Beelden van bomen

Iedereen die wel eens in een boerendorp in Zwitserland, Oostenrijk of Zuid-Duitsland is geweest, kent het lokale houtsnijwerk wel. Stevige knoesterige takken zijn dat vaak, door lokale ambachtslieden in de vorm van een mannetje geschaafd, of een dier, of een bosgeest – leuk voor boven de open haard. Tegelijk zijn het mooie voorbeelden van de vermeende superioriteit van de cultuur op de natuur, want alle `oorspronkelijk' natuurlijke elementen worden gebruikt om ze te vermenselijken.

Gelukkig zijn er ook kunstenaars die proberen in hun werk de balans tussen natuur en cultuur juist in stand te houden. Zo maakt Giuseppe Penone beelden van bomen waarin de oorspronkelijke bomen altijd zichtbaar blijven. In deze traditie past de jonge Zwitser Curdin Tones (Tschlin, 1976) die nu een eerste solo-tentoonstelling heeft bij Galerie De Expeditie in Amsterdam.

Net als zijn voorgangers balanceert Tones op de curieuze driehoek tussen natuur, kunst en minimalisme, waarbij hij de taal van het minimalisme vooral gebruikt om natuur en cultuur met elkaar in evenwicht te houden. Een sympathiek streven is het, maar ook moeilijk; voor je het weet lift je als kunstenaar erg simpel mee op de beeldhouwerskwaliteiten van moeder natuur. Gelukkig lijkt Tones zich daarvan goed bewust: hij weigert bomen te zoeken met spectaculaire vormen en houdt zijn eigen ingrepen betrekkelijk eenvoudig.

De belangrijkste `vervorming' die Tones op zijn bomen loslaat bestaat uit het aanbrengen van `profielen'. Die maakt hij met een set schaven die hij, volgens de galeriehoudster, erfde van zijn grootvader, die te oordelen naar kleinzoons beelden voornamelijk werkzaam was in de meubelindustrie. De `meubel-ingrepen' die Tones met die schaven doet zijn vergeleken daarmee tamelijk bescheiden, maar sculpturaal werken ze goed; uit de stukken boomstam in de galerie doemen de aanzetten tot praktische toepassingen als het ware 'vanzelf' op. Daarbij blijven Tones' beelden mooi in een `tussenfase' tussen natuur en beeld steken: ze zijn duidelijk geen ruw `gevonden' hout meer, maar ook nog geen kasten, of mannetjes.

Daarin heeft Tones nog veel mogelijkheden, wat vooral blijkt uit het verrassendste beeld op de tentoonstelling: een vier meter lange plank die als `vanzelf' een flinke bocht heeft gemaakt. In de plank, exact met de bocht mee, schaafde Tones een reeks profielen die de plank enerzijds iets van een plint geven, maar ook doen denken aan een stuk rails, terwijl het idee van een `gewone' plank nooit helemaal uit het zicht verdwijnt. En prachtig in balans.

Curdin Tones: Bewoonbare geometrie. Galerie De Expeditie, Leliegracht 47, Amsterdam. Wo t/m vr 11-18u, za 14-18u. T/m 10 juli. Tel. 020 6204758