Bibliotheek van Babel

Van een vriendenboek uit de zestiende eeuw tot alle `Ideeën' van Multatuli, bijna alles staat op de website dbnl. Ooit moet de volledige Nederlandse literatuur op internet staan.

De Tachtiger Lodewijk van Deyssel staat te boek als een ongenadig criticus. Maar wie zich in die reputatie wil verdiepen, heeft het moeilijk. Zijn verzamelde Scheldkritieken zijn nergens meer te krijgen. Behalve op internet. Als je de titel invult bij google leiden de eerste twee zoekresultaten je naar de website www.dbnl.org. Daar staat de bundel zowaar helemaal op. Binnen twee klikken lees je in gif gedrenkte zinnen als: `De heer Ten Brink is een vriend van mijn familie geweest en heeft mij zelf in der tijd steeds met de meeste welwillendheid bejegend en mij nooit de minste onaangenaamheid aangedaan. Ik weet dus zeker dat mijn afkeer van hem als literaire figuur een volkomen zuivere is.' Kom daar nog maar eens om.

Dwalend over de dbnl, voluit: de Digitale Bibliotheek voor Nederlandse Letteren, kun je nog veel meer van dit soort ontdekkingen doen. Tenminste, als je van literatuur, taal, interviews, kritieken of schelden houdt. De gedichten van Maria Tesselschade Roemers Visscher, de enige vrouw van literair belang in de Gouden Eeuw. Nooit aan toe gekomen; en waarom eigenlijk niet? De satires van de achttiende-eeuwer Jacob Campo Weyerman. Steeds vind je hun boeken integraal terug. Van hen, en van klassieke auteurs als Vondel, Hooft, Bredero, Multatuli, Gorter en Couperus. De teksten staan `gedrukt' op een aangenaam zacht perkamentgele achtergrond. Verder biedt de site veel achtergrondinformatie, zoals biografieën, portretten, naslagwerken, interviewbundels, links naar andere sites, etc.

Hoe al die werken on line komen is een bijna surrealistisch gegeven. Het scannen van boeken, een eerste mogelijkheid, is duur en arbeidsintensief, omdat er veel werk moet worden gestoken in het corrigeren van fouten die de onvolmaakte software laat zitten. De andere optie is overtikken. En dat gebeurt. Tientallen datatypisten op de Filippijnen zijn al jaren bezig de gehele Nederlandse literatuur over te tikken. Twee gespecialiseerde bedrijven, in Mandaluyong City en Parañaque City (voorsteden van Manila), ontvangen elke maand enkele dozen met fotokopieën van boeken, vertellen de verantwoordelijken voor de dbnl, projectleider Cees Klapwijk en eindredacteur René van Stipriaan. In Nederland worden de fotokopieën voorzien van coderingen, waarmee bijvoorbeeld wordt aangegeven waar nieuwe hoofdstukken beginnen, wat proza en wat poëzie is en waar een link moet worden aangemaakt. Van Stipriaan: ,,Precisie is van meer belang dan kennis van de Nederlandse taal. Ze werken met `gemengde technieken', waardoor er op tien pagina's hoogstens één minuscuul foutje staat.'' De productie van de typisten ligt momenteel op bijna achtduizend pagina's per maand.

Dat geeft aan dat de dbnl een immens en ambitieus project is. Het streven van de stichting achter de site, die volgende week haar eerste lustrum viert, is heerlijk onbezonnen: alle Nederlandse literatuur voorradig hebben. Onmogelijk, maar dat geeft niet, aldus Klapwijk en Van Stipriaan. Zij en vier andere medewerkers werken aan de site in een krap kantoor in een Leidse steeg. Op de benedenverdieping werken de medewerkers bijna rug aan rug; zij controleren en redigeren de teksten. De droom van Klapwijk en Van Stipriaan is realistischer: het moment dat de typisten sneller tikken dan de nu levende Nederlandse schrijvers. Dan gaat de dbnl eindelijk inlopen.

De site ging in 2001, na twee jaar voorbereiding, on line en bevat na jaren van toenemende groei een schat aan informatie. De homepage biedt een handzaam overzicht: zoeken naar auteurs en boeken kan via het zoekvenster of op periode en naam. Zo kom je vlot bij Van den vos Reynaerde of De kleine Johannes van Frederik van Eeden. Voor wie een vage zoektocht begint naar een schrijver van wie de naam met een S begint, zijn er alfabetische lijsten met auteursnamen. Wie wil weten wat een abbreviatuur of een abel spel ook alweer was, kan terecht in een uitputtend letterkundig lexicon, waarin de onderlinge verwijzingen gelinkt zijn. Handig gelinkt zijn bijvoorbeeld ook de zeven delen Ideën van Multatuli, zodat je van idee naar idee kan hoppen. De mogelijkheden van internet worden op die manier goed uitgebuit. Een goede illustratie vormt de aanklikbare literaire atlas. Van elke plaats in Nederland vallen met één klik de letterkundige merites te ontdekken.

Nieuwste bestsellers

De tot nu toe gevallen titels van boeken geven wel aan waar de kracht van de dbnl níet ligt: bij hedendaagse literatuur. Het is geen site waar je de nieuwste bestsellers kan downloaden, zoals dat kan als het om pophits gaat. Er staan geen romans van Meijsing, Möring of Mutsaers op. Twintigste-eeuwse teksten zijn mondjesmaat aanwezig; eind vorig jaar bijvoorbeeld Het uur U en Awater van Nijhoff. Zolang er nog rechten op een boek gelden, in principe tot 75 jaar na het eerste moment van verschijnen, is publicatie op de dbnl een ingewikkelde zaak. De rechtenproblematiek veroordeelt de dbnl ertoe een site voor oudere literatuur te zijn.

Dat maakt de dbnl niet minder bijzonder. Een uitzonderlijke toegevoegde waarde is dat de site werk opneemt dat niet in boekvorm gepubliceerd is, omdat een uitgave niet rendabel werd geacht. Het meest spectaculaire voorbeeld is het Letterkundig Lexicon voor de Neerlandistiek, dat als je het zou drukken een omvang zou hebben van elf- à twaalfhonderd pagina's. Het boek kon na voltooiing, zo'n zeven jaar geleden, geen uitgever vinden. De digitalisering via internet was toen al zover voortgeschreden dat er evenmin iemand was die zich wilde branden aan het exploiteren van een cd-rom. Van Stipriaan noemt ook een ander geval: het Album Radermacher. ,,Dat is een soort vriendenboek, een verzamelhandschrift uit de zestiende eeuw. Typisch een boek zoals dat toen werd aangelegd door een geleerd iemand. We hebben er plaatjes en facsimile's bij staan. Het wordt heel vaak geraadpleegd.''

In vergelijking met de talloze andere letterkundige projecten op het net valt de degelijkheid van de dbnl op. De ingetogen vormgeving oogt solide en de gebruikte teksten worden keurig verantwoord, hetgeen past bij de ambitie een betrouwbaar hoeder van het literair erfgoed te zijn. De dbnl is een project van de zeer lange adem. Dat neemt niet weg dat de site inmiddels zo'n tweehonderdduizend bezoekers per maand trekt, een aantal dat elke maand blijft stijgen. ,,Niet gek voor wat ooit begon als een lullig academisch projectje'', aldus Klapwijk.

Begin jaren negentig koesterden wetenschappers de wens om internet te benutten als openbaar toegankelijk medium voor literaire teksten. Aan die wens werd tegemoetgekomen door een inspirerend initiatief van Marc van Oostendorp. Zijn naar Laurens Janszoon Coster genoemde site verzamelde en publiceerde talloze teksten. Maar met de groeistuipen van de verzameling op de Coster-site kwamen ook de nadelen aan het licht. Iedereen kon weliswaar gedigitaliseerde teksten insturen, maar er was geen geld of mankracht voor controle op de aangeleverde waar. Dat is precies het punt waarop de dbnl zich wil onderscheiden. Van Stipriaan: ,,De Coster-site was een kleinschalig initiatief met grote effecten. Prachtig, want zo werden mensen aan het denken gezet over de mogelijkheden van internet, over de gemaksvoordelen en de onderzoeksvoordelen. Maar de site wekte ook de behoefte aan betrouwbare teksten, waarvan de gebruikte editie en bron werden verantwoord. Dat is het beginsel geworden van de dbnl: wat we doen omgeven we met redactionele zorg.''

Het was de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde die internetplannen voor een letterkundige site wilde ondersteunen. Vergelijkbare, beroemde sites vanuit Groot-Brittannië (het Oxford Text Archive), de Verenigde Staten (het Gutenberg-project) en Frankrijk (van de Bibliothèque Nationale) dienden als inspiratiebron (voor webadressen zie kader). Ook dat zijn projecten waar wordt gedroomd van een nieuwe Bibliotheek van Alexandrië of van de Bibliotheek van Babel zoals Borges haar beschreef, waarin het heelal een bibliotheek is waar `alle boeken' staan – zoals `het gnostische evangelie van Basilides, het commentaar op dat evangelie, het commentaar op het commentaar op dat evangelie, het waarachtige verslag van jouw dood, de versie van elk boek in alle talen, de inlassingen van elk boek in alle talen.'

Net als van Shakespeare, Goethe en Racine moesten ook van Vondel en uit de Beatrijs passages en versregels te raadplegen zijn. Tegelijk was er het streven om niet de handicaps van de buitenlandse voorbeelden over te nemen. Van Stipriaan: ,,Die buitenlandse sites zijn gestructureerd als pakhuizen. Je komt voor een loket, een zoekvenster, en als je weet wat je wilt hebben, vraag je erom. Als je geluk hebt krijg je een kartonnen doos met inhoud. Verder zoek je het zelf maar uit. Is het niet aanwezig of weet je niet precies wat je wil, dan heb je pech. Die sites bieden kale lappen tekst. Je kunt er niet navigeren. De dbnl wilde ik opzetten als een warenhuis. Ook wij zijn een tekstarchief, maar we doen veel aan presentatie: alles uitstallen en mooi in het licht zetten en ervoor zorgen dat de gebruiker er op zoveel mogelijk manieren doorheen kan, met de roltrap, de lift of wandelend langs de schappen. Van zo'n architectuur zijn wel voorbeelden, zoals het Perseus project in Amerika.'' Hij doelt op het project van de Amerikaanse Tufts University, een enorme digitale bibliotheek op het gebied van de klassieke oudheid: met originele Griekse en Latijnse teksten en de bijbehorende Engelse vertaling, en met woordenboeken, encyclopedieën en naslagwerken.

Klapwijk luistert met een glimlach op de lippen naar de uitleg van zijn collega: ,,Met zulke metaforen kun je wel vermoeden dat de programmeur het soms moeilijk vond om zijn wensen uit te voeren. René's plannen resulteerden in een toegankelijke navigatie: hiërarchisch gestructureerde menu's en gordijnmenu's (dropdownmenu's, in goed Nederlands, RR)''.

Hoe overzichtelijk en toegankelijk de site ook mag zijn, daarmee is niet het probleem opgelost dat de surfende scholier nergens aan kan zien dat de Beatrijs een mooie en belangrijke tekst is. De enige kwaliteitsaanduidingen komen van de uitslagen van een controversiële enquête uit 2002 onder leden van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde over de Nederlandse canon. Moet de bezoeker daar zijn licht opsteken? ,,Het zou heel slecht zijn om de website te gebruiken om oordelen te geven'', aldus Van Stipriaan. ,,Als je voor onze vitrine staat, moet je zelf wat pakken en besluiten of je een tekst goed of mooi vindt. Zo werkt dat.'' Wordt de objectiviteit hier niet te ver doorgevoerd? ,,Ik beschouw de canon niet als onomstreden. Dan is het lastig om waarderingen voor boeken te gaan uitspreken.'' Welke boeken de dbnl digitaliseert is een besluit van een zestal adviescommissies, die vooral worden bezet door wetenschappers. Dat is ook een belangrijk verschil met het digitaliseren door `klassieke' bibliotheken. ,,Bij een klassieke bibliotheek is de reflex: boeken worden bedreigd door verzuring en inktvraat, laten we die gaan digitaliseren. Bibliotheken denken aan de objecten, wij maken een inhoudelijke keuze voor belangrijke werken.''

Voorlichter

Via een vertakking heeft de dbnl toch een rol als voorlichter, door het maken van de `dbnl educatief', een site voor het onderwijs (www.literatuurgeschiedenis.nl), in opdracht van het ministerie van OCW. Klapwijk: ,,Als een docent of scholier van daaruit naar Nijhoff wil, dan kan dat heel snel.''

De officiële doelstelling bij de oprichting luidde: het digitaliseren en publiceren van 250 klassieke werken en 400 letter- en taalkundige artikelen. Daarvoor kreeg de stichting achter de dbnl vier jaar de tijd (tot 2003) en twee miljoen gulden te besteden. Inmiddels ontvangt de dbnl van de Nederlandse Taalunie tot en met 2007 jaarlijks een bedrag van 280.000 euro. Klapwijk schat uiteindelijk gezien de aspiraties jaarlijks zo'n 500.000 euro nodig te hebben.

De suggestie dat met geld ook een aantrekkelijke reeks klassieke boeken uit de Nederlandse literatuur kan worden gefinancierd, wimpelt het tweetal af. Van Stipriaan: ,,Dat soort reeksen bestaan al: de Delta-reeks, de Griffioen-reeks, de Nederlandse Klassieken.'' Klapwijk: ,,Het kan ook omgekeerd: stel dat een uitgeverij een mooie dundruk wil maken van de psalmberijming van Marnix van St. Aldegonde zoals deze op onze site staat, dan bellen ze toch? Waarom niet? Ik kan me voorstellen dat er op termijn bijproducten van de dbnl ontstaan en die noem je dan boeken.''

De dbnl richt zich op eigen wijze op het slechten van de drempel voor het literair erfgoed. Spelen er bij de makers van de dbnl ook idealistische motieven? Klapwijk: ,,Mijn liefde voor de Nederlandse taal en literatuur speelt wel een rol. Er is een heleboel moois dat je wilt delen. We werken hier in klein verband aan het literair geheugen van het Nederlands taalgebied. Er is veel geploeter op het punt van bewaren en ontsluiten van literair erfgoed. Een website is een vorm waar je het publiek mee bereikt. Dat is erg motiverend.'' Van Stipriaan beaamt dat, maar beschouwt zelf boeken schrijven ook als een goede bijdrage. Hij is onder meer auteur van de geprezen studie Het volle leven, over Nederlandse literatuur en cultuur ten tijde van de Republiek. ,,Klagen over ontlezing is een leuk gezelschapsspel, maar niets voor mij.''

Maar blijft het niet een probleem de Breezer-generatie te winnen voor de Gysbreght? ,,Een goede toneeluitvoering zou volgens mij best een succes onder jongeren kunnen zijn'', stelt Van Stipriaan. ,,Zo is er veel meer. De Reis van Sinte Brandaan in de hertaling van Willem Wilmink is schitterend. De omgang met literatuur is een zaak van verwondering en esthetische sensatie, maar toch ook van de aanraking met het vreemde. Jongeren zitten veel op internet en op de dbnl kunnen ze ook echt in contact komen met mooie literatuur.''