Zwaantje

Oom is mensenschuw en krijgt voor het eerst zijn achtjarige achternichtje te logeren. Piggelmee biedt uitkomst.

,,Waarom is het hier zo stil?'' Achtjarig achternichtje is gewend aan randstedelijk rumoer, de oorverdovende stilte in de provincie is haar vreemd. Haar ouders moesten ,,best wel aan hun relatie werken, zeg maar'', en dat is lastig met een dochter die van nieuwsgierigheid bijna ontploft. ,,Zij verheugt zich enorm'', had haar moeder gemaild, ,,haar logeerkoffertje staat al een week klaar. Lief hè?''

Vrijdagmiddag leverde haar vader het dametje af. Zwijgend drukte hij een drie kantjes tellende gebruiksaanwijzing in mijn hand en sjeesde de straat uit. Onthutst bekeek ik mijn niet eerder geziene nichtje. Wantrouwend keek zij terug en vuurde haar eerste vraag af: ,,Waarom heb jij maar één staart?'' Omdat pony's en paarden er ook maar eentje hebben. ,,Jij lijkt niet op een pony.'' Maar wel op een werkpaard. ,,Puh, ik heb lekker twee staartjes, net als Pippi Langkous.''

Daar kon ik niet tegenop. Ik voerde haar mee de trap op naar mijn studeerkamer die nu even haar kamer is. ,,Tsjoe, wat veel boeken! Heb je spelletjes op je pc?'' Dat is een tekstverwerker en daar zitten zelden spelletjes in. ,,Waarom niet?'' Geen idee; in deze kast kun je je avondjurken en je pumps opbergen. Richt je maar in. Blief je een appel of een banaan? Ranja met een rietje misschien?

Zwaantje mag overdag geen tv kijken, leerde de handleiding. `Sesamstraat vindt zij stom, maar Het Klokhuis en het Jeugdjournaal zijn okee.' Hartelapje lust alles, maar ze mag geen grapefruitsap en cola. Godlof stonden die avond draadjesvlees, gebakken aardappelen en sla op het menu. Dankzij het kussen onder haar achterwangen leek zij zowaar een zwaan, elegant prikte zij met mes en vork in het eten. ,,Is er ook mayo of ketchup?'' Het spijt me. ,,Mag ik naar Kids-Tv kijken?'' Laten we eerst een ommetje maken, daarna kun je voor mijn part naar het scherm staren, goed? ,,Zo laaaang als ik wil?'' Zo lang als het volgens de gebruiksaanwijzing mag, dommie. ,,Mama zei dat jij een kunstenaar bent, welke kunstjes ken jij?'' Meer dan jij, nou goed?

Dat is geen paardebloem maar een boterbloem, wijsneusde ik even later. ,,Waarom zijn ze allebei geel?'' Opdat bijen en vlinders ze makkelijk kunnen vinden. ,,Waarom is er hier geen tram, luister je wel, oompie?'' Ik stapte dapper door. Zij pakte mijn hand, plots besefte ik hoe fragiel een achtjarig knuistje is en dacht aan haar kunstje om via haar rechteroor een kaars uit te blazen. De gebruiksaanwijzing meldde: `Zij heeft een gaatje in haar trommelvlies en mag dus niet duiken.' Dus viel mijn zwembadplan in duigen. Toen het begon te regenen, vroeg ik: zal ik een hoedje voor je maken? ,,Waarmee?'' Met bladeren en weet ik veel. ,,Da's vies en stom.'' Ik voelde mij hardhandig ontregeld.

Thuis keek zij doodstil naar de tv en deed ik dodelijk vermoeid de vaat. Om half acht begon het bekende gedoe. Bedtijd, melief. ,,Maar ik ben helemaal niet moe!'' Ook niet te moe voor voorlezen? ,,O, maar dat wil ik wel.'' Razendsnel holde zij de trap op naar de wastafel, poetste luidruchtig de tanden, schoot in haar kimono en joelde keihard: ,,Klaar oompie, kom maar op!'' Dit is een leerzaam sprookje, begon ik, het werd al voorgelezen aan jouw vader en moeder en aan mijn vader en moeder. Demonstratief keek zij naar het plafond. Zal ik een kaarsje aansteken, vroeg ik. Zij zag de oorbui al hangen en weigerde. Zo welluidend mogelijk droeg ik voor:

In het land der blonde duinen

En niet heel ver van de zee,

Woonde eens een dwergenpaartje

En dat heette `Piggelmee'.

't Waren heel, heel kleine mensjes

En ze woonden – vrees'lijk lot,

Want ze hadden heel geen huisje,

In een oude keulse pot.

Voor de zon en voor de regen –

Nooddruft had hun dat geleerd –

Hadden zij die stenen pot, met

D'opening naar de grond gekeerd.

,,Wat is een Keulse pot?'' Een loodgrijs geglazuurde bewaarpot. En als je heel goed luistert, kun je het in zo'n pot in Keulen horen donderen. ,,Wat is nooddruft?'' Die vraag beloof ik morgen te beantwoorden. Welterusten! Steels sloop ik weg. Halverwege de trap: ,,Oompie, waarom is het zo griezelig stil?'' Omdat iedereen al slaapt, op het platteland gaan ze met de kippen op stok. ,,Jij hebt helemaal geen kipjes.'' Maar toevallig staat in de kelder wel een enorme Keulse pot en als je nu niet gaat slapen, stop ik jou daar in. Als je dan nog zanikt, sla ik er met de kippenstok op. Dan hoor je het echt donderen. En nu oogjes dicht en snaveltje toe.

Hellup!, mailde ik naar de bekoorlijke veldwachtster. Even later belde zij en informeerde of ik nou werkelijk van de pot was gerukt. ,,Jij bent toch mensenschuw? Ik wist niet dat je een achternichtje hebt.'' Ik ook niet, maar zij is er en telt voor twee. Ja, het eerste deeltje van Piggelmee heb ik al voorgelezen. Hoe Piggelmee groot werd is bestemd voor morgen. Zijn er nog meer deeltjes? Met haar gaan stoepen? Ik ken het spel, maar ik heb geen bal. Nee, ook geen hoelahoep. Hink-stap-sprong? Helaas, geen krijtjes. Knikkeren met eieren? Uitstekend idee, dank je dear – eh... gekookt of rauw?