Alles prima vinden is geen zwakte

DUBLIN. Vanaf september 1997 tot en met de zomer van 2000 bezat ik een gemeubileerd appartement in Dublin. Ik kwam er niet veel. En als ik in Dublin was logeerde ik meestal in een hotel. Ik kreeg de verwarming in het appartement niet aan de praat.

In 2000 werd mij de huur opgezegd. Aangezien ik geen tijd had de sleutels persoonlijk in te leveren, stuurde ik ze op. Een makelaar propte mijn bezittingen, die mijn toenmalige vriendin in Dublin had aangeschaft, in een weekendtas en toen ik die na een jaar nog niet was komen ophalen, gooide hij alles weg.

Inmiddels verwacht die vriendin een baby van een indiaan en is ze bij mij in New York ingetrokken om te bevallen. Soms vraagt ze: ,,Hoe zou het zijn met dat mooie dekentje dat ik voor ons in Dublin heb gekocht?'' Dan kijk ik peinzend voor me uit en zeg: ,,Goed, denk ik.''

Ik heb ook een juridisch adviseur, nu alweer een jaar of tien. Hij is ongeveer vijftig maar hij ziet er jonger uit. Hij heet Maurice en hij heeft ondeugende ogen. Dit voorjaar zei hij: ,,Je bent nu volwassen. Het wordt tijd dat je weer een woning huurt in Ierland.'' We spraken af elkaar in juni in Dublin te ontmoeten, zoals we elkaar ook in 1997 in Dublin hadden ontmoet.

Woensdagochtend arriveerde ik in de stad waar ik jarenlang had kunnen wonen. Ik was doodziek.

Aan de receptionist van het Morgan Hotel vroeg ik of Maurice, die de dag ervoor zou zijn gearriveerd, goed was aangekomen. De receptionist tuurde naar het scherm van zijn computer en zei: ,,Die is niet aangekomen.'' Een adviseur met ondeugende ogen is tot veel in staat. Maar ik legde me erbij neer. Boos worden had geen zin.

Ik installeerde me op mijn kamer. Die was smal, maar het bed was groot en wit. Nog 32 jaar dan had ik de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Zouden er ook dan vrouwen mijn woning betrekken om te bevallen van kinderen die niet van mij waren? Niet dat ik het erg vind. Het meeste vind ik prima.

Met die gedachte viel ik in slaap. Drie kwartier later ontwaakte ik, nat van het zweet. Mijn neus zat dicht, mijn oren waren verstopt. Ik pakte de telefoon, drukte op de 9, en vroeg of ze mij konden doorverbinden met de kamer van Maurice. Je wist het niet. Een paar seconden later hoorde ik de slaperige stem van mijn adviseur.

,,Ik ben zo gelukkig dat je er bent'', zei ik. Dat was ook zo. Waarmee bewezen is dat geluk een kwestie is van de juiste verwachtingen. Had de receptionist mij eerder die ochtend niet verkeerd ingelicht, had de aanwezigheid van mijn adviseur in Dublin mij niet zo gelukkig gemaakt.

,,Laten we nog een uurtje slapen'', zei mijn adviseur. ,,Dan zie ik je straks.''Eerst liepen we naar Stephens Green, naar een bank, om een slapende rekening te activeren. Wij reactiveerden de rekening in minder dan tien minuten en tracteerden onszelf toen op thee. ,,Het zou misschien geen gek idee zijn'', zei mijn adviseur, ,,als je hier een contactadvertentie zet. Dan heb je geen eigen woning nodig. Dan kun je samenwonen.'' We kochten wat kranten, zochten het dagblad met de meeste contactadvertenties en na een paar minuten puzzelen over de juiste tekst simpel en geen humor is het beste gaven we de advertentie op. Als gezegd, het meeste vind ik prima.

,,Nu maar afwachten'', zei de adviseur. ,,Maar vooruitlopend op het resultaat ervan lijkt het me verstandig als je een klein huisje huurt.''

We wandelden terug naar het hotel, arm in arm, zo gaan die dingen en in het hotel zochten we op het internet naar makelaars. De derde makelaar die we belde, kon ons helpen.

,,Kom maar langs'', zei ze. ,,Ik kan jullie iets laten zien.''

,,We werken sneller dan in 1997'', zei de adviseur. Toen kneep hij in mijn bovenarm. Dat vindt hij prettig, en ik begon het ook aardig te vinden.

De makelaar was een stevige vrouw van één meter tachtig die Dee heette. Haar woonkamer was haar kantoor. Aan de muur hingen een kleine honderd sleutels.

,,Er is net iets vrijgekomen'', zei ze. ,,Jullie hebben geluk. Het is vlakbij.''

We liepen naar de woning die net was vrijgekomen en Dee vroeg me wat ik deed. In het leven. De woning bevond zich in een keurige straat, maar was naar algemene maatstaven gemeten zelf minder keurig.

,,Hier zou je je hond nog niet willen laten wonen'', fluisterde mijn adviseur. ,,En dat voor zevenhonderd euro. Het is schaamteloos.''

Dee zei: ,,Er heeft hier een meisje gewoond. Ik geloof dat de sofa van haar is, maar ze laat hem staan. En ik zorg natuurlijk voor een bed en een koelkast.'' Dee keek ons veelbetekenend aan. Ze dacht dat de adviseur en ik een liefdesnestje zochten.

,,Dat meisje dat hier woonde heeft zich natuurlijk opgehangen'', fluisterde mijn adviseur.

Ik besloot de woning te nemen. Snelheid, daarop komt het aan.

Naast mij woonde een Nigeriaan. Dee zei: ,,Hij is vriendelijk. Hij woont hier al tien jaar. En niemand heeft last van hem.''

,,Kunnen we nu het contract tekenen?'' vroeg ik.

Van mij zouden ze ook niet veel last hebben.

,,Dat kan'', zei Dee. Maar dan was ik haar veertienhonderd euro schuldig. Eén maand huur, één maand borg.

De adviseur en ik renden naar de bank, die ging om vier uur dicht. Hij kent de sluitingstijden van banken uit zijn hoofd. Gelukkig stond er genoeg op de slapende rekening, die dankzij ons weer ontwaakt was.

Met het geld liepen we terug naar Dee en daar tekenden we het huurcontract.

Ze begon ons sympathiek te vinden.

,,Ik zal de woning laten schilderen'', zei ze. ,,Het bed kan pas zaterdag worden geleverd. Is dat een groot probleem?''

,,Helemaal niet'', antwoordde ik.

Die avond stompte mijn adviseur uit pure vriendschap en liefde voor het leven zo hard tegen mijn rechterarm dat ik de volgende ochtend onder de douche blauwe plekken aantrof die ik pas na enig nadenken kon verklaren.

,,Als je dat met al je cliënten doet'', zei ik tegen hem tijdens het ontbijt, ,,houd je er geen een over.''

We bezochten een paar gemeentelijke instanties en bij een sleutelmaker lieten we kopieën maken van de sleutels van mijn nieuwe woning, opdat mijn adviseur in geval van nood er altijd in kon. Men zag de sleutelmaker denken: die jongen gaat er met het geld van de ouwe vandoor.

In mijn woning was, zoals Dee had beloofd, een nieuwe koelkast afgeleverd. Er hing nog altijd de indringende geur van vlees dat bezig was te bederven.

,,We moeten een bloemetje op het aanrecht zetten'', zei de adviseur. ,,Dat scheelt een hoop.''

Iemand had op de sofa gezeten en naar buiten gekeken. Het raam bood uitzicht op een binnenplaats waar drie zakken cement stonden. Een jonge vrouw had hier geleefd, wachtend op geluk. In de douchecel stond een flesje shampoo.

We bleven niet langer dan noodzakelijk in de kleine woning. We klopten op de deur van de Nigeriaan om kennis te maken. Hij was niet thuis.

Het lijkt zwakte, alles prima vinden, maar in wezen is het een teken van kracht. Al dat verzet dat beter opgespaard kan worden voor als je het nodig hebt. Die verdediging van zaken die de moeite van het verdedigen niet waard zijn.

Ik schreef op een briefje: `Ik ben Arnon, uw nieuwe buurman. Dit is mijn nummer voor noodgevallen.'

We schoven het briefje onder de deur van de Nigeriaan en talmden nog wat in de vestibule. Het was net gaan regenen.

,,Kijk'', zei mijn adviseur.

Ik dacht aan een muis, maar hij wees op een briefje dat onder de deur van de Nigeriaan stak. Ik pakte het van de grond, vouwde het open.

`Prettig met u kennis te maken', stond erop.

    • Arnon Grunberg