Savini nam ook de rol van de motorbendeleider op zich.

Night of the Living Dead schreef direct filmgeschiedenis. Al binnen een paar jaar werd de film opgevoerd op een lijst van Amerikaans filmerfgoed.

Het is, met een gemoderniseerde versie van Dawn of the Dead, de parodie van Shaun of the Dead, en een handvol nieuwe zombiefilms zoals 28 Days Later van Trainspotting-regisseur Danny Boyle, nog te vroeg om te spreken van een echte reanimatie van het genre. Maar wat bij het herzien van Romero's trilogie opvalt is hoe actueel de thema's die hij erin aan de orde stelt nog steeds zijn. En ook voor de bloeddorstige toeschouwer doen Romero's films beslist niet verouderd aan. De zombies lopen misschien wat houterig, zeker nadat Danny Boyle en scenarioschrijver Alex Garland bedachten dat moderne zombies besmet zijn met een woedevirus en daardoor snel en sterk als atleten zijn. Ook de zombies in de nieuwe Dawn of the Dead zijn een stuk dynamischer dan hun voorouders uit de vorige eeuw en daardoor op het eerste gezicht veel angstaanjagender en gevaarlijker dan de apathisch voortschuifelende slomo's van Romero.

Maar anderszijds: juist de gedachte dat die lamzalige ondoden eigenlijk geen partij zijn voor de levenden, maakt ze zo onoverwinnelijk. Als ze alleen zijn, ja, dan kun je nog ontsnappen aan hun grijpvingers. Maar als ze met z'n tienen of honderden op je af drommen, dan is er geen ontkomen meer aan. Niet alleen hoogmoed brengt hun slachtoffers ten val, ook hun individualiteit. Die speelt hun parten tegenover de levende doden die doorgaans geen gezicht hebben, op een paar vileine close-ups na van Hare Krishna-zombies, nonnenzombies, mooie meisjeszombies, lieve kinderzombies en extra smerig ellendig uiteengereten zombies.

Ze zijn ook geen gezicht trouwens. Aangezien Romero niet bezuinigde op vies en voos verbeeldingsplezier, valt er ook voor de moderne, shockproof kijker nog genoeg te huiveren. De zombies zijn geen kannibalen. Ze eten elkaar niet op. Ze houden alleen van onbestorven mensenvlees, vers van het bot. Ze zijn de schaduw die het object dat hij afschaduwt opvreet. Zelf zien ze eruit alsof ze van marsepein zijn. Hun gezichten worden na hun zombificatie steeds bleker, hun ogen rood en dood, als garneersuiker. Uiteindelijk slaan ze groen uit, de kleur van bedorven pepermunt. Ze rukken ledematen af alsof ze van koek zijn, sabbelen een heupbot uit of het een dekschaal is. Ze doen niet onder voor de vier heren die zich in Marco Ferreri's La grande bouffe besluiten dood te eten. Alleen zijn zij al dood.

Hoe maak je iets dood wat al dood is, op een mens lijkt, maar geen pijn en nauwelijks schrik kent, en zelfs als je zijn been eraf hakt gewoon nog doorloopt? Dat is een van de kernvragen van Romero's zombietrilogie die zijn hoofdpersonen belemmert om als wraakmachines door de verlaten straten van Pittsburgh te gaan. ,,Shoot 'm in the head'', roepen Romero's personages elkaar toe. In dat hoofd zit schijnbaar iets wat zombies ondanks hun ogenschijnlijke hersenloosheid bloedlink maakt. Vampiers, dat weten we allemaal, moeten met een houten staak door hun hart worden gedood, een weerwolf met een zilveren kogel. Zombies bij voorkeur onthoofd, en daarna verbrand, want hun doorlopend rottende vlees trekt weer andere parasieten aan. Het nihilisme van Romero's cinema, van de exploitatiefilm, van het zaterdagavondvermaak dat de volgende morgen met een zondagse preek weer geneutraliseerd werd, is uit de publieksfilm verdwenen. De huidige personages van de postapocalyptische films wonen niet meer in Hollywood, maar bijvoorbeeld in het Amerikaanse woestijnstadje Twentynine Palms, waar de Franse artfilmer Bruno Dumont zijn gelijknamige film opnam. Het succes van een film als The Day After Tomorrow bewijst dat het bezweren van de angst voor een naderend einde een archetypische bioscoopemotie is.

En zolang het einde niet daar is, blijft het naderen, dus kunnen er altijd weer andere scenarios worden bedacht. Nadenken over hoe een mens een ander mens doodt, hoe menselijk dader en slachtoffer moeten zijn, hoe een individu standhoudt tegen en in een massa, dat soort vragen zijn even niet zo populair. Cultuurpessimisten zullen zeggen dat dat komt omdat de massa al heel lang bezig is zijn nivellerende invloed uit te oefenen.

Aan het einde van Dawn of the Dead aarzelt een van de overlevenden lang met een pistool tegen zijn eigen hoofd. Moet hij niet maar zijn eigen brein uitschakelen, in plaats van de lethargische anderen elimineren? Hoe lang kan hij standhouden en tegen welke prijs?

Aan het einde van Day of the Dead hebben de zombies 99 procent van de wereldbevolking opgevroten, verminkt of met hun kwaadaardige speeksel besmet en aan hun horden toegevoegd. 1985. De Koude Oorlog was op zijn hoogtepunt, filmster Ronald Reagan speelde Star Wars, de economie liep slecht en zo waren er nog wel wat overeenkomsten met vandaag.

Het schijnt dat George A. Romero inmiddels bezig is aan een vierde film.

Trilogy of the Dead-box: 4 dvd's, met `Night of the Living Dead', `Dawn of the Dead' in zowel de Europese als de Amerikaanse versie en `Day of the Dead'; tevens de documentaire `Document of the Dead' en diverse extra's zoals trailers en achtergrondinformatie over de films. Distributie: Dutch FilmWorks. Adviesprijs €29,99.

De zombie is het eerste echte filmmonster

En zolang het einde niet daar is, blijft het naderen