`Vijf keer op een dag bidden is voor oude vrouwtjes'

Veel Europese politici menen dat de Turkse islam en Europa niet met elkaar zijn te verenigen. De WRR bestrijdt dat in een ongevraagd advies aan de Nederlandse regering.

Ook in de boezem van het Haagse kabinet bestaat verdeeldheid over de vraag of Turkije, sinds 1999 kandidaat-lid van de Europese Unie (EU), kan toetreden. De ministers Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD) en Veerman (Landbouw, CDA) zijn naar verluidt tegen. Turkije maakt ook volgens hen geen deel uit van de Europese beschaving. Premier Balkenende stelt zich formeel op. De Nederlandse christen-democraten hebben volgens hem, anders dan de Duitse, geen principiële bezwaren tegen het Turkse lidmaatschap. Turkije is in het verleden herhaaldelijk als kandidaat-lidstaat erkend, nu moet fair play worden gespeeld, herhaalde hij vorige week tijdens het bezoek van de Turkse premier Erdoggan aan Den Haag.

Voor Nederland, dat volgende week begint aan het halfjaarlijkse voorzitterschap van de Europese Unie, is de Turkse toetreding het belangrijkste onderwerp. In december moet een besluit vallen. Volgens de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) zijn sinds ,,de terroristische aanslagen op 11 september de zorgen over de islam en moslims in de EU-lidstaten toegenomen''. ,,Bovendien wemelt het van de misverstanden omtrent het `islamitische' Turkije en het `christelijke' Europa'', zegt Jan Schoonenboom, socioloog en onderzoeker bij de WRR. Redenen voor de Raad om deze week met een ongevraagd advies aan de regering te komen wat niet ongebruikelijk is om zo een ,,bijdrage te leveren aan de geïnformeerde oordeelsvorming in Nederland''. Het rapport De Europese Unie, Turkije en de islam is een uitvoerig onderzoek naar de plaats van de islam in de Turkse samenleving en de verhouding tussen staat en religie in Turkije én in de Europese Unie.

,,De scheiding van religie en staat in Turkije is veel scherper dan we dachten'', zegt Schoonenboom. ,,Tegelijkertijd is de autonomie van kerk en staat in de landen van de Europese Unie veel minder absoluut dan wordt verondersteld.'' Er bestaat volgens de WRR-onderzoeker geen eenduidig Europees model waaraan de moderniteit van de Turkse staat en de Turkse islam kan worden getoetst. In veel Europese landen zelf bestaat een historisch gegroeide verwevenheid tussen religie, kerk, staat en maatschappij.

,,De Turkse islam is een pragmatische burgermansislam'', stelt de Leidse hoogleraar Turkse talen en culturen Erik-Jan Zürcher. ,,De Turken leggen niet verschrikkelijk veel geloofsijver aan de dag. Vijf keer per dag bidden, dat is voor oude vrouwtjes.'' De WRR baseerde zich voor de conclusie dat de Turkse islam geen belemmering vormt voor toetreding tot de EU op Zürchers studie voor de Raad Zoeken naar de breuklijn Een verkenning naar de rol van de Turkse islam in de toetreding van Turkije tot de EU in het licht van de `Botsing der Beschavingen'. De hoogleraar wordt momenteel door tal van instellingen, politieke organisaties en ministeries gevraagd voor achtergrondbriefings.

Zürcher: ,,Dat Turkije tot Europa behoort is al lang erkend. Het land maakt deel uit van de Raad van Europa, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa en is sinds 1963 kandidaat-lid van de EU. Belangrijker is de vraag of Turkije het Europese erfgoed deelt. Het antwoord is `ja' voor wie geen aanhanger is van de Amerikaanse politiek historicus Samuel Huntington, schrijver van Botsing der beschavingen. Wat Europa volgens hem Europa maakt is de premoderne erfenis, het samengaan van modern-zijn en westers-zijn. Volgens hem is Turkije een hybride geval, een voorbeeld van een land dat wel modern maar niet westers is.'' Zürcher vindt dat geen vruchtbare manier van kijken. ,,Al 200 jaar vindt in Turkije een ingrijpend proces van verwesterlijking plaats. Het gaat om zaken als het verlichtingsdenken, mensenrechten, democratie, burgerschap, secularisme. Daarmee heeft Turkije deel aan ten minste een deel van de Europese beschaving. Op dezelfde manier als Roemenië, Bulgarije en Slowakije.''

WRR-onderzoeker Schoonenboom zegt dat in de EU-landen de scheiding tussen kerk en staat veel minder absoluut is dan menigeen veronderstelt. ,,Engeland kent een staatskerk waar de premier het hoofd van de kerk benoemt. Landen als Noorwegen, Denemarken en Duitsland hebben de staatsdominantie over de kerk sterk afgezwakt, maar de staatskerk niet volledig afgezworen. En Nederland en Frankrijk, die formeel de grootste autonomie kennen voor kerk en staat, kennen de religieuze factor in de samenleving desondanks een grote rol toe.''

Officieel maakt religie echter geen deel uit van de gemeenschappelijke waarden van de Europese Unie. Bij het lidmaatschap van Turkije wordt formeel dan ook niet op godsdienst gelet, maar vooral op de omgang met mensenrechten, de rechtsstaat, rechten van minderheden en de stabiliteit van de democratie (inclusief de positie van het leger). Toch speelt het islamitische karakter van Turkije onmiskenbaar een rol in de Europese politieke besluitvorming, aldus Schoonenboom. ,,Burgers en ook politici in verschillende Europese landen, zoals Duitsland, Frankrijk en Oostenrijk, vragen zich hardop af of het islamitische karakter van Turkije zich wel verdraagt met de politieke verworvenheden van de Europese Unie.''

Zürcher vindt van wel: ,,De Turkse bevolking is in de afgelopen tweehonderd jaar doordrenkt geraakt van de seculiere wereldvisie. Je hoeft niet bang te zijn dat, zonder de dreiging van het leger om dat te voorkomen, het opeens een islamitisch land zou worden. Ook de Ottomaanse sultans regeerden met het idee dat staat en godsdienst twee nevengeschikte entiteiten waren, die elkaar nodig hebben. Het ideaal was een symbiose van die twee, maar ze maakten wel degelijk onderscheid tussen staat en godsdienst.''

Volgens Schoonenboom blijkt uit WRR-onderzoek dat de relatie tussen kerk en staat nergens onproblematisch is. ,,Overal worstelen kerk en staat om het eigen domein veilig te stellen en wordt geworsteld met nieuwe religies. Formeel bestaat een grote mate van autonomie bij staat en kerk in Europese landen, maar lang niet elke formele constitutionele band met de kerk is verbroken. Dat is alleen in Nederland, Frankrijk en tot de val van het communisme in de meeste Midden- en Oost-Europese landen het geval.

,,Nederland heeft al vrij lang een neutrale positie als gevolg van de heftige schoolstrijd. De laatste financiële banden tussen kerk en staat werden pas in 1983 geheel verbroken, toen met een grondwetsherziening een einde werd gemaakt aan de salariëring van religieuze functionarissen.'' En hoewel de nieuwe lidstaten in Oost-Europa de vrijheid van religie grondwettelijk hebben verankerd, overeenkomstig de criteria van de Europese Unie, geven deze landen in de praktijk een voorkeursbehandeling aan traditionele geloofsgemeenschappen. In Bulgarije, Roemenië en Litouwen welbewust, omdat de staat de dominante religie inzet als belangrijke bindende factor voor natievorming.

Vergeleken met de EU-landen heeft de Turkse staat een grote greep op de religie. ,,Als reactie op de politieke islam heeft de staat vooral vanaf begin jaren tachtig zijn invloed op de religie zeer versterkt'', aldus Zürcher. ,,Ongewild is de deur opengezet voor een grotere invloed van islamitische groeperingen op het staatsapparaat. Dat besef drong in 1995 door.'' De van oorsprong islamitische regeringspartij AK predikt volgens de Leidse hoogleraar dat staat en religie nevengeschikte domeinen moeten zijn. Het leger, van oudsher de beschermer van het secularisme, vindt dat de staat de baas is over de religie, zoals nu het geval is in Turkije. Zürcher bestrijdt dat er reden is om bang te zijn dat Turkije plotseling fundamentalistisch wordt. ,,De scheiding van kerk en staat is diepgeworteld.''